Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

In een ouden rentelegger uit het begin der 15de eeuw, wordt dit dorp Scinle genoemd; deze schrijfwijze schijnt overgenomen uit andere soortgelijke boeken, zoodat niet is na te gaan van wanneer zij dagteekent.

Een charter van hertog Jan II van 5 December 1299, waarbij verlof gegeven wordt om een graanmolen te bouwen, noemt haar Skinle.

Scijnle, bij de uitgifte der heidegronden aan de ingezetenen den Oden December 1309, door hertog Jan.

Schindel wordt zij genoemd in de verpandings-akte der heerlijkheid, aan Hendrik van der Leck in 1398.

Schindel in een vonnis van den Raad van Brabant van 10 Mei 1604.

Schijndel den 9 Februari 1652, in eene vergunning der Staten-Generaal om eenige heidegronden te verkoopen.

In het grafschrift van Michaël de Tilia, pastoor der kerk, die den 28 October 1434 overleed, hetwelk zich in de St. Pauluskerk te Luik bevindt, wordt zij genoemd Schindel.

Scijndel, in den rentelegger des kapittels van de Bossche St. Janskerk, uit 1506.

In de lijst der kerken van het bisdom, van 1520, Schijndel.

Deze schrijfwijze is blijven bestaan en stemt overeen met de tegenwoordige uitspraak.

De klemtoon ligt op de éérste lettergreep.
Familienaamen: van Schijndel, van Schendel.

Mierlo. Een dorp in het kwartier Peelland der voormalige Meijerij van den Bosch. Dit wordt genoemd: Mierle in de grensscheiding met andere dorpen, door Jan hertog van Lotharingen en Brabant, daags na St. Jacob 1292.

Mirle, in de akte, waarbij de heidegronden door hem aan de ingezetenen ten gebruike werden afgestaan, den 4 December 1300.

Mierle, in de akte waarbij Hendrik, heer van het dorp, in 1312 de vrije heerlijkheid aan den hertog van Brabant opdroeg.

Myerle in den verhef brief dezer heerlijkheid door Joanna, hertogin van Brabant, den 15 Mei 1358 gegeven.

Afwisselend wordt dit dorp verder in onderscheiden stukken genoemd: Mirloe, Myerloe, Mierloe.

In 1570 wordt het Mierle genoemd in de lijst der kerkelijke instellingen van het Bossche Bisdom, door den deken van het kapittel, Gisbertus Couverincx opgesteld.

Mierloo in een rechtsgeding, den 18 November 1663 geëindigd. Mierloo in een vonnis des Raads van Brabant van 17 December 1703.

De

Deze laatste schrijfwijze stemt met de gewone uitspraak overeen. klemtoon valt op de éérste lettergreep.

Afgeleid zijn de familienamen: van Mierlo, van Miederlo.

Dinter. Een dorp in het kwartier Maasland der voormalige Meijerij van den Bosch. In 1196 schonk Albert van Dintere aan de abdij Bern eene landhoeve, Bernheze, en andere vaste goederen; zijn naam schijnt in deze akte verbogen in den genitief.

Dijnter, in de akte waarbij Hertog Jan van Brabant, op 'St. Laurensavond 1352, aan de ingezetenen het gebruik der heidegronden afstaat; Dijnter ook in 1473, in de pootkaart, den 18 Februari, door Ridder Peter van Vertaing, heer van Heeswijk, Dinther en Asten verleend, waarbij de inwoners het recht erlangden, om eiken- en alle ander hout tot op vijftig voet van hun erf op 's heeren grond te mogen planten. Maar in eene andere uitgifte van gemeentegronden of heiden op St. Lamberts-avond 1378 door den hertog, wordt dit dorp Dijnther genoemd.

Dijnter in den rentelegger van het kapittel der Bossche St. Jans-kerk, van ongeveer 1506.

Dinter schrijft de Schepenbank van den Bosch, in een rechtsgeding den 18 November 1671 ; Dinther verschijnt voor het eerst in een Octrooi van den heer van Dinther, den 14 Mei 1771.

Uit de oude spelling blijkt niet met zekerheid of de i kort dan wel lang werd uitgesproken.

Er is een brief bekend van Godefridus, rector der kerk van Dijnter, uit het jaar 1331, welke deze onzekerheid ook niet opheft.

De i wordt tegenwoordig scherp uitgesproken, zonder overhelling noch naar ie, noch naar ij.

In de geschiedenis is algemeen bekend de kroniekschrijver Edmund Dinterus of van Dinter, secretaris der hertogen van Bourgondie in het eerste kwartaal der 15e eeuw; zijn naam, die ook zeer verschillend geschreven wordt, was van dit dorp afgeleid.

De geslachtsnaam van Dinther komt nog dikwijls voor.
De h, in de tegenwoordige schrijfwijze, heeft geen reden van bestaan.

Boxtel. Baronnie in het kwartier Oosterwijk, der voormalige Meijerij van den Bosch.

De oudst bekende schrijfwijze schijnt te zijn Buxten; althans in een diploom van het jaar 1080, waarbij gravin Adelheid aan den Utrechtschen bisschop Coenraad baar landgoed Orthen opdraagt, treedt als getuige op een Herburtus de Buxten, die altijd als een van Boxtel is beschouwd.

Boucstele wordt zij genoemd in een charter van 1291 de heerlijkheid

betreffende, dat in het bezit is van den tegenwoordigen heer ; in soortgelijke charters van 1394 en 1395 Boextel.

Bocxtell den 6 Mei 1483, in een charter waarbij de heer, Hendrik van Ranst, in het bezit der heide- of gemeente-gronden wordt bevestigd ; Boextel, in den rentelegger des kapittels van de Bossche St. Jans-kerk, uit het jaar 1506. Boxtel in eene uitspraak des Raads van Brabant den 27 September 1604. Afgeleid de geslachtsnamen : van Boxtel, van Bokstel.

De klemtoon valt op de éérste lettergreep ; in de uitspraak wordt de t niet gehoord.

Empel. Een dorp in het kwartier Maasland der voormalige Meijerij van den Bosch.

Op het gezag van zeer geachte schrijvers, is algemeen aangenomen dat van Empel, onder den naam van Empele, reeds gewaagd wordt in stukken van 814, 815 en 839. Dit berust op geen vasten grond, waarom eene opheldering noodig is.

De bedoelde stukken zijn de diplomata der Duitsche abdij Laurisham, die in 1778 te Mannheim zijn uitgegeven, en door Bondam, voor zoover Nederland betreft, werden overgenomen in zijn Charterboek van Gelderland. Daaronder komt een stuk voor, hetwelk eene opsomming inhoud: van de vaste goederen, die aan Laurisham in bovengenoemde jaren geschonken werden, en waarin Empel (Empele) vermeld wordt. Maar men heeft over het hoofd gezien, dat dit belangrijk historisch bescheid geene dagteekening draagt, en dat het eenvoudig een korte opteekening is, genomen uit de oudere, oorspronkelijke oorkonden, waarvan daar niets nader wordt medegedeeld, en die ook niet meer bestaan. Zeker is het dus, dat in 814, 815 en 839 goederen te Empel gelegen aan die abdij werden vermaakt, maar het is niet bekend hoe de naam van dat dorp toen werd geschreven, want de opsteller dier aanteekening, welke blijkbaar uit lateren tijd is, heeft het hoogstwaarschijnlijk genoemd, zoo als het bekend was toen hij schreef.

Het eerste gelijktijdig stuk waarin Empel vermeldt wordt, is een diploom dierzelfde abdij uit het jaar 969, het de regeeringsjaar van koning Otto en daar wordt het Empele genoemd.

Een Joannes de Impla komt voor in een diploom onder Boxtel omschreven, van 1080, maar deze spelling schijnt eene afwijking te zijn.

Empla wordt het genoemd in een diploom van den Roomsch-koning Coenraad (3e der nonen van April 1146, 9e Indictie) waarbij de abdij Crepin in Henegouwe in het bezit van vaste goederen bevestigd wordt, vroeger aan die van Laurisham behoorden.

Emple, in eene akte van Radulf, bisschop van Luijk, van het jaar 1168, die in de kerk van Empel een altaar had gebouwd.

Empla en Emple, in eene overeenkomst ten jare 1169 tusschen de abdij van Crepin en haren Advokaat - de wereldlijke verzorger harer belangen – te Empel, aangegaan.

Eijmpel, in een leenverhef brief der heerlijkheid Empel en Meerwijk, Woensdag na Misericordia-Zondag, 1372.

Empel, in eene akte van Gerrit, heer van Meerwijk, Zaterdag na Kerstmis, 1378.

De klemtoon valt op de éérste lettergreep.
A fgeleid de familienaam : van Empel.
's Hertogenbosch.

J. C. A. HEZENMANS.

Zieriksee, op Schouwen, prov. Zeeland. Het vroegst vinden wij den naam dezer plaats vermeld bij Wauters, Table Chron. III, p. 334, en wel onder den vorm Sirikese, in het jaar 1210. Doch vooral merkwaardig sis de vorm, waaronder die voorkomt ao. 1220, in de oorkonde, waarin de goederen opgenoemd worden die graaf Willem I aan zijne gemalin Maria als huwelijksgift verleent: ....Ad hec assignavi eidem uxori mee in dono matutino et nupciali, que vulgo appellatur morghinegave, molendina aquatica de Syricseporch. (Cartul. B. div. privil. in het Rijksarchief te Brussel, Oorkb. van Holl. & Zeel., I. 270.) Dit porch" echter is, volgens het oordeel van Prof. Kern, een in alle soorten van Nederlandsch, d. i. Nederduitsch, onbestaanbaar woord, en is zonder twijfel een verkeerd gelezen porch, d. i. porth (port), het welbekende (oorspronkelijk Latijnsche) middel-nederlandsche woord voor stad, van waar ons poorter.

Verder komt in die oorkonden verzameling de plaatsnaam gedurende dezelfde 13de eeuw nog onder de navolgende 30 verschillende vormen voor: Sirixe ao 1226 en 1233.

Zerixee a'. 1248. Sericze 1229.

Zierixe 1250, 128, 1296 Zirkese 1236.

vijfmaal en 1299. Siricze 1240.

Ziertkshe 1250. Ziriczee 1246 en 1271.

Zericzee

1 250 omstr. Ziericze 1248.

Sirkise

1255. Zierixee 1248bis, 1250bis, Zerixee

1257. 1255 en 1297.

Syricse

1258 omstr.

Il

[ocr errors]

Il

I!

Il

[ocr errors]
[ocr errors]

I/

I/

Zeerixe ao. 1258.

Ziricze ao. 1279.
Zyrixe

1 266, 1292bis, Zieriexzee 1281.
1 293bis, 1296 ter, Zeerixee 1283,

1297 4maal, 1298. Zierickzee 1285 en 1290. Zirice 1272.

Zierczee 1297. Zirixe 1272, 1275, 1285 Zirixie

1297. en 1295bis.

Zierikzee 1297 viermaal. Ziericzee 1276, 1290, 1293 Zyrixhe 1297. en 1299.

Ziericzee 1299 bis. Zierixzee 1279 en 1290.

Siericsie 1299. Omtrent het eerste deel van dezen plaatsnaam zoo die uit twee deelen is saamgesteld - bestaat geen verschil van gevoelen. Het is een persoonsnaam, afkomstig van Sigeric, Sigric, Sigirik (= overwinnende vorst.) Van dezen naam worden door Förstemann, Altdeutsches Namenbuch, I. bl. 1097, nog de navolgende overgangsvormen opgenoemd: Sigryhe, Siric, Sirik, Nhd. Seyrig, Seerig.

Diezelfde persoonsnaam wordt ook nog gevonden in de samenstelling Syrekeswere (= hoeve van Syrik, in Noord-holland gelegen), in eene oorkonde van 1182—1206. (Oorkb. v. H. & Z.)

Insgelijks in den naam van een plaatsje ten W. van de stad Brunswijk gelegen, dat oudtijds Sirikeshusen heette, doch thans Sigerse, Siersze, Siersse of Sierse. Zie Förstemann II, bl. 1334.

Hiernevens kan ook nog genoemd worden Sierksdorf, een dorp bij Neustadt (Oevelgönne) in Holstein, en Sirksfelde, een dorp bij Ratzeburg in Lauenburg, bij welke evenwel de zoo merkwaardige af korting, die Sirikeshusen ondergaan heeft, niet heeft plaats gehad.

Te Antwerpen is nog een Zirkstraat.
Verder worden gevonden:
Zhiericho a. 964. (Förstemann 11.)
Gerardus Berchout et Zieric, fratres laici (Okb. 1291.)

Joh. de Zijre, (Kameraarsrekening der stad Deventer 1347. Cod. dipl. Neerl. Utr. 1848 p. 81 ; op bl. 86 wordt deze Zijrck geschreven.)

Als familienamen komen ook thans nog voor : Sirks en Zirks, Sierks: en Sierksma, patronymika van den mansnaam Sierk of Sjirk, die in Friesland nog in volle gebruik is. Namen ook aan dien mansnaam ontleend, van uitgestorven Friesche geslachten, zijn nog : Sierksma, Sirixma, Sieræma en Cirksena, ook Cyrcksena en Sierksena geschreven – de bekende stamnaam van het Oost-friesche Gravenhuis, dat 300 jaren lang over Friesland tusschen Eems en Weser bewind voerde. (Joh. Winkler.)

« VorigeDoorgaan »