Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

eeu,

woner, (civis, colonus zegt hy). Zoo dit waar is, dan staat de naam Buri met het woord bur, woonplaats, in het nauste verband.

Al is het zeker dat de mansnaam Bur in overoude tyden, en voor d' invoeringe des Kerstendoms, by de Friesen dikwijls voorkwam, zoo heeft hy zich toch in latere tyden by ben niet staande gehouden, en moet reeds in de middeleeuen buiten gebruik geraakt zijn. Heden ten dage kent men hem by de Friesen, die anders nog de oud-germaansche mans- en vrouenamen, in eigene friesche formen, by honderden en honderden bewaard hebben, dan ook niet meer, zoo min als by eenig ander germaansch volk, voor 200 verre my bekend is. Slechts Leendertz, in

zyne Lijst van nederlandsche voornamen (Navorscher, XXII, 525) vermeldt nog een mansvoornaam Bor, die hem na den jare 1500 voorgekomen is, en Bernh. Brons, die in zijn werk Friesische Namen und Mittheilungen darüber, Emden, 1877, belangryke naamlijsten geeft, wijst, in de 16e

eene vrou aan die den naam Borke (dat is Bor in den verkleinform) droeg. Mogelik is deze naam Bor wel eene verbastering van den oorspronkeliken naamsform Bur. Maar 't is even zeer mogelik dat dit Bor slechts eene verkorting zy van den vollen ouden mansvóórnaam Burkhardt of Borchard, die in de Nederlanden als Borchert, Borgert, Borger den volke mondseigen was. Hoe dit ook zy, zeker is het dat de oude Friesen eenen mansvoornaam Bur in gebruik hadden. En dat deze naam het byzondere bestanddeel uitmaakt van den plaatsnaam Burum mag als zeker aangenomen worden. Burum is dan een versletene form van Bura-heim, het heim of de woonplaats van Bur, van den man die Bur (Bure of Buri) heette. Deze eenvoudige, redelike en ook ongetwyfeld juiste verklaring van den naam Burum stemt overeen met die van honderden anderen soortgelyke plaatsnamen, vooral in de friesche gewesten. By voorbeeld, met die van Dokkum (zie deel I, bladzyde 171 van dit werk), van Menaldum (bladzyde II, 160), IJsbrechtum, enz.

Daar zijn nog vele andere plaatsnamen in de nederlandsche gewesten, die met de lettergrepen buur of boer beginnen, en het is mogelik dat de oude mansvóórnaam Bur aan sommigen dezer namen oorsprong gegeven heeft, ofschoon het woord bur daaraan zeker veel grooter aandeel heeft. Aan den patronymicalen naam Boerink, zoo als eene sate of hoeve heet by Borkelloo 1) in Gelderland, ligt de mansnaam ongetwyfeld ten grond

1) Op het gebied der verklaring van onfriesche plaatsnamen wensch ik my zoo min mogelik te begeven. Dies zy hier ook slechts ter loops gewezen op de redelike spelling Borkelloo, in plaats van het onzinnige Borculo of Borkulo, en het maar half redelike Borkeloo.

en

slag, en dit is ook het gêval by sommige plaatsnamen in Duitschland, zooals by Büringshof, eene sate by Hagenow in Mecklenburg-Schwerin, en by Böhringen, een dorp by Urach in Würtemberg, dat in eene oorkonde van de 8ste eeu als Buringen vermeld staat.

Maar, 200 die oude mansnaam Bur, wat de nederlandsche plaatsnamen betreft, slechts in de namen Burum en Boerink met zekerheid kan aangetoond worden, in de nederlandsche, vooral in de friesche geslachtsnamen komt hy veelvuldig voor. In der daad, aan zeer vele maagschapsnamen ligt hy ten grondslag, 't zy dan in den form van buur of in dien van boer. Den oorspronkeliken oe klank heeft deze naam behouden in de geslachtsnamen Boerema, Boerma, Boersema en Boer sma, die in de friesche gouen, in Boerink, Boering, Boeren, Boere, Boers en Boursse, die elders in de Nederlanden inheemsch zijn. Dit zijn allen vadersnamen of patronymika, in verschillende, ten deele versletene formen. De dyzonder-hollandsche uklank, eene wyziging van den oorspronkeliken algemexen-germaanschen u-, dat is hollandschen oe-klank, is aan meerdere Bur-gesWachtsnamen eigen; namelik aan Buringa , Burenga, Buurenga, Buiringa,

Buirenga, Burema en Buurma, Buirema en Buirma, Buursema en Bur irsma,

Buiren Buirsma, allen in de friesche gouen, en die met mi byzonderlik in Groningerland inheemsch; en allen vadersnamen in fried schen form. Verder aan Buring, Buringh, Buerinck, en aan Bury in versletenen form; mogelik ook aan Buren, In verkleinform, als Burke, heeft deze rdnansvóórnaam oorsprong gegeven aan de geslachtsnamen Burkes en Burkemens , misschien ook wel aan Boerke, dat in Friesland, en aan Boertje, dat Win Holland voorkomt. Burre is een gewyzigde form van Bur, meest mon spelling daarvan afwykende; en deze form heeft aanleiding gegeven bet ontstaan der geslachtsnamen Burma in Friesland , Burring in Engelland, en aan Burry, dat een versleten patronymikon is. Tevens aan de engelsche plaatsnamen Burrington (in Somerset en in Herfortshire) en Burringham (in Lincolnshire). De oude mansvóórnaam Burman is een byform, eene uitbreiding van Bur, even als sommige andere mansvóórnamen die op man eindigen, en even als wy nog heden wel zulke namen, half in scherts en meest in kinderliken spreektoon, formen: Janneman en Heineman, van de oorspronkelike namen Johannes en Hendrik. Aan dezen naam Burman zijn de geslachtsnamen (van) Burmania (verkorting van den vollen patronymikalen form Burmaninga), Burmania en, nog meer ver

[graphic]

sema

iar in

Immers is deze naam samengesteld uit het woord loo en den naam van de rivier de Berkel of Borkel, en beteekent het loo, het eikenbosch, aan de Berkel.

sleten, Burmanje, met Burmans en Burman ontleend; en, als plaatsnamen, wel vier of meer Burmania-staten in Friesland, Burmannsheide, een gehucht by Wetter (Osnabrück) in Hanover, enz.

Geslachtsnamen, rechtstreeks aan den plaatsnaam Burum ontleend, zijn Van Burum en Van Buurum, met Buruma in frieschen form, en van de zelfde beteekenis.

Haarlem.

JOHAN WINKLER.

Schouwen, Schelde.

Oude vormen:

[ocr errors]
[ocr errors]

» 1220

)

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Scaldis in 967, 976, 1003, 1040 V. d. B. Oork. b.
Scouden

» 1156 Scolden

» 1156
Schalda » 1161 en 1197
Scoude » 1208 en 1214
Scaldia
Scouden » 1229 en 1291
Scoldia

» 1232
Schouwen > 1248
Scaldia ) 1250
Scouden
» 1317

Bederekening. Die voor de rivier de Schelde komen hiermede overeen: Scaldis, Schaldia, Scalta, Scalt, Scella, Scalda, Scaldus (Pertz, Monumenta Germaniae. Script. T. 1–6).

Schouwen heeft derhalve zijn naam te danken aan de rivier, die langs zijn zuidelijken oever stroomde. Pagus Scaldis is de Schelde-gouw. Scaldis het land — is vervormd tot Schouwen, Scaldis — de rivier is Schelde geworden, dat zoo den oorspronkelijken vorm heeft bewaard.

De Fransche naam Escaut vertoont den ouden vorm het zuiverst. Immers, de au is gelijk al en de e voor de onzuivere s euphonisch.

Walcheren,

De naamsoorsprong van dit eiland is minder duidelijk dan die van het voorgaande. De oude vormen geven dunkt me weinig licht.

In V. d. Bergh's Oork. b. vond ik:
Van 972–1161: Walacra, Walecra, Walichra,
Van 1178–1294 Walacria, Walachria, Waucria, Wallachria, Wal-

lacria, Walchre, Walgheron. De oudste Bederekeningen, die van 1317 en van 1330—31 hebben reeds Walchren, Walchgheren en Walcheren.

Behalve de meeste der bovenstaande vormen komen bij Pertz nog voor Gualacra, Gualecra en Walecorn, die trouwens ook bij Kluit worden gevonden. Zie hierover de aanteekeningen op bladz. 94 en 95 van het 2de deel van den Codex Diplomaticus. Op bladz. 104 van dit werk vindt men nog Walkara.

Wanneer het eiland door bedijking ontstaan is, kan niet met zekerheid worden bepaald. Oude kronieken spreken reeds van strooptochten der Noormannen in Walacra in het jaar 837. Waarschijnlijk is de bedijking niet in eens geschied, maar in verschillende partijen, die later tot een geheel vereenigd zijn. De oorkonden bevatten soms namen van wateren, die thans niet meer bestaan, voormalige geulen of kreeken, welke zich tusschen die eilandjes bevonden, tot bevordering der aanslibbing zullen zijn afgedamd en na dichtslibbing binnengedijkt. Evenmin als het tijdstip der bedijking der verschillende deelen, is dat hunner aaneenhechting uit geschreven of gedrukte bescheiden meer op te diepen. Doch aan dien vroegeren toestand herinneren nog sommige der bovengenoemde oude vormen, die in het meervoud voorkomen. Zoo vindt men Gualacras (Pertz, I 438), Gualecras en Walacras (Pertz, VI, 30 en 45). Vergelijk ook Kluit t. a. p. pag. 95.

Tolen,

naam

Is de naamsoorsprong van Walcheren duister, staat die van 't eiland Schouwen in verband met zijne ligging, 't eiland Tolen dankt gewis zijn

aan de voornaamste plaats, die er op ligt, en deze den haren aan de omstandigheid, dat van voorbijvarende schepen tol werd geheven.

Veel verscheidenheid treft men in Tolen's oudste vormen niet aan. De oorkonden hebben Toolne en Tholne, A° 1252, 1290 en 1291 (V. d. Bergh, Oork. b. I, 556 en II, 703 en 790). In het Boek van de keuren, privilegien en voorgeboden van Tholen en Schakerloo en van Vossemaer (M. S. in het provinciaal archief van Zeeland) komen dezelfde vormen voor: onse pannemannen ter Tholne (A° 1340), in onsen dorpe ter Tholne (A° 1350), onse luden van der Tholne (A° 1366), onse stede van der Tholne (Ao 1400), onse stede van der Tholen (Ao 1409) enz.

In de Bederekeningen vindt men Thollen, Tholen en Tolen, meestal evenals in de vorige uitdrukkingen met het lidwoord verbonden.

Zoowel het gebruik van het bepalend lidwoord voor den naam: Van der Tholen, Ter Tholen enz. als de oude vormen: Tholne, Thollen, doen, dunkt me, duidelijk zien, dat het woord afgeleid is van tol. Zie V. d. Bergh, Middelned. geographie, p. 104. Zelandia Illustrata, Deel II, p. 308.

Zeker is het, dat het woord tol en de naam Tolen vroeger op dezelfde wijze werden geschreven. Tot bewijs hiervan haal ik de volgende zinsnede aan uit bovengenoemd Charter van 1291 :

quod amici dicti Heynrici Buffel et homines scilicet illi de Tholne, ab omni theoloneo seu conductu super Hontam et super Scaldam ab antiquo de jure liberi esse tenentur.” waarvan de vertaling in het meergemelde Boek van de keuren enz. luidt:

) .... dat die vrienden Heynricx van Buffel voorsz, ende die menschen van der Tholne van tholne oft geleede op te Honte ende op die Scelt van ouden tijden van rechts wegen schuldich sijn vrij te wesen."

Tolseinde.

Tolseinde, thans de naam van eene heerlijkheid en een polder , vroeger van twee ambachten: T. binnen en T. buiten en van een dorp in ZuidBeveland.

Op den tegenwoordigen vorm van den naam afgaande, zou men licht geneigd zijn, er een gelijken oorsprong aan toe te kennen als aan Tolen. Ook hier bevond zich een tol in de buurt, nl. die van »

» Yersicker-oort”. Doch de minstens eene eeuw lang gebruikelijke, voor zoover we weten, oudste vormen weerspreken eene dergelijke afleiding.

Ik vond de volgende schrijfwijzen:
Totelsende in 1269 en 1298. V. d. Bergh, Oork. b. Deel II, nos.

188 en 1023.
Totelzende »} 1308. Rekening van de omergentalen”.
Totelsende > 1318. Bederekening.
Totelzende

» 1330.

Id. Tolzende

) 1350.

Id.
Tolsende
Totelzende

» 1362.

Id. Toelsende

» 1436. Toolsende

}

Id.

« VorigeDoorgaan »