Pagina-afbeeldingen
PDF
[ocr errors]
[ocr errors]

lgende in of of ge# mel n is, JaneCT 'n op den, lleen dete hel Wersubwebrent ell,

Itaf

aan de westzijde werd in 1848 grootendeels vernieuwd. Ter weder-
zijden en aan beide einden is de kerk met bekwame ranuen voorzien,
waaronder, aan het Oosten en het Zuiden, eenige gevonden worden
waarvan de glazen beschilderd zijn, meest met afbeeldingen op den
handel en scheepvaart der ingezetenen betrekkelijk; eene voorstelling
van NeBocadnezan, munt zeer uit door helder koloriet en juiste teeke-
ning. In het midden rust het dak op vijf steenen kolommen, welke
eerst van hout gemaakt waren, doch dat schielijk verging, wegens de
vochtigheid van het gebouw. Van de negen groote koperen kerk-
kroonen, die in deze kerk hangen, zijn eenige een geschenk van de
vrijers en vrijsters der gemeente. Daarop leest men de volgende op-
schriften :
Door middel van het geld
So zijn wij hier verheven,
Ten dienste hier gesteld,
Uit liefde is 't gegeven. -
A°. 1686,
Ilier is de liefde deugd
Gebleken in dit werk
Van d' Oostzaandamsche jeugd
In deze onze kerk.
A°. 1686.
Vrijers en Vrijsters van Saerdam
## gedaan, dat ik hier kwam,
Om dat van iets, welk past op mijn,
Gods volk en kerk verlicht zou zijn.
Want doen van mijn het licht eerst scheen,
Men zag, dat duisternis verdween,
Dog God wel met den fakkel van
Zijn woord ons best verlichten kan.
En op de grootste, waar het beeld der liefde op staat:
De vrijers te Oost-Saerdam -
En vrijsters daar beneven,
Die hebben tot cieraat
Ons in die kerk gegeven.
Dus hangen wij hier ten toon,
Gelijk een ieder siet,
Blijkt boven deze kroon:
Uit liefde is 't geschiet.
A°. 1686.
Op deze giften doelde ook een ander zoogenaamd tafereel of gedicht,
hetwelk in 1704, in de nabijheid van eene dezer kroonen, mede tot
lof der milde gevers, is opgehangen, doch sedert weggenomen. Voorts
ziet men er nog eene schilderij, voorstellende de oostzijde der kerk
tijdens den watervloed van 1825, vervaardigd door den Hilversumschen
schilder James De Rijk. De twee wapenborden eindelijk, bezijden den
predikstoel, doen gedenken aan het edel geslacht van Mr. Quintin-
Coene, in leven Schout der banne van Oostzaan, eenen opregten Gods-
dienstvriend, van wien, behalve andere giften, ook het zilver afkom-
stig is, hetwelk bij de bediening des Avondmaals wordt gebruikt.
Het zilveren doopbekken is door een en anderen nog levenden lede-
maat en voorstander der gemeente, in het jaar 1829, geschonken,
en de fraatje met zilver beslagen bijbel voor den predikstoel, in het
zelfde jaar, door den Heer D. ARENDs Bekken. Deze kerk heeft eenen

spitsen houten toren, doch is van geen orgel voorzien. Oudtijds was er een kerkhof ter wederzijden van de kerk, dan dit werd, ter bevor. dering van ruimte, en ter vergrooting van de kerk ingenomen, en een ander kerkhof, een weinig beoosten de kerk, aangelegd en van tijd tot tijd vergroot.

Verdient de kerk van Oostzaanpan, onder de voornaamste gebouwen van Zaandam, de eerste plaats, wegens hare oudheid, de kerk van Westzaandam is evenwel . in verscheidene opzigten, niet minder te achten. Ofschoon ZAANDAM , aan de westzijde van de Zaan, reeds voor de Spaansche onlusten, aangemerkt werd als een vierendeel in de banne van Westzaan te deelen en op te brengen, zoo hadden de inwoners, daar ter plaatse, nogthans geen kerk, maar vergaderden eerst in de kapel, en naderhand in de kerk aan de Oostzijde van de Zaan, ten dienste der Zaandammers gebouwd. Hierin hadden ze met elkanderen hunne gemeentelijke kas, gemeene armen, en het bestuur daar over gemeen. Na de Hervorming verzochten de ingezetenen, in het jaar 1657, vrijheid om eenen Predikant op hunne eigene kosten te mogen beroepen, en ook eene kerk te mogen stichten. Met dit laatste werd, in het jaar 1658, eenen aanvang gemaakt. Den 27 Augustus werd het heiwerk begonnen, den 14 September de eerste steen gelegd, en den 18 October des jaars 1640, voor de eerste maal daarin gepredikt, door Johannes Knuikius. Den 25 Januarij van het volgende jaar deed de eerste Predikant van Westzaan in deze kerk zijne intrede. Van het jaar 1672 tot 1680, werd deze kerk, eerst aan het west- en naderhand aan het oosteinde, aanmerkelijk vergroot, zoodat ze nu de lengte van ruim 55 ell. heeft. Hare hoogte, tot de goot is omtrent 12,50 ell., de kap nog 9,50 ell. daar boven, waar de toren nog 22 ell. boven uitsteekt, zijnde dus des torens hoogte van den grond ongeveer 44 ell. De predikstoel staat aan de noordwester kolom van het kruiswerk, en aan de drie andere kruishoeken heeft men de gestoelten voor de Heeren Leden van den Raad dezer stad, Kerkmeesters, en andere. Boven de westerdeur is een fraai orgel. Boven de oosterdeur zag men vroeger eene schilderij, voorstellende de woede van eenen stier, die, in het jaar 1647, zijnen meester ombragt, en diens huisvrouw in de lucht wierp, daar zij van het kind, waarvan ze zwanger ging, verlost werd. Welk kind in deze kerk gedoopt, en na zijn overlijden, in het volgende jaar bij zijne ouders begraven is. Wegens deze schilderij, welke echter, uithoofde van het onstichtelijke, in het jaar 1854 is overgeverwd, en waarvan nog eene kopie in de kerkekamer bewaard wordt, wordt deze kerk, bij de vreemdelingen veelal de Bul le kerk genaamd, terwijl zij, bij de inwoners, om hare gedaante, den naam van Kruiskerk draagt: of ook wel, in tegenstelling van de kerk aan de oostzijde, die ongelijk veel ouder is, de Nieuwe kerk genoemd wordt. Men heeft in het oosten twee beschilderde ranen, waaronder dat van den biddende Salomo, in het zuidoosten, het voornaamste is. In het westeinde van de kerk, aan de zuidzijde, is eene gaanderij, langs den muur, vroeger tot eene zitplaats voor de Weezen en Armen, die in het dorps Wees- en Aruienhuis woonden. In de jaren 1854 en 1855 onderging de kerk, ten gevolge eener geheele verzakking van den noordermuur, eene belangrijke herstelling, bij welke gelegenheid men dak en toren door een even eenvoudig, als kunstig stutwerk onderschraagde; terwijl vervolgens het geheele werk, tot algemeene goedkeuring, werd tot stand gebragt.

[ocr errors][merged small]

De Doopsgezind en hadden reeds van ouds, op ZAANDAn , verscheidene bijeenkomstplaatsen ter oefening van hunne godsdienst, doch niet zoo openlijk en aanzienlijk, als in den "# tijd. De oudste dier vergaderplaatsen, ofschoon van buiten en van binnen veel veranderd, is die der Friesche Doopsgezinden, aan de westzijde van Zaandam, niet ver van de Hervormde kerk, in de Molenbuurt. Deze, gewoonlijk het Oude Huis genoemd, staat over den Wegsloot. Zij werd, in het jaar 1628, gebouwd, uit eene geldverza meling onder de Leden dier gemeente en was van buiten en van binnen zeer eenvoudig, doch werd in het jaar 1718 meerendeels herbouwd, en in eene zeer goede orde gebragt, hebbende eene gaanderij aan drie kanten, en den predikstoel aan de zuidzijde in het midden ; zij werd in het jaar 1782 van een orgel voorzien. Van buiten , zoo wel als inwendig, trekt zij door haar eenvoudig en net voorkomen het oog des beschouwers aan. Even gelijk de beide andere kerken, werd zij te voren door zoogenoemde ongestudeerde (niet wetenschappelijk gevormde) Leeraren of vermaners bediend, die als zoodanig nu eens uit de broederschap gekozen werden , dan weder zich zelven daartoe vrijwillig aanboden. # heden ten dage bestaat eene kleine bibliotheek, welke in die dagen, gedeeltelijk tot hun gebruik, gedeeltelijk ten dienste van een zoogenaamd godsdienstig collegie, was aangelegd, hetwelk in de winteravonden gehouden werd, en waaraan een ieder, naar de wijze der collegianten of Rijnsburgers, de vrijheid van spreken vergund was. Nog tot in het begin dezer eeuw duurde deze in # opzigten vruchtbare instelling voort. De kerk wordt echter thans tot geen godsdienstig einde meer gebruikt. Niet ver van deze kerk staat, op een ruim plein en door een hek omgeven, het kerkgebouw der Vereenigde Vlaamsche en Waterlandsche Doopsgezin de gemeenten, in 1687, mede uit vrijwillige gaven, gesticht. Het draagt, gewoonlijk den naam van het Nieuwe Huis. Somber naar het uitwendige, verrast de beschouwing van het inwendige dezer schoone kerk in te grootere mate. Zij is versierd met een heerlijk orgel, welks volle en welluidende toonen eenmaal den lof van een beroemd Toonkunstenaar, den Abt Voglen, verwierf, die er zelfs een model van liet vervaardigen, hetwelk geheel uit en in elkander kon gezet worden; hem, tijdens zijne kunstreizen, op verschillende conserten gediend heeft, en misschien thans nog in Rusland aanwezig is. - Ook bij deze kerk berust eene kleine boekverzameling, alsmede eene kleine collectie van Romeinsche penningen, munten en gesnedene steenen, in der tijd door een harer leden, # laas CalFF, aan haar vermaakt. De kerk der Doopsgezin de gemeente van Oost- Zaandam, staat aan het zoogenaamde Groote Glop. Blijkens oude bescheiden bestond hier reeds in 1656 eene geregelde gemeente. Het tegenwoordige gebouw is, door zoogenoemde (# Doopsgezinden, in het jaar 1656, gesticht, in stede van een veel kleiner, dat op de zelfde plaats, of daaromtrent gestaan heeft. Het onderscheidt zich uitwendig door een wanstallig voorkomen, en toont geenzins de bestemming aan, waartoe het dient. Van binnen zal echter de beschouwing mede vallen, en ziet men vele blijken van den ijverder daarin vergaderende gemeente. De kerk der Evangelisch-Luthersch en staat aan de Westzijde, niet verre van den Dam, een weinig van den weg af, aan het Vinkepad. Het is een aanzienlijk, uitwendig grootsch en deftig gebouw. In het jaar 1642 werd hier eerst en met zoo veel spoed eene kerk gebouwd, dat er, na twee maanden bouwens, van den 25 Maart tot den 24 Mei, op Pinksterdag, voor de eerste maal, in gepredikt werd. Dan, na dat deze kerk 57 jaren gestaan had, werd zij, door den aanwas der gemeente, te klein ; weshalve men die afbrak, en in het jaar 1699, eene grootere en sierlijkere, op de zelfde plaats, bouwde. Deze luchtige, nieuwe kerk, bouwkunstig getimmerd, is, ofschoon niet van eenen toren voorzien, door hare hoogte reeds van verre gemakkelijk te onderscheiden. Inwendig kenmerkt zij zich door eenen fraaijen bouw, evenzeer als door eene doelmatige inrigting. Ten jare 1757 werd er een uitmuntend orgel in geplaatst, dat in 1842 aanmerkelijk hersteld en in orde gebragt is. De versierselen van doophek en predikstoel zijn opmerkenswaardig. Behalve een enkel fraai geschilderd las, bevat de kerk geene eigenlijke merkwaardigheden. Op den 51 Julij 1842 werd plegtig gedachtenis gevierd van het tweehonderdjarig bestaan van de gemeente. De Roomsch-Katholijke kerk, aan den H. Bonifacius toegewijd, staat aan de Oostzijde, niet verre van den Dam. Nog in het midden der achttiende eeuw parochiëerde de geheele katholijke bevolking van Zaandam en omtrek aan het Kalf, sedert begonnen vele harer leden het lastige en ongemakkelijke van den verren afstand der kerk te gevoelen, en alzoo te vergaderen in een vertrek van het groote steenen gebouw bij de kleine sluis, hetwelk tegenwoordig voor openbare uitspanning en logement is ingerigt. Kort daarop, in het jaar 1784, verzocht men eerst, om in eene houten loods te vergaderen, daarna om te Oostzaandam, niet verre van den dam, eene kerk te mogen bouwen; dit toegestaan zijnde, werd de eerste steen van dit gebouw gelegd op den 26 Julij 1785, en het gebouw den 14 November daaraanvolgende ingewijd. Het was oorspronkelijk een net houten gebouw, fraai gestukadoord, en van een orgel voorzien. Doch in het jaar 1854, begon zich ook in deze kerk eene verzakking te vertoonen, ten gevolge waarvan in het jaar 1858 het geheele dak behendig op stutten werd gezet, waarna de houten wanden door steenen muren vervangen zijn. Tegelijk werd de pastorij genoegzaam geheel vernieuwd. Het geheel, hoewel gedeeltelijk door omliggende huizen bedekt, heeft een goed voorkomen. # heeft in deze kerk een altaar, eenen fraaijen predikstoel en eene nette communiebank. De kerk der Room sch-Katho lijken van de om de Clerezy, staat aan de westzijde van het zoogenaamde Papenpad. Na de Spaansche onlusten hielden zij hunne bijeenkomsten eerst in bijzondere huizen, doch in het jaar 1695 bouwden zij, op de reeds aangewezene plaats, eene kerk, die zeer wel ingerigt is, en waarin, op den vierden September van dat jaar, de eerste dienst werd gedaan. Het is een klein, maar net gebouw, zonder toren of orgel, en met één altaar. De Synagoge, op het Kuiperspad, is een geschikt gebouw, zonder toren. Onder de liefdadige gestichten verdient in de eerste plaats genoemd te worden het Diakoniehuis, aan de Oostzijde, op de Bloemgracht, hetwelk in het jaar 1677 gesticht werd, door Diakenen van Oostzaandam , om er oude en verarmde ledematen hunner kerk en ouderlooze kinderen hunner ledematen in te plaatsen en van daar hunne giften aan de behoeftige leden der gemeente uit te deelen. De plaats van dit diakoniehuis is aanmerkelijk vergroot, door de gift van Mevrouw Elizabeth Coomans, weduwe van Mr. Quintin Coene, in leven Schout

[ocr errors][merged small][ocr errors][merged small][ocr errors]

der banne van Oostzaan, als hebbende zij, op het verzoek van haren
voornoemden man, aan de Diakonie geschonken een tuin met huizing
en eigen grond, staande te 6:# , op de Bloemgracht, naast
het Diakoniehuis; zoo dat dit huis en tuin thans de Diakonie toe-
komt. Later werd het door den Heer PENNEMEs, die te Hamburg over-
leed, begiftigd met de aanzienlijke som van 500,000 gulden. In het
Diakoniehuis worden tegenwoordig een getal van 5 oude mannen, 1
oude vrouw en 27 kinderen verpleegd,
Nadat de inwoners van Oost- en Westzaandam in het onderhouden
hunner armen, en meer andere zaken, tot hunne gemeenschap be-
hoorende, van elkanderen afgescheiden waren, kochten Regenten van
Westzaandam, een huis aldaar, op het Stikkelpad, aan het West-
einde, dat, in dien tijd, tot een Spin huis gebruikt werd, waar-
van het pad ook wel den naam van het Spinhuispad draagt. Dit huis
rigtten zij in tot een Wees- en Arm en huis, en plaatsten daarin
alle de weezen en armen, ook wier ouders geen leden der Hervormde
kerk geweest waren of in eigen persoon daar toe niet behoorden.
Met den aanwas der Vereenigde Doopsgezinden nam ook het getal
hunner armen en weezen van tijd tot tijd toe, zoodat zij, in het laatste
van het jaar 1712 te rade werden om de gewezene vergaderplaats der
Vlaamsche Doopsgezinden op het Stikkelpad, welke zij sedert hunne
vereeniging in het jaar 1687, tot een pakhuis gebruikt hadden, en
waarin de Lutherschen, in het jaar 1699, gedurende het bouwen
van hunne nieuwe kerk, hunne bijeenkomsten hielden, tot een Wees
en Arm en honis in te rigten Met den aanvang van het jaar 1714
was het gereed, en met het begin van Mei werd het bewoond. Ver-
volgens vergrootte Nicolaas CaiF het erf bij dit Weeshuis, aan de
westzijde, met een gedeelte van zijnen tuin, die hij er, bij uitersten
wille, na zijn overlijden, in het geheel bijvoegde, weshalve dit huis
aan het Westen eene goede ruimte heeft. Ook maakt dit Wees- en
armhuis van den weg af te zien eene goede vertooning. Uit dit huis
deelen de Diakenen ook brood, boter, turf en spek aan de behoeftige
Leden uit.
De Evangelisch-Lutherschen hebben, in het jaar 1752, een huis, op
het Vinkenpad, naast de kerk dier gezindte tot een Wees- o u de
mannen en vrouw en huis voor hunne gemeente ingerigt; daarin
ontvangen 10 weezen opvoeding en onderwijs, en er zijn bovendien
4 oude mannen en 5 oude vrouwen in opgenomen.
Men heeft te Zaandam een Departement der Maatschappij,
Tot nut van 't Algemeen, den 16 December 1789 opgerigt en nagenoeg
200 Leden tellende, door hetwelk eene bloeijende winter- avond-
school, eene spaarbank, eene brei- en naaischool voor
behoeftige meisjes, en kleine kinder b o waar scholen
zijn opgerigt, en waarbij mede eene Leesbiliotheek bestaat.
Voorts heeft men er nog een Genootschap van Moederlijke
liefdadigheid, ter ondersteuning van behoeftige kraamvrouwen,
eene Afde eling van het Nederlandsch Bijbelgenootschap,
met 100 Leden; eene Afdeeling van de Protestantsche Maat-
schappij: Unitas; eene Afd ecling van het Genootschap
tot Zedelijke Verbetering der G c van genen, een Genoot-
schap tot Ondersteuning d e r Arm en, in 1841 opgerigt, en
eene Bank van Leen in g.
Nog bestaat er een Letterkundig en Phys is c h Gezelschap
onder de zinspreuk Overeenstemming door wetenschap, in het jaar 1852

« VorigeDoorgaan »