Pagina-afbeeldingen
PDF
[ocr errors]

de niet, zelfs niet wegens het bygeloof, die daar uit voortvloeyt : En met nog meerder recht, mag dit op een Heyden toegepast worden ; in een woord, dit raakt alle de Volkeren, die wy Afgodendienaars noemen, en die de minste aanleiding hebben, om de waarheid

te leeren kennen. Crito. Dit lost de zwaarigheid op, die ik ten opzichte van de onvoldoentheid van de opregtheid des wils voortbragt, ten aanzien van verscheide agtingswaardige Heydenen, die nogtans gedwaald hebben. Philo. Hier moet gy my een verklaaring # , van het geen gy zo even voortgebragt ebt, ten opzigte van het geene ik zeide niet wel te konnen bevatten. Wy spraken van beletzelen, die willekeurig en die het niet zyn. Ik had staande gehouden, dat de opregtheid van de wil, en de gehoorzaamheid aan de Conscientie voldoende was, om willekeurige beletzelen weg te neemen , en gy voegde daar by, dat men door die zelve middelen, zodanige beletzelen die niet willekeurige zyn, meer of min kon te booven komen, na dat zeekere gelegentheeden meer of min gunstig waren. Het eerste versta ik zeer wel, maar het laaste verzoek ik te verklaaren. Erastus. By voorbeeld, laat ons een Joodonderstellen , wieris wil opregt is , en die # in zyn handel, de Conscientie geoorzaamd; deeze leerzaamheid, zal hem ongevoelig tot een beeter kennisse van zig zelven brengen. Indien hy zig zelven nu kend, Zo zal hyzig beginnen te mistrouwen, en gewaar worden dat hy schuldig aan vooroor", CR

[merged small][ocr errors]

van hem niet afhong Dog ondersteld zynde, dat die zelve Jood, nog eenige Jaaren leefde in die gesteldheid, zo vraag ik, of die opregtheid hem niet onfeilbaar, tot de omhelzing van het Christendom zou leiden. Erastus. Niet onfeilbaar, want dat zou veel afhangen , of de omstandigheeden meer of min gunstig daar toe waren. Dit is het geen ik zo eeve zeide, en dat gy moeite had om te begrypen, dog dat ik u nu zal verklaaren. Ten dien einde moet men in plaats van een Jood, twee onderstellen, die in dezelve gesteldheid zyn, ten opzigte van de opregtheid van den wil, ten aanzien van de waarheid. Philo. Ik wenschte van harte, waarde Erastus, dat de tyd ons toeliet, om het vervolg van uwe reedenen aantehooren, zonder gevaar te loopen, van buiten gesloten te worden, want wy moeten ons haasten zullen wy nog in de stad komen, Crito. Gy doet voorzigtig, want ik zou liever dat gevaar geloopen hebben, als een van beide in de reeden te vallen. Philo. Ik verlies het meeste en ben gelyk een jongen die zyn ontbyt moet verlaaten, om dat hy geen tyd heeft om zyn stuk op te eeten, en ik hoop dat Erastus ons het vervolg zal toezenden. Erastus. Waarde Philo,ik verkies om het zelfs te brengen, want ik moet morgen in de Stad zyn. Dit zal vervolgt worden.

[ocr errors]

Van een vermaard werkje genaamd PH 1 LosoPH1scHE TYDKORT ING, over de taal der BeesBeesten,in 'tFransch beschreven door den beruchten Pater Bo U GE A N T, van de Societeid der Jesuiten ; nu in de Gevankenis van La Fleche, over het gevoelen, te vinden in het eerste deel van zyn werk; naamelyk, dat de Beesten, een ziel, zynde een Geestelyk weezen bezitten. D" tverkie, dat zo veel gerucht in de waareld, maar voornaamentlyk in Vrankryk gemaakt heeft, dat het zelve een slegte belooning den Schryver heeft doen verkrygen; heeft ook veele Liefhebbers in Neederland, wanneer zy dit in de nieuws papieren vonden, doen wenschen om het zelve te bezitten, zonder het te konnen verkrygen, dewyl het op zwaare Straffen in Vrankryk verboden is, te verkopen, Dat my aangezet heeft, om hier van een Korte Schets meede te deelen. Wy zullen hier met de derde afdeeling beginnen, handelende over de taal der Beesten , dewyl al het andere maar strekt, om dit als een waarheid te bewyzen: En mogelyk, dat ik van het overige, naderhand ook een denkbeeld van dit gevoelen, (2/272 myne Leezeren zal trachten te geeven, en dat met die behoedzaamheid, dat ik wel verzeekert ben,dat het geen nadeel aandeGodsdienst zal doen. Van de taal der Beesten.

Gy verwagt , Mevrouw, dat ik u de taal der Beesten uitlegge, en daar een woordenboek van zal opstellen, dewyl ik overtuigt ben, dat de Beesten konnen spreeken ? dit is een moeyelyken zaak; dog ik zal alles doen,

wat gy met reeden van my kont vorderen. Waarom heeft de natuur, het vermoogen aan de Beesten gegeeven om te konnen spreeken! alleenig om hunne begeertens en g: CIAS

« VorigeDoorgaan »