Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

tot voorbij het oude Hulsterloo, thans de Kauter geheeten, en van daar den loop westwaarts op vervolgde, stroomende, onder de benaming van Dullaert (nog in den ouden polder van dien naam overgebleven), ten noorden voorbij Hulst, en dat de sporen dezer oude kust nog zeer merkbaar zijn in de doorgaande hooge zandbank“, welke zich van Calloo, over de Clinge's, Koewacht, Overslag, Selzaete, Assenede en Bouchaute uitstrekt en bij de laatstgenoemde plaats zich aan den Oudeland- of Graaf Jansdijk aansluit.

Uit deze aangehaalde schrijvers blijkt alzoo niet slechts, dat er werkelijk bij Klinge eene zandbank bestaat, maar de laatstgenoemde geeft daarvan tevens de oorzaak aan de hand.

Volgens de getuigenissen van Kiliaen en Kluit is dit woord Klinge oudtijds gebruikt in de beteekenis van Clivus, heuvel; volgens Weiland, daarbij meer bepaaldelijk in den zin van ,,dorre duinen". In deze beteekenissen leeft dit woord nog voort bij onze dichters, die gaarne van heuvelklingen zingen.

Ook in het Hoogduitsch, vooral in plaatsnamen, komt het evenzoo voor, volgens Grimm's Wörterbuch; b. v. het ambt Klingen in de heerlijkheid Sondershausen en het vlek Klingen nabij de Helbe aldaar; Klingenfels bij Neustadt: het Klingenbad bij Burgau, en de kleine stad Klingenberg in de nabijheid van Würzburg.

In Nederlandsch Limburg draagt een buurt van de gemeente Brunsum, wel terzelfder oorzaak, den naam Kling; terwijl dit woord in samenstellingen bij sommige plaatsen in ons vaderland mede bewaard is gebleven, b. v.

Klingenberg, buurt in de Geldersche gemeente Lienden ;
Klingendaal en Oud-Klingendaal, namen van twee buiten verblijven in

Rijnland, gemeente Wassenaar;
Klingelbeeh, beekje op den Veluwen-zoom, tusschen Arnhem en Renkum,

zich in den Rijn ontlastende ; terwijl ook eene buurschap en een

landgoed aldaar den naam Klingelbeek dragen. Wolfaartsdijk.

J. VAN DER BAAN.

Klinge klink link in plaatsnamen.

In de Etudes Archéologiques et Historiques dédiées à Mr. le Dr. C. Leemans p. 279, heb ik aangetoond hoe een consonant gevolgd door een nasaal of liquida soms regelmatig aan de klankverschuiving deelneemt, soms, zonder dat er eene bepaalde oorzaak is aan te wijzen, zich hieraan

onttrekt. Sedert zijn door Kluge Beitr. X, 339 eenige dezer woorden besproken en is het vermoeden geopperd dat het ,urgermanische Lehnworte“ zouden zijn; bij deze verklaring blijft echter eene moeielijkheid uit den weg te ruimen, nl. waarom soms dezelfde vorm aan het begin den verschoven consonant vertoont en in het woord den niet verschoven consonant, terwijl er naast staan vormen, waarin beide consonanten verschoven zijn, en andere, waarin beide onveranderd zijn gebleven. Het feit zelf is genoegzaam geconstateerd, maar de oorzaak is m. i. nog niet gevonden.

Ook bij bovenstaande woorden doen zich deze verschijnselen voor. Evenals naast nd. kring, ndl. ring een vorm kring, naast hrains, ndl. rein de vorm klein staat, zoo wordt naast ags. hlinc, ndl. link, gevonden klink. Men heeft hier dus een aanvangsconsonant kl, in het eene geval geregeld verschoven, in het andere geval onveranderd gebleven.

Evenals in het woord ng als nk verschijnt in mhd. rinke naast ohu. hringa (zw. m. en f.) en ng verschoven is in klinken, onverschoven in klingen, waarnaast in het oud-engelsch de vorm hring met verschuiving van kl (vgl. Lat. clangor) tot hr, zoo staat naast klinge, ndl. kling, ohd. chlingo (f.) een vorm klink in het ndl., klinco in ohd. Een met ndl. link overeenkomstig woord, met ng voor nk en zwak verbogen femininum, kan bestaan hebben maar is uit de woorden met linge samengesteld niet met zekerheid te bewijzen.

De woorden kring en ring, kling en link zijn ontstaan uit een grondvorm, die ook in Grieksche en Latijnsche woorden als Kipxos (dor. dial.) en Koixos (Ion. d.), It. circus, in indische als cakra (cirkel, een naam van een berg) en in karanka? (bol, schedel) voorkomt.

Een andere klanktrap van denzelfden klinker, dien men in kring enz. vindt, komt voor in engl. crank (kromming) het w.w. to crankle (zich slingeren), ndl. kronkelen.

Door vergelijking der verschillende woorden en hunne beteekenissen ziet men dat zich krommen waarschijnlijk de oudste beteekenis is, hieruit komen verder voort de beteekenissen rond zijn, een kring vormen, derhalve een punt geheel omgeven, en verder iets omgeven, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, als door een cirkel of met bochten en slingers. Uit de beteekenis van rond zijn ontwikkelde zich verder die van zich verheffen boven een vlak, maar evenzeer als de bocht naar boven kan gaan, kan zij naar beneden gaan; van daar dat naast het begrip verhevenheid zeer dikwijls dat van diepte ontstaat, zooals 0. a. door Kern, deel II, blz. 16 van dit tijdschrift, is aangetoond. Dientengevolge vindt men kling, klink en ling

met de beteekenis van heuvel, van ondiepe plaats, en van dal.

Hier en daar heeft men het woord nog in andere beteekenissen o. a. in die van woud en

van beek, welke uit de zooevengenoemde ontstaan zijn. Zoo is b. v. in Suffolk link in gebruik voor eene heuvelachtige boschrijke streek. De naam

van den grond is hier tevens overgegaan op hetgeen zich op dien grond bevond; dit is zoover gegaan dat zelfs ook andere bosschen daar met dien naam bestempeld worden (Halliwell. Suff. Dial.)

In Duitschland 0. a. in Silezië wordt een beek die Klinke genoemd ; Notker 125, 4 schreef die chlinga sint winteres pefroren; het in Lohengrin 6134 voorkomende lúter klingen, bechelin, etc. is waarschijnlijk juister te lezen ein lúter klingen-bechelin; deze samenstelling, waarvan het niet uittemaken is of Klinge nog heuvel of wel dal beteekent, komt én hier te lande én in Duitschland veel voor.

De beteekenis van heuvel of zandhoogte heeft Kling, (behalve in nl. heuvelkling en friesch Kling = hoop,) zooals op te maken is uit de natuurlijke gesteldheid der plaats, waarschijnlijk in: Kling, buurt van de gemeente Brunsum in Limburg, Klingendaal (klinge en dal) bij Arnhem, Clingendaal in duinen bij Wassenaar, Klingenberg, in de Betuwe. Klingelbeek d. d. 1538 en Clingenerve bij Wilp d. d. 1482. In Duitschland vindt men het waarschijnlijk met deze beteekenis in: Hohenclingen bij Schaffhausen (Oorkonde v. 1209), Kaltenclingen (Oork. v. 1340), Klingenfels in Beieren, Klingenstein, Klingenthal en Klingenberg in Saksen.

Klinke. heeft deze beteekenis in Klinkenberg bij Ermelo, in NoordBrabant en in Drente, Klinkendaal op de Veluwe; in Duitschland Klink in Mecklenburg, Klinke bij Maagdenburg, die Wissower Klinken op Rügen (krijtrotsen die Klinkheide bij Aken en Klinkrade (waarnaast Bergrade). Als benaming voor heuvelachtige heidegrond komt klinke, en er naast ook klenke, in de oostelijke provincies van ons land en in het noorden van Duitschland voor.

Voor ondiepe plaats, voorde of zandbank wordt het gebezigd in mid. hd. b. v. in die ross trib man an ainer clingen über den pach (Fontes Rer. Austr. 1, 1, 130) en klingen, von dem wasser selbst auf geworfene sandhäufen, auch grien genant, z. Gr. Wörterb. 2, 21. Als eigennaam komt het voo in het zeeuwsche clinge en wellicht in eenige duitsche plaatsnamen, met de beteekenis van voorde.

Zooals boven gezegd is, kan men niet altijd nauwkeurig uitmaken of het in sommige samenstellingen heuvel of dal beteekent. Dit is vooral het geval bij de samenstellingen met beek. Hier te lande komen voor: Klin

gelbeek, Klingebeek, in Duitschland Klingelbach en Klingbeck. Waar men samenstelling met klingel aantreft kan er echter ook een ander woord in het spel zijn nl. het ww. klingelen dat blijkens Konrad v. Weissenburg in v. d. Hagens Germania II, 305 klingelnde wazzer ook van het ruischen van eene beek gebruikt werd. Alleen de oudere vor. men kunnen dit uitmaken.

Of men in het duitsche Klingsalz, Kiliaen klincksout, kling in de beteekenis van berg of zandbank in zee of een ander woord heeft, waag ik niet te beslissen.

Met anderen klanktrap, zooals boven reeds aangestipt is, vindt men klänge en klenke (f.) In Drenthe komt dit woord voor als naam van een berg, die ook de Klinkenberg genoemd wordt, en als naam van een huis in de nabijheid hiervan, thans De Klencke, oudtijds het huis ter Klencke genaamd. In Duitschland komt het woord klang, plur. klänge, voor: Auf die klänge beteekent volgens Grimm's Wörterb. i. v. op de zandbanken aan de rivier. In de beteekenis van bocht van een weg komt klank, in het Märkische taaleigen voor.

De oudere vorm van link was, zooals boven medegedeeld is, hlink. In het oudere nederlandsch komt het niet meer zoo voor, wel echter in het Angelsaksisch. Was Klinge of Klinke vrouwlijk, Klink daarentegen was van het mannelijk geslacht. Wat de beteekenis betreft, levert het geen verschil op. Hoogte van minder of meerder omvang duidde het in het Ags. aan, zooals 0. a. blijkt uit een charter in het Diplomat. Angl. Aevi Sax. uitgegeven door Thorpe on dhone miclan hlinc en uit Raadsel IV, 24 Grein II, 371 heá hlincas. De beteekenis van heuvel, duinstreek heeft het in den plaatsnaam the Links bij Edenburgh. Bij Walter Scott wordt het gebezigd voor de ondiepten aan eene rivier en soms voor de bochten van een rivier of een weg.

Plaatsnamen als ndl. de Linge kunnen tot dit woord niet gebracht worden dewijl dit woord vrouwlijk, link manlijk en een ander woord dus is. Bij sommige van deze kan Linge uit Lenge d.i. lange ontstaan zijn, zoals

a. Lingenfeld (Paltz), in 1464 Langenfeld, bewijst, bij andere is Linge uit Linde ontstaan, b. v. Lingenau (Vorarlberg) in 1275 Lindegenowe. Waar men alleen den hedendaagschen vorm van den naam in den datief pluralis of in samenstelling met beek of bach aantreft, daar is het niet uit te maken, wat het eerste woord beteekende; zoo 0. a. Lingen, Lingelbach, Lingel bij s' Heerenberg. Heeft men daarentegen vormen als Linken en Linkenbach in Duitschland, Linkebeek en Linkhout in Zuid Brabant, dan zal men, mits eenig spoor van de h in

0.

uitspraak enz. voorkomt, wel mogen aannemen dat hierin het bovengenoemde link aanwezig is.

De beteekenis van kring, omgeving, grenswal en grensland, die thans bij link niet meer gevonden wordt, had het oudwestsaksische hlinc (gen. sing. hlinces) in de 7e eeuw, zooals 0. a. een Charter van King Edward, medegedeeld in de Historia Monasterii de Abingdon I, 57, bewijst, vgl. F. Seebohm The English Village Community 1883, p. 5 en 108. Tegenwoordig is het nog met de beteekenis van grenswal in het dialectische linch bewaard gebleven. In Duitschland wordt zulk een grenswal rein genoemd, welke naam ook in Engeland in Yorkshire voorkomt, evenals in het Skandinavisch.

October 1885.

Knolle en Nolle.

Even als bij de voorgaande woorden doet zich ook hier het verschijnsel voor dat eene k voor eene liquida in het eene geval bewaard gebleven is, in het andere geval aan de algemeene verandering der k tot h heeft deel genomen en eindelijk, in dit geval voor de n, is afgevallen.

In Nederland kennen wij met bovenstaanden naam: de Nollen op Texel, binnenduinen met gras of belm begroeid; de Nolle op Walcheren bij Vlissingen, een fort op het duin. Van der

Aa deelt hieromtrent mede dat het vroeger Den Holle genaamd zou zijn geweest – of dit inderdaad het geval is dan wel of deze naam den holle gemaakt is ter verklaring van den naam Nolle, die niet

meer verstaan werd, kan ik bij gebrek bescheiden niet beslissen.) Nollen in Overijsel; een huis bij Wierden, en eene gemeente van ge

lijken naam bij St. Pancras in Noord-Holland. De Nol is de naam van een gehucht bij Gorinchem en van een ge

hucht bij Woudrichem. De vorm knol komt voor in : Knolle een huis en eene buurt bij Oosterwolde in Friesland. De Knol een huis bij de Smilde in Drenthe en een bij Kantens in

Groningen. Of de Ooster- en Westerknolle, die samen de gemeente Knollendam

uitmaken, hetzelfde beteekenen, zullen de vroegere namen en de ge

steldheid van de plaats wellicht kunnen uitwijzen. De plaatsen, die door deze namen aangeduid worden, liggen meest alle op of in de nabijheid van eene of andere zandige verhevenheid.

« VorigeDoorgaan »