Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Tholsende
Tholzende
16e_19e eeuw.

Steenrollen.
Tholseynde
Tholseinde

In de rekeningen van den dubbelen honderdsten penning op de gemeten vindt men nog behalve de laatstgenoemde vormen:

Het-Ols-einde
T'Olseinde in 1725.
Tolseinde
Olsende in 1797.
Smallegange spelt den naam in zijne Kroniek van Zeeland, p. 702:
T'Oltsende.
Conrad's Kaart van Zuid-Beveland (1858) heeft nog :
Olzende.

Smallegange t. a. p., van der Aa, Aardr. Woordenb. van Nederland en de Zelandia Illustrata maken melding van eene familie, die haar naam aan de heerlijkheid zou hebben ontleend, en noemen als een der oudste leden er van

Wouter van Oltsende of Olzende (1° 1400).

Bij zoo uiteenloopende schrijfwijzen is het moeilijk den oorsprong en de beteekenis van den naam met eenige juistheid op te sporen.

Zooals men ziet, is de oudste vorm Totelsende, waaruit door samentrekking van het eerste lid Toolsende en Tolseindu is ontstaan. In de 18e eeuw en misschien ook vroeger hebben sommige schrijvers in de aanvangsletter het verkorte bepalende lidwoord gezien. Vandaar T'Olseinde of voluit geschreven Het-Ols-einde en met weglating van de partikel Olsende en Olzende.

Wat echter in den oudsten vorm het woord Totel wil zeggen, is mij niet recht duidelijk. Ik laat de verklaring daarvan gaarne aan meer bevoegden over.

Ritthem, Rilland, Renesse,

Oude vormen:

[ocr errors]

a. van Ritthem, dorp in Walcheren:
Rithem in 1247. V. d. Bergh, Oork. b. I, 437.
Riethem » 1250.

I, 511.
Ryethem > 1271.

II, 215. Riechem » 1308. Copie eener Bederekening (waarschijnlijk eene sehrijffout van den kopiîst voor Riethem).

[ocr errors]
[ocr errors]

In de Bederekeningen van 1317–1560:
Riethem, Ryethem, Rithem, Rethem (0.8. in 1435).
In de Steenrollen 1566 en verv.:
Ritthem.

Verder nog:

Rutthem in het Register op de Copulaatboeken.
Rethem 3e Copulaatboek fol. 266, in een stuk van het jaar 1454.
Als familienaam steeds

Riethem, 1286-1348. Van Visvliet, Iny. Deel III. nos, 112, 284, 333, 421, 488, 495 en 726.

b. van Rilland, dorp in Zuid-Beveland:
Reilande in 1188. Cron. et cart. mon. de Dunis.
Ridlant (Gillebertus de) in 1223. v, d. B. Oork. b. I. 280.
Rielant in 1229. Cron. et cart. mon. de Dunis.
Rietland (Belardus de) in 1255. v. d. B. Oork. b. I, 615.
Riellant in 1276. v. Mieris I, 386.
Rilant (Johannes presb. de) in 1284. v. d. B. Oork. b. II, 528.
Ryeland in 1331. Bederekening.
Rieland (Gillis Jansz.) in 1341. v. Mieris II, 648.
In de Bederekeningen sedert 1317:
Riolant, Rillant, Rillandt.
In de Steenrollen 1566 en verv.
Ryllandt.
c. van Renesse, dorp in Schouwen:
Rietnesse in 1244. Cron. et cart. mon, de Dunis.
Riedenisse (Jan van)

in 1267 v. d. Bergh, Oork, b. Ridnisse ( » )

» 1270 Reynisse ( )

» 1276 Ryenisse (

» 1280 Renisse (

» 1282 Rinesse ( )

> 1286 Rynesse (

> 1286 Renesse (

)

» 1289 Rienesse ( )

» 1290 Reinisse ( )

>> Renyse ( )

» 1297 Rinesse, Renesse, Renisse

> 1299 Bij nauwkeurige beschouwing van bovenstaande vormen blijkt, dat de eerste lettergrepen van Ritthem, Rilland en Renesse, hoe verschillend thans

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

» 1296

aan

voor, v. d. Bergh, Oork. b. II, 814

ook gespeld, van gemeenschappelijken oorsprong zijn. Alle drie zijn afkomstig van het woordje riet.

Ritthem beteekent riet-hem d. i. riet-heim of hiem.
Rilland is samengesteld uit riet en land.
Renesse is gevormd uit riet en nesse of nisse.

Van Rilland noemt Kluit nog een anderen vorm, geheel verschillend van de bovengenoemde, nl. Rinland (Codex Diplom. deel II, p. 1052) en teekent daarbij aan: »Erat olim Rinland pagus Zuidbevelandiae ex adverso Saftinge in ora Flandrica; nunc vero faciliori pronunciatione Rilland, eodem modo, quo hodie Lillo, olim Linlo.” Dit Rinland komt voor in het vredesverdrag van 1323 tusschen Willem III, graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland en Lodewijk van Nevers, graaf van Vlaanderen. Indien werkelijk met dit Rinland, Rilland wordt bedoeld, wat volgens Kluit door sommigen wordt ontkend, is nog de vraag geoorloofd, of hier niet

eene schrijffout moet gedacht worden, daar die vorm in geen enkel ander stuk noch voor, noch ná 1323 - voorkomt. De vergelijking met Linlo voor Lillo, dat in een charter van 1205 voorkomt (Kluit II, p. 284) bewijst niets voor de afleiding van den plaatsnaam.

De drie plaatsen zullen hun onstaan te danken hebben aan de vele rietvelden, die er ten gevolge van hunne lage ligging in voorkwamen. Hoe vele plaatsnamen zijn in het Nederlandsche polderland niet met riet samengesteld.

Riet was in het Middelnederlandsch riede (Zie Oudemans, Middelned. Woordenb.). Vandaar: Riedland of Ridland en Riedenisse.

De Rietpolder bij Koewacht in Zeeuwsch-Vlaanderen heette vroeger polder van den Riede (Zie de Kaart n° 203 bij van Visvliet, Inventaris, Deel I).

Ditzelfde Riede of Ried komt voor in Riederwaard , polder in ZuidHolland, in Riedmeer, een water in Wymbritseradeel en als Ried, eene plaats in Franekerland.

In het Groningsche dialect luidt riet rait of reit. Vandaar zeer zeker Reiderwolderpolder, gemeente Bedum, Reide, gemeente Termunten, benevens Reitdiep, het water van Groningen tot Zoutkamp.

De verscherping der ie-klank in Rietland tot Rilland en Riethem tot Ritthem vindt men terug in Riederkerke en de Riederwaard (ZuidHolland) tot Ridderkerk (Vergelijk Tegenwoordige Staat van Nederland, Deel XVII, p. 371; Ryderwert en Riederkerke komen O. a. in 1292

en in Riet- of Riedhoven in de Meierij van den Bosch tot Rithoven, de geboorteplaats van den bekenden Rithovius.

De verkorting of afslijting van het eerste deel van Riedenisse of Riedenesse tot Renisse of Renesse vindt hare wedergade in Rietwijkeroord, gemeente in Noord-Holland, bij de landlieden Rijkeroord geheeten, en in Rietwijk, voormalig dorp in Kennemerland, dat meestal Rijk werd genoemd.

Merkwaardig is de overeenstemming, die bij alle drie plaatsnamen op te merken is in de verkorting van het eerste lid der samenstelling: Rietland,

Rilland,
Riedenesse,

Rinesse,

Renėsse.
Rietheim,

Ritthem,

Retėm. De volksuitspraak van Ritthem is Rit- of Re-tem (NB. de klemtoon op de tweede lettergreep).

Wissekerke, Geersdijk, en Kortgene.

Wissekerke komt voor als naam van eene gemeente en een dorp in Noord-Beveland en van een dorp in de gemeente 's-Heer-Arendskerke.

De oudste vorm is Wissenkerke en wordt het meest in dc Charters, 't eerst in 1230, en bijna zonder uitzondering in de Bederekeningen gebruikt. In de 16e, 17e en 18e eeuw vindt men nu eens Wissen-, dan weer Wissekerke, doch den laatsten vorm uitsluitend in de Steenrollen en de Registers van de tienden.

De beteekenis van den naam is kerk van of gesticht door Wisse.

Wisse toch is een in Zeeland nog zeer gebruikelijke voornaam. In de grafelijke rekeningen treft men hem dikwijls aan, bijv. in de rekening van den rentmeester Vrederic van het jaar 1317, uitgegeven door het Historisch Genootschap te Utrecht: Willem Wissen s(one) p. 10; Wissekijn Wissen sone, p. 11; Wisse Jans s(one), p. 20; Wisse Tonemans s(one) p. 38; Boudijn Pieters s(one) ende Wisse, sijn broeder, p. 38; Boudijn Wissen s(one) p. 49; Wisse Tibben s(one) en Wisse Domaes s(one) p. 64 enz.

Op grond biervan meen ik dat de spelling Wissenkerke de voorkeur verdient boven het gebruikelijke Wissekerke.

Geersdijk, dorp in Noord-Beveland, komt onder de volgende vormen voor: Gerolsdike in 1216. v. d. Bergh, Oork. b. I, 250.

Gherolfsdijc , -dijck in 1282, 1291 en 1296. v. d. Bergh, t. a. p. II, 466, 786 en 947.

en als familienaam:
Gherolfsdike (Symon van) in 1288. v. d. B. II, 638.

In de Bederekeningen vindt men:
Gherolfsdike

in 1318,
Gheorolfsdijc van 1331-1424,
Gheertsdijck van 1425-1434,
Geertsdijck van 1445—1453, 1464—1470, 1472-1474,
Geersdijc of - dijck van 1436–1444, 1454-1463,
welke laatste vormen weder worden afgewisseld met

Goerolfsdijck in 1435,
Gerolf-, Gherolf-, Geerolfdijck in 1471 en 1475-1486,
Gheerolfsdijck van 1487—1493.
Terwijl in de Registers der tienden in de 17e en 18e eeuw de oude vormen

Geerolff- en Georolffsdijck behouden blijven, worden in de Steenrollen 1596–1795 steeds de nieuwe

Gheersdijk, Gheersdick, Geersdijck en Geersdijk gebezigd.

De beteekenis van den naam blijkt uit het bovenstaande duidelijk: Geersdyk dijk van Gerolf, in Latijnsche stukken. Gerulfus of Gerolfus. We ontmoeten dezen naam reeds in de 9e eeuw: een zekere graaf Gerolfus ontvangt goederen van Koning Arnulf (v. d. Bergh, Oork. b. I, 21). Onder de heeren van Cats in Noord-Beveland komt in de 13e en 14e eeuw de naam Gherolf herhaaldelijk voor.

>>

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Kortgene, dorp in Noord-Beveland.
Oude vormen:
Curtagosum? in 977. Zie Kluit, Cod. Diplom.
Cortkeen » 1217. v. d. Bergh, Oork. b. I, 437.
Cortekene
Cortekine
) 1271

II, 215.
Cortgene » 1347 en 48 v. Visvl. Inv. Deel III, n° 484, 502–506.
Cortkene met enkele uitzonderingen steeds in de Domein- en bede-
Cortkeene rekeningen en in de Steenrollen.
Corthione in de Steenrol van 1605.
Cortkene, Kortgeen, Kortegeen. Kaart van Visscher 17e eeuw.
Kortgeen in 1767. v. Visvl. Inv. Deel I, n° 175.
Als familienaam vond ik nog
Kortekine (Anthennis van) in 1289. v. d. B. Oork, b. II, 674.
Corekene (Antoines de)

» 1290.

II, 723. Cortekone (Tonis van)

» 1296.

II, 942. Wat Curtagosum betreft, Kluit verm

rmoedt, dat onder deze plaats, die in een charter van 18 Jan. 977 opgegeven wordt als gelegen vin pago Beve

[ocr errors]
[ocr errors]

D

« VorigeDoorgaan »