Pagina-afbeeldingen
PDF
[ocr errors]
[ocr errors]

felyk, maar de Zon, om dat zy een vuurige kloot is, word de Zon en de Maan, om dat zy haar licht van de Zon ontfangt, word de Maan, en de ziel om dat zy een denkent weezen is, word ziel genaamt. Waarop ik andwoord, dan moet men bewyzen, dat denken tot de stof behoord, gelyk ik kan aantoonen, dat de Zon en Maan doen, en konnen zy dit niet doen, zo blyft hunne stelling zonder bewys. Niemand zal ten minsten ontkennen dat denken een werkzaamheid is, en dat de ziel zonder die werkzaamheid niet kan bevat worden, dat uit hunne eige beschryving van de ziel vloeit: Als ik nu aantoon, dat de werkzaamheid geensins tot de natuur van de stof behoord, zo zal volgen, dat de stof niet denken kan: nu vast gesteld zynde, dat de ziel denkt, en dat denken een werkzaamheid is, die tot de ziel behoort, zo zal volgen, dat de ziel geenzins tot de natuur van de stof behoord, maar dat zy onstoffelyk bestaat, Om nu te toonen, dat de werkzaamheid, geenzins tot de natuur van de stof behoord, zo zullen wy deeze sluitreeden maaken. Alles wat tot de natuur van een zaak behoord, kan daar nooit van afgescheide wprden, of het zou ophouden die zaak te zyn. Het denkbeeld van werkzaamheid behoord niet tot de stof, maar kan daar van afgescheide worden. Zo volgt, dat de werkzaamheid niet tot de natuur van de stof behoord, om dat dezelve daar van kan afgescheide worden, zonder

[ocr errors][ocr errors][merged small][merged small]
[ocr errors]

De

« VorigeDoorgaan »