Pagina-afbeeldingen
PDF

Ook is er eene fraaije gedeeltelijk overdekte V is eh in a rkt. De Kazern en, in de Kerkstraat en de Strikstraat, hebben in 1856 belangrijke verbeteringen ondergaan en een oud Magazijn is toen tot Werkplaats en voor d e n garn is o en ss mid en ge we er maker ingerigt. w Merkwaardig is ook nog een huis in de Monnenstraat, waar eenmaal de vermaarde MAARTEN van Rossem gewoond heeft en welks muren, zoo van den voor- als van den achtergevel , ongeveer 1,90 ell. die zouden zijn, terwijl daaronder kelders gevonden worden, die met onderaardsche gangen eenen uitgang zouden gehad hebben in zijne heerlijkheid Rossem, 14 u. van Zalt-Bommel gelegen. De Herv. hebben hier eene kerk, de Groote kerk geheeten, staande op een plein, bezijden de Kerkstraat en de Wieuwstraat, het Kerkhof genaamd. Deze is, zoo wegens de oudheid van het metsel- en timmerwerk, als wegens het groote vensterlicht zeer aanzienlijk. Daarbij is zij zich zelven in alle deelen gelijk en van een gelijkvormig maaksel, als zijnde door den zelfden bouwmeester, op den zelfden tijd begonnen en voleindigd, zonder eenige tusschenpozing. Zij is in het jaar 1504 gewijd ter gedachtenis van den H. MAARTEN. Bij de kerk staat een toren, in hoogte den toren van de St. Maartenskerk te Utrecht zeer nabij komende en van den zelfden bouwtrant als den dom van Utrecht en den toren van Rhenen, hebbende drie omgangen. Doch de spits van den Bommelschen toren is in 1558 door den bliksem afgebrand, waarover de Heer Johan ms Belae, in leven. Burgemeester van ZALT-Bommel, een fraai jaarschrift heeft gemaakt; hetwelk binnen de kerk op het afbeeldsel van den ouden toren te lezen is : aAEC mABVIT VRAIs FastIGIA FVLMINE FLAgaans CoRRVIT, AC roto VERT1CE NVDA stet It Welk jaarschrift door Jonker ANDRIEs Schadé van Westrun aldus vertaald is : Voon DAT HET BLIXEMs VUUR zIIN' nooCnte stACK IN BRANT. zoo stond DIt sChooNe spIts uïER PRACHTlo op GEPLANT. In de gemelde kerk was een kapittel van 10 Kanunniken; hetwelk GERRIT VAN Nassau, Schatmeester der Utrechtsche kerk en BAREND van VueaEN, Kanunnik van St. Pieterskerk te Utrecht, volgens Miraeus gesticht hebben, in het jaar 1505. De kerk is ruim ; rust op twee rijen zware kolommen, en bevat een der schoonste orgels van het Rijk, in eenen modernen stijl opgetrokken. Ook ziet men thans in het westelijk gedeelte een muurschilderwerk, voorstellende de H. Chaistornoaus, dragende het kind Jezus door het water, in natuurlijke grootte, hetwelk voor eenige jaren, bij het witten der muren ontdekt is. Vroeger hadden de Herv. hier nog eene kerk, in de Gasthuisstraat, de Kleine-kerk geheeten, doch deze wordt sedert het jaar 1850 niet meer tot godsdienstoefening gebezigd, en is aan het Gasthuis, waaraan zij ook eertijds behoord heeft, in koop afgestaan, ten einde aan dat gebouw te worden aangetrokken. Zij heeft eenen hoog opgaanden sierlijken toren, waarin een zeer welluidend klokkenspel is, hetgeen gehouden wordt voor het beste, dat langs de Waal wordt aangetroffen, en waarvan het uurwerk bij het slaan eenige ruitertjes te paard in beweging brengt. Vóór het jaar 1850 werd in deze kerk des winters Zondags avonds en des zomers in de week door de Hervormden gepredikt, ook namen de Evangelisch-Lutherschen er hunne godsdienst in waar. Sedert het genoemde jaar houden deze laatsten hunne godsdienstige vergaderingen in de Groote kerk der Hervormden.

XIII. Dert. 4

Toen den R. K. was toegestaan te Zalt-Bommel eene bidplaats te hebben, hebben zij daartoe van zekere jufvrouw TEN OEven een huis eerst gehuurd en daarna gekocht. Deze bidplaats is in een nieuw kerkenhuis veranderd, in 1781, op den grond daartoe verleend door Theodorus Orro Med. Doctor en Professor, zijnde dit een langwerpig vierkant, in- en uitwendig fraai gebouw, in de Oliestraat, met eenen kleinen, vierkanten toren, een orgel en een altaar. Men had er vroeger mede een klooster van Reguliere Kanunniken St. Peters po el , geheeten, waarvan men thans de juiste standplaats niet meer weet aan te wijzen, en een klooster van Reguliere Kanunnikessen, in de Wonnenstraat, Maria-Magdalena-klooster geheeten, waarvan de gebouwen thans tot geweermakers winkel dienen (1). De Synagoge, in de Kloosterstraat, is een klein, doch doelmatig ingerigt gebouw, Onder de liefdadige gestichten verdient vooral melding het Gasthuis, in de Gasthuisstraat, zijnde een prachtig gebouw, met ruime zalen, en dienende ter verpleging van zieken van alle gezindten, ten getale van 25, terwijl het ook buiten 's huis hulp verleent. Het Hervorm de Weeshuis, op het Kerkhof, is een ruim gebouw, waarin gemiddeld een getal van 150 kinderen zouden kunnen verpleegd worwen, doch, bij gebrek aan de noodige fondsen, worden de weeskinderen naar Frederiksoord gezonden, en het weeshuis tot Be waar school gebezigd. Het Oude Mannen- en Vrouw en huis, in de Nieuwstraat, is een ruim en goed ingerigt gebouw, met 17 vertrekken, waarin 5 mannen en 20 vrouwen zijn opgenomen. Men heeft er een Departement der Maatschappij : Tot Witt van 't Algemeen, dat den 20 November 1817 is opgerigt, ruim 80 Leden telt en in een eigen gebouw, in de Kloosterstraat, vergadert. Bovendien zijn er: Afdeeling en van het Nederlandsch Bijbelgenootschap, van het Nederlandsch Traktaat genootschap, van het Nederland sch Zendeling genootschap en van Christelijk H ulp be too n. Aan de Latijnsche school wordt door eenen. Rector aan 12 leerlingen onderwijs gegeven. Onder de hier geweest zijnde Rectoren verdient melding de door zijne schriften bekende Janus Mannus Hoogvliet, die hier van 1822 tot 1829 geweest is. De Teekenschool telt 25 leerlingen; de Stads Fransche kostschool voor Jonge heer en heeft 40 leerlingen; de F ransche kostschool voor Jonge juf vrouw en 25 leerlingen; de Stads Nederduitsch e school 80 , de Nederduitsch e tussch en school 60, de Stads Arm en school 250 leerlingen; de Herhalingsschool, welke alleen des zomers gehouden wordt, 40 leerlingen; de Be waarse hool, 155 kinderen , en de Israëlitische school, 55 leerlingen. ZALT-Bonnet is de geboorteplaats van Gijsbertus Masius, eigenlijk Giro»ent Maas, den vierden Bisschop van 's Hertogenbosch, + 11 Julij 1614. Van de Godgeleerd en : GERARDus MoRingus, in 1556, als Professor in de theologie in de abdij van St. Truijen, in het toenmalig bisdom Luik, na eerst die zelfde waardigheid in de abdij van St. Geertruida te Leuven, bekleed te hebben; Adrianus Buurt, geb. 27 Mei 1711 , + 25 December 1781 , als Predikant te Amsterdam, en Henmannus RoxAARDs, geb. 7 April 1755, f 5 Januarij 1825, als Hoogleeraar in de Godgeleerdheid en Akademie-prediker aan de Hoogeschool te Utrecht. 'Van de Regts geleerd en : Thomas Vlas, gezegd Linx Eus, Raad van HENDnik, Graaf van Nassau, Heer van Breda, geb. omstreeks 1560, JAN vAN GLUMMER, Raadsheer in het Hof van Gelderland, en Wilhelmus Cup, f in 1669, als Hoogleeraar in de Regten te Franeker. Van den Grieks c h e Letterkundige : LAMBERTus BARLeus (LANment van BAARLe), geb. in 1595, f 17 Junij 1665, als Hoogleeraar in de Grieksche taal te Leyden. Van den Geschiedschrijver Henricus BoMMELlus, (HENDRik van Bommel), die omtrent het jaar 1550 geleefd heeft. Van de Staatslieden : ELBERTUs LeoNINus (ENGELBERT DE Leeuw), geb. in 1519 of 1520, + 6 December 1598, als Kanselier van Gelderland en Mr. Jacob ABRAHam Uitenhage de Mist, geb. 20 April 1740 + 5 Augustus 1825, als Lid van de Eerste kamer der Staten Generaal. Van den Krijgsman MAARTEN van Rossen, geb. in 1478. Van de Schilders: Nicolaas van Ravestein, geb. in 1601, t in 1750; Johannes Vorstermans, geb. in 1645; GERARD Hoet, geb. in 1648, f in 1755; diens zoon HenDaik Jacon Hoet, geb. in 1695, if in 1755; HENDRik Soukens, geb. in 1680, f in 1711, en diens broeder GiusBeat Soukens, geb. in 1685. De stad ZALT-Bommel is dikwerf zeer diep in de Geldersche oorlogen gewikkeld geweest. In het jaar 1286 deed de Hertog van Braband eenen inval in het Land-van-Overmaze. Hertog REINALD van Nassau zocht den Brabander wel te keer te gaan, doch zijne magt was te zwak. De Hertog van Braband, duchtende, dat zijne partij zich bij Tiel te veel versterken zou, verzon, om zulks te ontgaan, dat het land van Bommel een Brabandsch leen was, waarvan de Gelderschen de leenverheffing verzuimd hadden, en eischte het dus voor zich. Graaf REINALD , vreezende voor het verlies van zulk een gewigtig deel, bragt al zijne magt en ook die van zijne vrienden bijeen, om den overkant te bewaren. Die van ZALTBommel ontvingen en erkenden echter den Hertog van Braband voor hunnen Heer, ofschoon de Gelderschen in hun gezigt waren. In den twist tusschen vader en zoon, te weten de beide REtNALus vAN Nassau, deden de Heeren vAN BUREN en ARKEL, in 1509, eenen inval in den Bommelerwaard, waarbij de stad geheel geplunderd en verwoest werd. In 1565 werd Zalt-Bommel, door Hertog Eduaap, belegerd en ingenomen, en alle de Brabanders van daar verdreven. Drie jaren daarna werd zij beklommen door Goosen van VaRik, die zich met eenige Heekerschen vereenigd had. Hertog Eduand, hier van berigt krijgende, kwam met allen spoed derwaarts, heroverde de stad, en deed de Heer van PARwYs en andere Brabanders onthoofden; de Heer van VABIk was des nachts de stad ontvlugt. In 1572 werd zij door den Graaf van Blois ingenomen; de burgers moesten aan hem opbrengen 6000 gulden, tot straf dat zij hem niet voor Hertog van Gelder hadden willen erkennen. In het jaar 1477 trokken die van ZALT-Bonnel, met eenigen van Wageningen, bij loting uit, onder hunnen Burgemeester Hagestour, met oogmerk, om eenige dorpen, in den omtrek van Buren, onder bedwang te houden, maar zij werden door den Heer van IJsselstein, die bij havensway in hinderlaag lag, onverwacht verrast. Verschillend zijn de verhalen daarvan: deze zeggen, dat zij vlugtten; anderen, dat zij IJsselstein in het open veld geslagen hadden, Toen in het jaar 1481 , Maximiliaan, Aartshertog van Oostenrijk, en zoon van Keizer FREDERIK III, in huwelijk hebbende MARIA van Bountosnië, zich gereed maakte, om, met een magtig heir, dat te 's Hertogenbosch, Gorinchem en elders in winterkwartieren gelegen had, zijne aanspraak op Gelderland te doen gelden, was hij verzeld van vele aanzienlijke mannen. Zijn leger kwam in den Bommelerwaard, en een goed gedeelte daarvan in de stad, terwijl die van Zalt-Bommel bezig waren met den naamdag van St. Ignatius te vieren. Ongeloofelijk snel waren de burgers in het geweer, en joegen de overvallers met bebloede koppen en met schande beladen de stad uit, ter gedachtenis daarvan leest men boven de Boschpoort : IgNACIl WIn LVCesCIes BoMeL EXTVI. It nostEs. Het volk van den Aartshertog, om dezen blaam uit te wisschen en Zalt-Bommel te benaauwen, overweldigde, in de Bommelerwaard eenige welgelegene plaatsen en heerenhuizen, waaronder ook het slot Hemert, op de # ## daardoor grootelijks de toevoer naar de stad verhinderende. Zalt-Bommel hierdoor de dringendste levensbehoeften missende, was genoodzaakt op andere middelen te denken, te meer toen er berigt kwam, dat Nijmegen, Tiel en andere steden genegen waren, om de magt van den Hertog niet te gevoelen. Dus zonden zij dan ook hunne gemagtigden naar 's Hertogenbosch, om Maximiliaan en Maria in hnnne waardigheden te erkennen. Dit geschiedde den 27 April 1481. De gemaakte vrede was van geen langen duur. Hertog Albeat van Saksen deed, in 1497, eenen inval in den Bommelerwaard, nam het Reguliers-klooster en andere plaatsen ter benaauwing van de stad in ; doch geen kans ziende, de stad te overweldigen vond hij zich gedrongen op te breken. In het jaar 1504 zond Keizer Maximiliaan, Renolen van Asmolt, een Duitsch vorst, en in zijnen tijd een aanzienlijk krijgsman, met een leger naar Bonnel; doch , wat moeite hij ook aanwendde, hij moest mede zonder de stad overweldigd te hebben, vertrekken. In het volgende jaar besloot Koning Filars, voornemens zijnde, zich naar Spanje te begeven, door magt van wapenen, zich van het bezit van Gelderland te verzekeren. Naar alle oorden van de Nederlanden deed hij brieven afgaan, eischende van zijne leenmannen geld en volk en de nalatigen met zware boeten bedreigende. Door dit middel een aanzienlijk leger bijeengebragt, hebbende vertrok hij daarmede naar Gelderland en belegerde de stad Bonnel, welke hij geweldig deed beschieten. Of dit beleg hem te lang in zijn voornemen opgehouden hebbe, of dat hij geen kans zag de stad te bemagtigen, valt niet te beslissen, zeker is het, dat hij die belegering in eene omsingeling veranderde en twee blokhuizen voor de stad opwierp, zoodat niemand er kon in- of uitkomen. Maar toen hij zag, dat hij door de welgemoedheid en eensgezindheid der burgers en soldaten veel volks verspilde, en er geen kans was, om de stad meester te worden, besloot hij die bezet te houden, en met het overige zijns legers, naar Arnhem te trekken, hetwelk hij bemagtigde, waarop Harderwijk, Wageningen, Elburg en Hattem volgden, en daarna Doetinchem, Lochem en Groenlo. ZALT-Bommel had reeds een beleg van drie maanden verduurd en zou zich nog niet overgegeven hebben, had niet Hertog Karel, die zich reeds onderworpen had. de burgers met tranen in de oogen daartoe bewogen. Hertog Karel van Euroso, speelde echter den geveinsde, want zoo haast was F1urs, in het volgende jaar, niet naar Spanje vertrokken, of hij vond middel, om vermomd in Gelderland te komen, en toonde toen weinig acht te slaan op het gemaakte verbond; integendeel maakte hij zich meester van onderscheidene steden, en kwelde niet alleen Filips, maar ook zijnen opvolger KAREL V. Om meester van ZaltBommel te worden bediende hij zich van Dink vaN HAAFTEN , een Geldersch Edelman, die onderscheiden goederen zoo in den Tieler- als in den Bommelerwaard bezat. Deze had zich voorzien van een voerschip, dat van binnen opgepropt met volk, en van boven met rijsbossen bedekt was, daarmede vertoonde hij zich 's morgens vroeg voor de Waterpoort te Bommel. De Edelman zelf was gekleed als een koopman, toen de portier hem vroeg, wat hij geladen had ? was het antwoord : rijsen. Dit was de leus voor de zijnen, die van binnen begonnen op te rijzen en op den wal sprongen; zij ontweldigden den portier de sleutels, openden de poort, en drongen met een groot geschreeuw van Gelre ! Gelre 1 de stad in. De # bezettelingen, die op het slot, in plaats van in de stad, lagen, waren meest op roof uit. De burgers vielen van Haarren terstond toe , en hielpen de bruggen van het slot afbreken ; zij , die er zich op bevonden, gaven zich den 28 Januarij 1511 over. In Februarij van dat jaar trok Hertog KAREL van Geloen, met eene groole magt, waarbij ook vele Bommelsche burgers waren, naar Heukelom; doch om het in te nemen vonden zij meer tegenstand dan zij verwacht hadden. Die van Heukelum versloegen er 500, onder welke velen van deze stad. Den 27 Augustus van dat zelfde jaar deden zij eenen togt in de Landen van Heusden en Altena, en brandden het dorp Aalburg, digt onder Heusden, af, alsook het dorp Andel, onder Altena; den 8 Januarij van het volgende jaar leidden zij het dorp Engelen in kolen, en den 25 van die maand de dorpen Geffen en Nuland. Omstreeks Paschen van het jaar 1512 trok de burgerij van 's Hertogenbosch uit om Zalt-Bommel te benaauwen, en over het veer te Oijen, aan de Geldersche zijde, een blokhuis op te rigten; hetwelk, ingeval het volmaakt had kunnen worden, van groote dienst zoude zijn geweest; doch het werd niet voltooid, deels om de oneenigheid, welke men met de soldaten had, die, eene maand loon vooruit begeerden, hetgeen, om het onvermogen der stad, onmogelijk was te doen, deels omdat de Gelderschen het stadje Megen aan den Brabandschen oever der Maas, ingenomen en verbrand hadden. In het jaar 1525 staken die van Zalt-Bommel den brand in het dorp Orten, voor de poorten van s Hertogenbosch. In 1527 ontnamen zij die van s Hertogenbosch een schip geladen met vijgen en rozijnen. In het volgende jaar namen de Gelderschcn nog onderscheidene geladene schepen, die uit Holland kwamen en te s Hertogenbosch te huis behoorden. Ook namen zij, in het begin dezes jaars, vele Brabandsche kooplieden die van de Frankforter mis terug kwamen, gevangen. De meeste hunner waren burgers van Antwerpen en s Hertogenbosch. De Regering dier steden hierover gebelgd, bragten in allerijl een hoop volks bijeen, waarmede zij eenen strooptogt in Gelderland deden, en schreven brandschattingen uit tot Zutphen toe. ZALT-Bommel, mogelijk beducht, dat het haar gelden zoude, zond eenige gemagtigden naar s' Hertogenbosch, om een bestand te maken. Doch deze werden aldaar kwalijk bejegend, en men zond liew met dit ruwc antwoord terug:

t1 , zie daaromtrent meer outstandig onze art MARIA MAGDALENA-kloosters sr ea | Et, it Poel. (Sr 2

« VorigeDoorgaan »