Dat seste boec van serpenten: Een onderzoek naar en een uitgave van boek VI van Jacob van Maerlants Der naturen bloemeIn het zesde boek van zijn encyclopedie Der naturen bloeme (±1270) behandelt Jacob van Maerlant de 'serpenten'. Marcel van der Voort, mediëvist én liefhebber en kenner van slangen, heeft de elf overgeleverde handschriften van Der nature bloeme onderzocht en is tot de conlusie gekomen dat de Londense codex het meest compleet is en het dichtst bij Maerlants Latijnse bron staat. Het is dan ook het serpentenboek uit deze codex dat Van der Voort in een kritische leeseditie presenteert. De editie is voorzien van commentaar, zodat de tekst ook voor niet-ingewijden begrijpelijk is. In zijn inleidende studie behandelt Van der Voort de onderlinge verhoudingen van de codices, doet hij verslag van zijn speurtocht naar het beste handschrift en geeft hij een uitvoerige beschrijving van de Londense codex en van Maerlants vertaaltechniek. In de 'herpetologische glossen' geeft hij een biologische verklaring voor de merkwaardige eigenschappen die Maerlant aan serpenten toeschrijft. En passant maakt de lezer kennis met de rijke cultuurhistorie van slangen. De bijlagen bevatten onder meer reproducties van het Londense handschrift, een diplomatische partituureditie van alle handschriften, een glossarium en Maerlants Latijnse brontekst met Nederlandse vertaling. |
Wat mensen zeggen - Een review schrijven
Inhoudsopgave
Den rechten drake dat market wel XVI10 | 295 |
So dat sulc hevet die vrese so groet XVI12 | 296 |
Mare hi nes altoes niewer toe goet XVI22 | 297 |
Dat hi niet ne si van felre voere XVI27 | 298 |
Want gheraken si ter wider ze XVI31 | 299 |

