Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

30. de naar ons inzien meest redelijke verklaring van het eerste lid

Ammers of Amber's pleiten voor een Oijen, als laatste lid van het woord. Het eerste blijkt uit vorenstaande opgave; de twee andere panten moeten wij hier verder uiteenzetten.

Aan oij, oijen, ode hecht men de beteekenis van weide, soms van rivier. Bij Kilianus heeft oije, ode, oede, oodeliek, cijelick de beteekenis van incultus, vacuus.

Beschouwen wij nu nauwkeurig de ligging van alle plaatsen in ons land die dezen uitgang hebben, dan bevinden wij dat zij liggen in de nabijheid van eene rivier, en wellicht ook allen wat wij slechts van eenigen kunnen onderzoeken — aan uitgestrekte weiden. Zoo komen wij tot eene algemeene beteekenis : Eene uitgestrekte vlakte, vroeger wellicht ,, vacuus et incultus, thans weide in de nabijheid van of langs eene rivier. De beteekenis van het latijnsche Augia, zooals wij die in een Glossarium med. et infimae lat. vinden, stemt hiermede volkomen overeen: Campus pascuus amni adjacens, vel amne circum fusus, ex Germano Au vel Aw". Waarbij als voorbeeld: Est autem prope Danubium quaedam speciosa et delectabilis augia, in qua noviter constructa fuit basilica". (Car. Du Fresne, 1710).

Beginnen wij in de provincie Limburg, dan vinden wij eerst Ooijen of Aaijen, bij Bergen, aan de Maas; hooger opklimmende, vinden wij in Gelderland, Oij of Ooij bij Nijmegen, aan de Waal; dan Balgoij of Bargoijen, insgelijks in Gelderland, doch aan de Maas gelegen ; verder aan de andere zijde der Maas, in Noord-Brabant, Oijen en Lithoijen ; en wederom aan den anderen oever der rivier, in Gelderland, Ammersooi, vroeger Ambersoijen, en al verder, aan denzelfden Maasoever, Poederoijen (en om een objectie te voorkomen merken wij hier aan, dat Poederoijen ook vóór de verlegging der Maas naar de Waal, welke in de XVe eeuw is geschied, niet ver van de Maas bleef, wegens de groote kronkeling dier rivier langs Berne en Nederhemert; daarenboven ligt het ook niet ver van de Waal).

Aan dit punt gekomen, waar de Maas als nieuw te beschouwen is, moeten wij ons oog vestigen op haar ouden loop, ten W. van Heusden, langs Drongelen,

ze weldra
zal komen,

en dáár zien wij Gansoijen, ten Z. van Drongeien, en wat lager Besoijen, beiden in Noord-Brabant. Voeg daarbij, wederom in Gelderland, Ooij en Westerovij (vroeger Oij en Westeroij), bij Echteld tusschen de Waal en de Linge, en wat lager Wadenoijen ; vervolgens Oosteroij, buurschap van Epe, aan de Grift, en eindelijk Renoij en Ackoij, in den zuidwestelijken hoek van Gelderland, aan de Linge.

waar

weer

Uit de ligging van zoovele Oyen of Oyens blijkt genoegzaam, dat ook Ammersooi uit den aard der ligging een Oijen is.

Alvorens het derde punt te behandelen, willen wij eene soortgelijke verwisseling, als hier plaats heeft gehad, aanstippen, welke wij meenen te ontmoeten bij het zooeven genoemde Westeroij (dat in deze reeks beneden niet meer voorkomt), nl. men leest soms : Westroij en Westroijen Zoo wordt het van een Wester-Oij een West-Roij of Rode.

Evenzoo gaan soms de loo's over op Roij of Rode. Een voorbeeld zien wij beneden bij Nistelrode.

En nu het eerste lid: Ammers of Ambers. Geen redelijke verklaring kan men o. i. vinden van dit Ammers dan deze: Ammersoijen is Oijen van of bij Hemert (thans Nederhemert ter onderscheiding van Ophemert). Deze verklaring is geenszins gezocht, ligt zelfs voor de hand, als wij weten, 19. dat Hemert vroeger heette Hame. ritda, Hamerthe, Hemerze enz. (zie beneden Hemert), en 2°. dat het ten 0. grenst aan Well, dat met Ammersooi en Wordragen ééne gemeente en wellicht van ouds ééne heerlijkheid was. In allen gevalle Ammersooi heeft in zijne nabijheid Hemert, en het kon terecht genoemd worden wat men thans zou zeggen : Hemert's Oijen, ter onderscheiding van de anderen.

Mocht evenwel iemand dit Ammers liever verklaard zien door een persoonsnaam b. V. Ainelric, of een verkorting van dien naam, wij durven het niet af keuren.

Hoe nu verder de verandering van Hameritda, Hamerthe enz. in Ambers en vervolgens in Ammers geschied moge zijn, zij heeft niets vreemds of onnatuurlijks, als wij op andere grootere veranderingen letten. Dat de mensch in het spreken, gelijk in alles, van nature zijn gemak zoekt, dit alleen is genoeg om zulke wijzingen te doen ontstaan. De wegwerping der lastige h, de verwisseling van a met e en omgekeerd de tusschenvoeging van euphonische letters, zijn dingen die wij aanhoudend ontmoeten, En wat de verandering van Ambers in Ammers in het bijzonder aangaat, nagenoeg hetzelfde komt voor bij den naam Ammers, een dorp in ZuidHolland, dat in 1253 Ambres heette ).

Eéns lezen wij Ambershoye. Deze h, daar ze slechts ééns voorkomt, kan niet met grond doen denken aan hooi, maar moet veeleer beschouwd worden òf als eene eenvoudige aspiratie, òf, en wellicht beter, als een overblijfsel van de oude spelling van het eerste lid.

1, In een brief van koning Willem, onder de oorkonden van Zennewijnen dit jaar uitgegeven. Archief van het Aartsbisdom 1886. DI. XIV, bl. 457.

Tegenwoordig spreekt men uit, met de klem op de eerste lettergreep: Ammelroi, en misschien nog wel met eenigen nasleep van e of en. Dan, dit verschilt 200 weinig van Ammersoye (Ammers-Oije), dat men wellicht nog kort geleden het laatste kon hooren. Ook wordt de l zoo licht aangeraakt, dat men nagenoeg zegt: Ammeroi. En dit schijnt reeds in de XVI eeuw het geval geweest te zijn, want toen schreef dezelfde hand nu eens Amelroije, dan weer Ameroijen. (Zie boven omstr. 1560).

De tegenwoordige schrijfwijze van dezen plaatsnaam is zeer verschillend en wankelend. De Kon. Akademie van Wetenschappen heeft in 1864 voorgesteld te schrijven : Ammersooi. En dit heeft zeker meer van de ware spelling dan Amelrode en Ammerzoden.

[ocr errors]

Il

I/

|| 238).

Andel, dorp in Altena, prov. Noord-Brabant. Het is onderscheiden in
Op- en Neerandel.
A 814 Analo, (Sloet 27).

1259 Alle, (Okb. v. H. en Z., II, 52).
1272 Anle, (

1369 Anle en Andel, het eerste gewoonlijk in Latijnsche, het tweede in Hollandsche oorkonden, (Arch. v. B., oorspr.). A9 1410 Andel, (Ald. oorspr.).

1455 N. de Anle, (Ald, oorspr.). Omstr. 1560 Opael ende Neerael, (Ald. oorpr.). De landlieden zeggen veelal ; Neereil of Neereel, Opeil, Opeel, (V. d. Aa).

Il

Appeltern, dorpje in Maas-Waal, prov. Gelderland.
Ao .... Apeltre (?). Vgl. Sloet 275, 288, 477.

1300 of ongeveer Apelteren, (Arch. v. B., oorspr. cijnsb.).
1316 Apelter, (Binterim u. M. ex codice Xant.).
1326 Apelteren, (Oorspr. schepenbr. van Maesbommel, Arch. v. B.).
1357 Appeltaren, (copie, Arch. v. B.).

1600 en verder Appelteren, (Ald.). Men zegt in de wandeling : Appeltére(n.).

I/

Il

Arkel, dorp bij Gorinchem, prov. Zuid-Holland.
Omstr. 983 Arkloa en Arkalo, (Sloet 110).
Ao 999 Arclo, (Ald. 120).
Omstr. 1205 in Harkele, (Allod. Bern.. oorspr.).

A° 1284 Arckel, terwijl op één zegel ,de Arkelen op een ander, aan dezelfde oorkonde, de Arcle" staat, (Arch. v. B., oorspr.).

A. 1284 Arkele, (Sloet 1073bis).

1407 N. de Herkelo, (Arch. v. B., oorspr.).

en

Kapel-Avezaat

twee dorpen bij Tiel, provincie Avezaat

Gelderland.
Kerk-Avezaat,
De Kon. Akademie van Wet. stelde in 1864 voor te schrijven Avezate.
Ao 850 Avensate, (Sloet 41).
1007 Avesate, (

134).
1358 Avezaet, (Arch. v. B., oorspr.).

1400 N. de Avezaet, (Arch. v. B., oorspr.), en aldus herhaaldelijk m bestendig

Indien de afleiding en spelling der taalkundige woordenboeken van Weiland en vooral van Van Dalen (bij Kiliaen wordt het niet gevonden) juist is, dat het namelijk samengesteld is uit hade (hebben, bezitten) en cate (zitten), waarmede in Drente en Gelderland genoemd wordt eene heerenhuizing op 't platteland met have en goederen, dan is het bevreemdend, dat deze plaatsnaam in geen enkele der vele oorkonden, voor 200verre ons bekend is, met eene h geschreven wordt gevonden.

!!

Baardwijk, dorp in het Land van Heusden, prov. Noord-Brabant. Omstr. 1110 Barduwich, (Sloet 218). •

1135 Barduwich, (Gesta Abbatum S. Trudonis, Migne Tom.

173, p. 137--138).
1205 Bardewihc, (Allod. Bern., oorspr.).

1 290 N. de Bardvic, (Arch. v. B., oorspr. schepenbrief van Heusden).

Omstr. 1300 Bardewic, (Arch. v. B., cijnsb.).
A. 1316
Bardwyc,

oorspr.).
1332
1331 Barduwic,

).
1343 Baerdewic, (

). 1375 Baerdewic,

), en aldus herhaaldelijk soms met i, soms met ii, of met ij.

11

!!

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

1/

[ocr errors]

Babilonienbroek, d. in het Land van Heusden, prov. Noord-Brabant.
A 1131 Babilonia, (Okb. v. H. en Z., I, 117).
Omstr. 1205 Babylonia, (Allod. Bern.).

1 230 (copie omstr. 1300) Babilonia, (Arch. v. B.).
1300 Babilonia, (Arch. v. B., cijnsb.).

[ocr errors]

11

I/

[ocr errors]

wanneer

A° 1394 Babilonienbroec, (Arch. v. B., oorspr.).

1398 in Babilonienbroeke, (Arch. v. B., oorspr.).
1440 N. uten Broeck, Col
1622 Babilonienbrouck, zeer dikwijls, (Arch. v. B., oorspr.).

1636 Babilonien Broeck, of alleen Broeck, zooals het, volgens v. d. Aa, thans nog wel genoemd wordt, (Ald., oorspr.).

Zooals wij boven, bij den naam Aalburg, zeiden, werd voorheen Aalburg ook Babilonia genoemd, indien wij Heda mogen gelooven. De drie eerste bronnen, waar alleen Babilonia wordt gezegd, zouden daarom op Aalburg kunnen slaan, waar de abdij van Berne ook goederen bezat. Doch

men goed het diploma leest, waaruit Heda geput heeft (zie Miraeus IV. p. 364), dan zal men daarin een bewijs voor het tegendeel zień. Men lette slechts op de door ons gecursiveerde woorden: „in villa, quae vocatur Alburch, infra cujus terminos, in villa quae vocatur Babilonii, quaedam fuere Novalia" enz. Deze plaatsen worden hier dus uitdrukkelijk onderscheiden. Is er dus geen ander argument dan de bewering van Heda, dan houde men Babilonia voor Babiloniënbroek.

Maar ook iets positiefs willen wij hier bijvoegen, dat pleit voor Bibiloniënbroek. 10. Wij zien beide namen naast elkander opgaan van de XII eeuw af

en zelfs vroeger, en nooit vindt men: Alburch sive Babilonia, of

iets dergelijks. 20. Uit de Annalen van Berne zien wij, dat Bessela haar plan, dat ze

gevormd had om te Babilonia een klooster te stichten, opgaf om deze reden: ,Displicuit ei locus, quia paluosus erat." Wij zien dus hier reeds (omstr. 1136) Babilonia en Broek vereenigd.

[ocr errors]

Balvoort, buurschap van Haaren bij Oosterwijk, prov. Noord-Brabant.

Ao. 1416 zeer dikwijls Belver, (Arch. v. B., in een oorspr. tinsboekje van Haaren). A. 1422 en verder XV eeuw herhaaldelijk Belvaren, (Arch. v. B., oorspr.).

1636 nog Belveren en: „aen die Belversche brugghe", (Arch. v.

B., oorspr.). Onder Berlikum, bij 's Hertogenbosch, Noord-Brabant, was vroeger ook een Belveren, tusschen Perlikum en Middelrode gelegen; het omvatte ecnige kleinere buurten, doch schijnt thans niet meer genoemd te worden Het komt onder anderen voor : A 1332 Belveren, herhaaldelijk, (Arch. v. B., oorspr.).

1434 Belver, (Ald. oorspr.).

[ocr errors]
« VorigeDoorgaan »