Pagina-afbeeldingen
PDF

ZINIA of ZYNIA, beter SYMA, voorm. state, prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Idaarderadeel, arr. en 54 u. Z. van Leeuwarden, kant. en # u. Z. O. van Rauwerd, # u. Z. W. van Grouw , waartoe zij behoorde. Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene boerenplaats. De daartoe behoord hebben de gronden, beslaande eene oppervlakte van 72 bund. 25 v. r., worden in eigendom bezeten door Jetske Jelgers, woonachtig te Grouw. ZIN KWEGSCHE-DIJK (DE), dijk in den Hoekschewaard, balj. Beijerland, prov. Zuid-Holland. Het is de westelijke dijk van den Oudbeijerlandsche-polder, die aan het Noorden, tegen den zoogenaamden Molendijk stuit, ter zelfder plaatse, waar de Nieuwbeijerlandsche-Spuidijk tegen den genoemden Zinkwegscue-Dijk en den Molendijk aanstuit. De Zinkwegsche-Dijk strekt voorts zuidwaarts tot tegen den Vuurbakensche-dijk, zijnde de twee aaneengesloten eene gemeene dijkkaadje, welke tegen den Zuidbeijerlandsche-dijk aansluit, en vóór dat de pold. Nieuw-Beijerland was ingedijkt, als de kapitaalste ringdijk van den pold. kon worden aangemerkt, terwijl hij thans alleen dient, om , wanneer de pold. NieuwBeijerland mogt invloeijen, Oud-Beijerland te dekken, en omgekeerd, als Oud-Beijerland mogt in vloeijen, ook strekken kan, om de pold. Nieuw-Beijerland te beveiligen. Die dijk is thans beplant en wordt beweid. ZINNEVELD, buit. en boerderij in het balj. van Brederode, prov. Noord-Holland, arr. en 1 u. N. van Haarlem, kant. en 2 u. Z. van Beverwijk, gem. en 14 u. Z. van Velsen, aan den straatweg naar Bloemendaal. Dit buit., hetwelk, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte beslaat van 18 bund. 19 v. r. 70 v. ell., wordt thans in eigendom bezeten door Jonkheer Jan Pieter Teding van Beakhout, woonachtig te Haarlem. ZINSER BUREN , TzinzERBUREN of Tsixsereenex, b., prov. Friesland, kw. Oostergoo, griet. Idaarderadeel, arr, en 2 u. Z, van Leeuwarden, kant. en 23 min. N. O. van Rauwerd, 20 min. Z.W. van Roordahuizum, waartoe zij behoort; met 8 h.. en 50 inw. ZINTVELD, geh. in de Heijerij van 's Hertogenbosch, kw. Peelland, prov. Voord-Braband. Zie Sonsveld. ZIN WENEN en ZIN WIJNEN, namen, onder welke het d. ZENNEwijNEN, in het graafs. Zutphen, prov. Gelderland, op sommige kaarten wel eens voorkomt. Zie ZENNEw1JNEN. ZION of DE BERG-Zion, voorm. kloost. op het eil. Schouwen, prov. Zeeland, 1 u. N. N. O. van Zierikzee, gem. en 20 min. Z. O. van Moordgouwe, aan de oostzijde van den kloosterweg, welke van dit gesticht zijnen naam ontleent. Dit klooster was gebouwd in het jaar 1454, door zekeren Jan Lievens, die, naar men wil, de stamvader zoude geweest zijn van het aanzienlijke geslacht van Caonstaijen, en toegewijd aan den H. Hieronymus, waarvan vermoedelijk de nabijgelegen St. Jeroens-polder zijnen naam ontleend heeft, De gebouwen lagen binnen eenen ringmuur, welke eene oppervlakte van 4 bund, 9 v. r. 57 v. ell insloot. Het klooster bezat aanzienlijke goederen en had alleen in de heerl. Noordgouwe ruim 118 bund. Tijdens de belegering van Zierikzee door de Spanjaarden, in het jaar 1575, is het klooster waarschijnlijk door hen verwoest en sedert van tijd tot tijd gesloopt; althans in het jaar 1579 zijn de steenen en het puin van de vervallen kerk gebezigd, om de zeeweeringen te herstellen. In het midden der vorige eeuw was er nog een brok van den kerktoren en eenige grondvesten van de kerk te zien, doch deze zijn omstreeks dien tijd afgebroken en uitgegraven. De buitenmuur van het klooster, welke toen mede nog in zijn geheel bestond, is nog lang naderhand in wezen gebleven en zal vermoedelijk in het begin dezer eeuw gesloopt zijn. Sedert eenige jaren is er althans niets meer van , te vinden, zijnde de grond geslecht en tot bouwland toebereid. De kloostergoederen en eigendommen zijn, na het eindigen der grafelijke regering, door de Staten van Zeeland aangeslagen en sedert verkocht of in erfpacht uitgegeven. Onder de Karthuizers, die dit klooster bewoond hebben, vindt men, als een geleerd en godsdienstig man, vermeld Aegidius AuwiFABER of Gilles Goudsmit, die in het jaar 1466 overleed (1). ZIONSBURG, buit. in de Heijerij van 's Hertogenbosch, kw. Oisterwijk, prov. Woord-Braband, arr., kant. en # u. Z. van 's Hertogenbosch, gem. Vught , alleraangenaamst gelegen in de kom van het dorp, alwaar de straatwegen van Breda en Eindhoven op 's Hertogenbosch zich vereenigen. Op dit buit. staat een hecht sterk heerenhuis afkomstig van Kommandeuren der Duitsche orde. In het jaar 1665 schijnt dat huis gebouwd te zijn, althans dat jaartal staat in den voorgevel. Het heeft het laatst in eigendom toebehoord aan Vrouwe RoLING Wilhelmine Baronnesse van Randwijck, echtgenoot van den Heer ANNE PAUL FRANçois Rigot DE BEGNuns, Luitenant-Kolonel bij den Generalen Staf. Later behoorde dat buiten aan Z. M. Willem II, die het in het jaar 1848 van genoemde eigenaresse in koop heeft verkregen. Het is vrij van jagt en grootendeels vrij van tienden. Bij overlevering zegt men dat in de huizingen een onderaardschen gang heeft bestaan naar de in de nabijheid staanden toren en kerk van St. LAMBERT. Die gang is zeker door vergravingen van eene gracht, welke ter zijde van het huis in de rigting van den toren en kerk gevonden wordt, vervallen. In het jaar 1825 is door den tegenwoordigen. Burgemeester en Notaris Molhuyzen, thans Administrateur van gezegde plaats, den ingang van den gang in eene der kamers opgenomen, en dien vol water bevonden. De toenmalige bewoonster en eigenaresse Mevrouw de weduwe JAN.Nettes, geb. Keuchenius, heeft gezegden Heer MolhuyzEN verhaald, dat die ingang werkelijk bestaat en dat zij vroeger onderzoek naar den doorgang heeft laten doen, doch dat men, door het water en het uitgaan van het licht, telkens is terug gehouden, die opneming door te zetten. Dit buit, beslaat, met de daartoe behoorende gronden, eene oppervlakte van 8 bund. 65 v. r. 82 v. ell. (2). ZIPELT (DE), beekje op de Veluwe, prov. Gelderland, bij Harderwijk, voortkomende uit een en sprong nabij Harderwijk en met eene noordwestelijke rigting in de Zuiderzee uitloopende.

(I) Men vindt eene afbeelding van dit kloost. in den Zeeuwsche Volks Almanak voor het jaar 1845 waar mede bl. 50 eene beschrijving daarvan door Mr. A. Moens van Bloas voorkomt.

(2) Eene meer uitvoerige beschrijving van dit goed vindt men in: Oud-Nederland, in de uitvoerige dagen, overgeblevene Burgen en Kasteelen, geschetst en afgebeeld, door Mr. C. P. E. RoBIDk vAN DER AA , waar men ook eene afbeelding van het huis aantreft,

ZIPTEN, gedeelte lands in de bar. van Breda, prov. Woord-Braband, Vierde distr., arr., en kant. Breda , gem. Terheyden, een gedeelte van den pold. Hartel-Zipten-en-Banten uitmakende, ZIRICK (DE), water in de Vijf-Heerenlanden, prov. Zuid-Holland. Zie ZEDzsik (De). ZIRICXZEE, ouden naam van de st. ZieRikzee, op het eil. Schouwen, prov. Zeeland. Zie ZiEBIkzee. ZIRICZEA en ZIRIXEA, Latijnsche namen van de st. Zierikzee, op het eil. Schouwen, prov. Zeeland. Zie Zierikzee. ZIRIZYA, naam, onder welken de stad Zierikzee, op het eil. Schouwen, prov. Zeeland, in oude stukken voorkomt. Zie Zierikzee. ZITTEN, d.. in de Over-Betuwe, prov. Gelderland. Zie SETTEN. ZITTIG, d. in het balj. van Echternach, meijerij van Bech, grooth. Luremburg, kw. en 24 u. N. W. van Grevenmacher, arr. en 5 u. Z. O. van Diekirch, kant. en 2 u. Z. Z. W. van Echternach, gem. en 4 u. Z. W. van Bech, aan den Zittigerbach. Men telt er 15 h.. en met de bewoners van den molen, 120 inw., die allen in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden. Er is hier eene bijkerk die tot de par. van Hemstal behoort. ZITTIGERBACH (DE), beek in het grooth. Luxemburg. Zij ontspringt op de bergen ten N. W. van Zittig, bespoelt dat dorp en verder Hemstal, Boudeler en Biwer, heeft eene zuidoostelijke hoofdstrekking, neemt den Rippingerbach op en valt nabij Wecker in de Syren. ZITTIGERMUHL, molen in het balj. van Echternach, grooth. Luremburg, kw. en 24 u. N. W. van Grevenmacher, arr. en 5 u. Z. 0. van Diekirch, kant. en 2 u. Z. Z. W. van Echternach, gem. en # u. Z. W. van Bech, in het d. Zittig. ZOELEN , gem. in de Weder-Betuwe, prov. Gelderland, distr. Wijmegen, arr. en kant. Tiel (6 k.. d., 24 m, k., 9 s. d.); palende N. O. aan de gem. Maurik, O. aan Lienden, Z. O. aan de Linge,' die haar van de gena. Tiel scheidt, Z. aan Wadenoijen, waarvan zij almede door de Linge gescheiden is, N. W. aan Buren. Deze gem. bestaat uit de heerl. Zoelen, en de d. Kerk-Avezaath en Kapel-Avezaath ; beslaat eene oppervlakte, volgens het kadaster, van 2759 bund. 40 v. r. 28 v. ell., waaronder 2697 bund. 84 v. r. 98 v, ell. belastbaar land, telt 244 h., bewoond door 295 huisgez., uitmakende eene bevolking van 1940 inw., die voornamelijk in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden. Ook is er eene stijfselmakerij. De Herv., die er ruim 1800 in getal zijn, maken de gem. van Zoel en en de Bei d e n - Avezath en uit. - De Evang. Luth., die men er 5 telt, behooren tot de gem. van Tiel. - De 90 R. K., die men er aantreft, parochiëren te Haurik. - De 9 lsr., die er wonen, behooren tot de ringsynagoge te Tiel. Men heeft in deze gem. drie scholen, als : ééne te Zoelen, ééne te Kerk-Avezaath en ééne te Kapel-Avezaath - welke gezamenlijk gemiddeld door 255 leerlingen bezocht worden. Deze drie scholen, met de onderwijzerswoningen, zijn sedert weinige jaren geheel nieuw opgebouwd, als: die te Zoelen in 1851, te Kerk-Avezaath in 1841 , te Kapel-Avezaath in 1849. Te Kerk-Avezaath is aan de gemeenteschool een bloeijend instituut voor jongeheeren verbonden, waar, behalve in de vakken van het lager onderwijs, ook onderwijs wordt gegeven in de nieuwere talen, de beginselen der oude talen , de stel-, wis- natuurkunde enz.

Het wapen dezer gem. bestaat uit een veld van keel met een kruis van zilver

ZOELEN , heerl. in den Weder-Betuwe, prov. Gelderland, arr. en kant. Tiel, gem. Zoelen, palende N; W. aan Rijswijk, N. O. aan Maurik, O. aan Ommeren, Z. aan de Linge, die haar van Zandwijk en Drumpt scheidt, W. aan de Avezathen.

Deze heerl. bevat het d. Zoelen en eenige verspreid staande h.; beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 1452 bund, 71 v. r. 55 v. ell. belastbaar land, telt 129 h., bewoond door 152 huisgez., uitmakende eene bevolking van ruim 950 inw., die in landbouw en veeteelt hun bestaan vinden.

De inw., die er, op 25 na, allen Herv. zijn, onder welke ongeveer 500 Ledematen, maken cene gem. uit, welke tot de klass. en ring van Tiel behoort. De eerste, die in deze gem. het leeraar ambt heeft waargenomen, is geweest Cornelis van Utrecht, die, volgens de overlevering, in het jaar 1576 Pastoor zijnde, met zijne gem. tot de Herv. overging. In het begin der achttiende eeuw zijn twee Predikanten van Zoelen tevens derde Predikant te Tiel geweest. Het beroep is eene collatie van den Ambachtsheer. Onder de hier gestaan hebben de Predikanten vinden wij vermeld den Nederduitschen Dichter BERNARDus Bussuor, die er in 1617 van Oijen beroepen werd en in 1619 naar Utrecht vertrok.

De enkele Evangel Luth, die er woont, behoort tot de gem. van Tiel. - De 22 R. K., die men er aantreft, parochiëren te Maurik. Men heeft in deze heerl. eene school, welke gemiddeld door 115 leer"# bezocht wordt.

et is zeer waarschijnlijk, dat Zoetes van ouds eene vrije heerschap

was, die naderhand door de Graven van Gelderland ten onder gebragt is. Ten minsten Heer Orro van Zoelen wordt Edele Heer betiteld, en zegelde in 1265 met Otto van Enere, voerende een kruis voor wapen. Op dat zelfde jaar staat hij tusschen de dienstmannen van den Graaf van Gelre , hetwelk niet wel met den cernaam van Wobilis viri kan overeengebragt worden. Omtrent dien tijd was ook in leven Heer Wouter van Zoelen, Ridder, die in 1275 en 1279 borg was van RuBREcht van BosmNCHEM , en in 1281 zich voor Graaf REINALD aan eenen lombardhouder verpligtte. Otto van Zoelen was in 1298 reeds overleden, en hij had eene dochter nagelaten, van welke Heer AREND vAN ARKEL , Ridder, Momboor was, en door den Graaf van Gelre ten haren behoeve , tot dat zij mondig was, met het huis van Zoelen beleend werd, onder voorwaarde, dat hij het voor den Graaf zou openhouden, en bezorgen, dat de kinderen van Heer WELY, Ridder, vas Zoelen, op dat huis vertijen. Naderhand vindt men nog Heer Otto van ZoELEN , Ridder, die, nevens zijn broeder WoutER, met het gemaal van Wadenoijen, Drumpt, Avezaath en Hamme, in 1555, door den Graaf is beleend. In eenen brief van 1557, die betrekking tot de Veluwe heeft, wordt hij genoemd Drossale des Graaven van Gelre, dus is het te denken, dat hij Landdrost aldaar was. In 1544 was hij Rigter van Neder-Betuwe. Het huis en heerlijkheid werd, in 1562, door ARNT vAN ARKEL en zijne twee zonen, aan Hertog EDUARD, onder zekere voorwaarden, overgegeven, en in het jaar 1422 gaf Hertog Reinald die in pandschap aan Heer JAN van Rossem, Ridder, in welk geslacht die gebleven zijn, tot dat Heylwig van Rossen, in 1566 met DIRK WIJGR trouwende, Zoelen aan haren man overbragt.

ZoELEN wordt , nevens A v eza a th, in de landbrieven van NederBetuwe begrepen. In 1506 heeft Hertog Karel de hooge heerlijkheid des kerspels ZoELEN, aan Willem van Rossem en aan zijne nakomelingen verschreven en overgegeven met de gemeenten, wildbaan, tollen, renten, visscherijen in de Linge, die den Heer van Zoelen voormaals toebehoord hadden, uitgezonderd, » dat dezelve heerlijkheid ten » allen tijde, tot schatting en Bedepenningen betaalen zal, ook met klok» kenslag en dienst der hoogheid bewant blijven.” In 1588 vertoonden de Momboors van Joost van RossEx, Heer van Zoelen, aan het Hof, dat Zoelen eene vrije heerlijkheid was, die met geene nieuwe schattingen mogt belast worden, dan alleen met zulke, die andere oude heerlijkheden mede droegen, en klaagden, dat de Ambtman van de Neder-Betuwe haar wilde doen betalen in de onkosten van het veraderen der Ridderschap, wegens de verbetering der landregten. De Ambtman berigtte daarop, dat Zoelen eene geregtsbank van NederBetuwe zijnde, en de landsregten genietende, hare taks moest voldoen. In latere dagen hebben de Heeren van Zoelen, zich bij het regt van hooge heerlijkheid, niet kunnen handhaven. Toen Karel VYgn , Heer van Zoelen, in 1679 overleden was, is de heerl. overgegaan in het geslacht van RENEsse en later door aankoop in bezit gekomen van het geslacht van Pieck, want KAREL Pieck, Heer tot Brakel, werd den 29 Maart 1700 daarmede beleend. Achtereenvolgens waren nu WILLEM ii EN DR! k Pieck, ANNE FRANs Willem PIEck, WILLEM HENDRIK Grave vAN BvLAND en ANNE FRANs Willem Pieck eigenaars van Zoelen, door welke laatstgenoemde de heerlijkheid is verkocht aan AART Jonas WEnsrolk, vader van den voorlaatsten bezitter, JoHAN GIJsBERT Baron Verstoik, Heer van Soelen met den Aldenhaag, voormaals Minister van Buitenlandsche Zaken, later Minister van Staat, enz. enz., en den 5 November 1845 te Zoelen overleden. Thans is deze heerl. in eigendom toebehoorende aan zijn zusters zoon Johan Adolf Völcken. Het d. Zoelen of SoElex ligt 7 u. W. ten N. van Nijmegen, # u. N. van Tiel, 1 u. O. van Buren, aan de Linge, waarover hier eene brug ligt. Het is eene zeer oude plaats, welke men reeds vermeld vindt op het jaar 880. Men telt er in de kom van het d. 45 h.. en ongeveer 520 inw. De kerk, welke vóór de Reformatie aan den H. STEPHANUs was toegewijd, is een vrij net gebouw, met een en dikken hoogen toren. Het orgel in deze kerk, dat er in 1747 in geplaatst was, is in den zomer van 1842 door het inslaan van den bliksem beschadigd. Tot de herstelling werd de gemeente in staat gesteld door den toenmaligen Ambachtsheer Veestolk van Soelen, en zij werd opgedragen aan C. F. A. Napen, Orgelmaker te Deventer, en het orgel den 4 December 1842 weder ingewijd. In de kerk vindt men eene tombe van het oud adell. geslacht van Pieck. In 1844 is er eene nieuwe pastorie gebouwd, welke verreweg de fraaiste van de Betuwe mag genoemd worden. Men heeft hier een oud adell. h., het Kasteel van Zoelen geheeten. Zie hieronder. Vroeger stond er nog een kast., A1 de n hage genoemd, welks Heeren nog vroeger dan die van Zoelen vermeld worden, en waar thans op een der oude heuvels eene deftige graftombe verrijst, welke het stoffelijk overschot van Neêrlands grooten Staatsman, den voormaligen Heer van Zoelen, Johan GijsBeat Baron VERstolk van Soelen, bevat. Zie voorts het art. OLDENHAAG. Er wordt hier jaarlijks den 17 April paarden- en beestenmarkt gehouden.

« VorigeDoorgaan »