Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Welp, echtgenoot van Herman van Kuinre, aan de thijnsen van
Emelwaarde en van het Monnikenland van Urk.

ald. No. 647. A° 1417. Vrouwe Jacoba van Beyeren beleent Herman van Kuinre met Urk en Emelwaarde.

ald. No. 655. A° 1420? Missive van Amsterdam aan Herman van Kuinre en den

kastelein op den huize van Urk om 4 daar gevangen zeeroovers naar behooren te rechten ...

Arch. van Amsterdam, ald. No. 658. A° 1436. Hertog Philips van Burgundie beleent Herman van Kuinre met Urk en Emelwaerd.

Rijksarch. ald. No. 675. A° 1438. Hertog Philips beleent jonkvrouw Aleid Hermans dochter van Kuinre 1) bij doode haars vaders, met Urk en Emelwaerd.

ald. No. 677. A° 1476. Hertog Karel van Bourgondie beleent heer Evert Zoudenbalch,

proost van Maastricht, met de landen van Urk en Emelvard en ander goed.

Orig. in 't Rijksarch., ald. No. 723. A° 1495. dito van Maximiliaen van Oostenrijk met de landen van Urk en Emmeloord ?).

Orig. ald. No. 752. Emelwaird, Emmeloord, lag op Schokland; bestond noch in deze eeuw,

tot in 1859 en '60 de bewoners, zowel van deze plaats als van Ens, Zuiderbuurt, en Molenbuurt, door 's Rijks regering veiligheidshalve werden overgebracht naar de vaste wal, 't meest naar Brunnepe (alleen een 600 zielen); ook naar Vollenhove, en Blokzijl. Volgens E. Keuter, oud-schipper te Blokzijl onderscheiden dezen zich noch heden in taal en kleding van de eigentlike Blokzijlers; zelfs de jongsten, die te Blokzijl zijn geboren. (Meedeling van Joh. Winkler).

De rivier Nakala wordt genoemd in 966, later een kerkdorp Nagele :).

1) Vgl. Granida ed. v. d. Bosch, Aant. ad vs. 1861 a.

2) of in het Utrechts Register, (Xe eeuw, zie het Register i. v.) onder Varoth (V aroht) Varoch of 'Urk' moet verstaan worden (Stratingh, Aloude Staet I, 242) is onzeker.

3) Ook genoemd ? Ao 970, als Otto aan Elten de giften van Wichman en van hemzelven bevestigt: ... Torves, Thuly Nest Nachelt & quaecunque in his quatuor comitatibus, scil. Hernessa, Fomelga, Mermo, Tuerne, Midage .... Schwartzenb. I, 60. — Zie boven blz. 5.

In 1118 bevestigt keizer Hendrik V de privilegia , welke Staveren een veertig jaar vroeger had verkregen. 0. a. wordt daarbij bepaald ,

Dscripsimus eis quoque de theloneo quantum dare debeant euntes et redeuntes per Rhenum: et de comitatu Utvērghefendi of nughelam.Hogeman betoogt in de Verslagen en Mededeelingen van Overijselsch Regt en Geschied. XII (1881) 5, dat er te lezen is: de Comitatu Cunere Emelferde, Orc, Naghelam”. In ieder geval wordt Naghela hier gememoreerd '). A° 1204: de cetero nulla umquam occasione Rhenus apud Swathenburch

vel alibi obstruetur. Insuper feodum de Nagele quod quondam habuit Joannes de Ahus a manu episcopi, postea vero alienatum fuit ab ecclesia, comes de Loon resignavit episcopo. Item comes non prohibebit mercatores quoscunque deferre salem vel quaslibet alias merces ad terram episcopi ...

Muller, Oudste Cartularium, 194/5, vgl. blz. 189. –

Vgl. Kluit II (1) 267. Blijkens het slot van de brief is er kwestie over land op de grenzen van Friesland, of van Holland en het Sticht. Nu was in die tijd alleen het graafschap Kuinre en omstreken betwist gebied 2). Het 'feodum de Nagele' hoort daarbij.

Noch heet bij de zeelui de streek oost en noordoost van Urk de ‘Nagel.

Dit land is weggeslagen. Liep het zeewater de rivier de Nagela op, en overstroomde en spoelde de omliggende streek weg? Wanneer is onzeker, vermoedelijk voor 1309, daar dan van Nagele geen sprake meer is 3). Ook wordt in het 'Seebuch', uit de XVe eeuw, maar waarvan de inhoud zeker wel een eeuw ouder is, aanbevolen in cap. XI,

§ 26: Item in de Nagele maket vul see ende uterlik suden mane 4). § 28.... van den Krele sole gy gąn na der Nagelen ostsutost. Toen was het blijkbaar bevaarbaar water.

Urk was al in 966 een eiland 5). Misscbien ook vroeger, 200 't niet altijd een eiland was. Wijst de naam er niet op? “Urk' kan ontstaan wezen

1) Von Richthofen, Unters. 1, 159 wil lezen: „de comitatu (d. i. geleit = gheferde) ut voč (= vocatur) 'gheferdi' of (d.i. over) Naghelam”.

2) Vgl. Schwartz. Charterb. I, 83. 81. - Overijs. Alm. 1853, blz. 11. - Versl. en Meded. Overijs. Gen. XII, 8, vv.

3) Zie ook noch beneden bij Markaland en Marchnesse (vgl. bet Register, i. v.)

4) Zie de verklaring in de Nautischen Einleitung van Arthur Breusing. — Het Seebuch is uitgegeven in Verein für Niederd. Sprachforsch. Band I.

5) Strekte zijn territoir in 968 zich over 't nabijgelegen vasteland uit, 'in pago Salon'?

Moet zo niet die plaats verklaard: niet alsof Urk tot 'Salon' hoorde; maar dat het tot Urk behorende gebied 'in pago Salon' wordt weggeschonken ?

uit ‘urd-k’; urd = werd, eiland; Obd. warid, werid; vgl. angels. waroq, oever,

strand. Valt evenwel na de -r-, -ri-(?) vóór k de d (th) meer weg?

Voor de u, o <wa-, we- kan vergeleken '): hot <hwet, hwat. dol, dul, vgl. got. dwals. Misschien ord in Fr. Rq. 236, 14 (Eemsgo).

En 't nieuwfr. ülk, ulk (u= %, schelp; vgl. engl. whelk; ags. wiloc, weoluc, weluc.

Voor de -k, kan nieuwfr. pylk (pijl), hark(?); tjalk (Taal en Letteren I, 250) vergeleken, en oudfr. tosk (?).

Ongetwijfeld kronkelde het Flie door tusschen Staveren en Enkhuizen. Dit kan ook uit het bericht blijken over de Noormannen 2):

Piratae etiam Stauerun deprecando vastaverunt, aliaque in litore loca perdiderunt

Ann. Hildesh, ad annum 991; Mon. Germ. V. Zij waren de rivier opgevaren. Deze liep langs het Vrouwezand, en de Kreyl in noordwestelijke richting. A° 1119 hadde Graaf Floris van Holland, de tweede van die name,

grote twist tegens Galoiges 3) van Galama om het Bosch van de Creil, daar Graaf Floris dikwijls wanneer hij op Tenckelhuizen 3) of

Medenblik was, in ging jagen ). A° 1165 verdroeg de Keizer den ouden twist tusschen den Hollandschen

grave en die van Galama, om het Bosch van de Creil, daar Juw Galama en zijne Erven den vrijen Jagt en die het eigendom van

't derde deel des Boschs toe gewezen is 5). A° 1247. vv. Willem van Holland ... trok ook dikwils en menig maal

om recreatie en vermakinge met zommige van zijne Heeren, en Edel

lieden uit Jagen in 't Bosch van de Creil 6). A° 1398. Item xvj grote scepe, die ghebleven waren leggen voer

Eynchusen, daer die Inghelsche mede over quamen wt Inghelant, so si voer Staveren buten die Kreil omme seilen souden."

Verwijs, Oorlogen van Albrecht, 116/7.

1) Ook Hengorden, Hengworden? Rek. Utr.

2) Over het Rode Klif later; vgl. Friesche Volksalm. 1863, blz. 17–40. — Nat. Hist. van Gron. 307.

3) Lees: Gale Iges (van) Galama! En: hy t(e)Enck(el)huizen!

4) Ocko' Scarlensis blz. 92. — De echtheid van deze kroniek is zeer betwijfelbaar. Zie Bolhuis van Zeeburgh, Kritiek blz. 148, vv.

5) Ald. blz. 96. 6) Ald. 117.

Noch heet zo een bank daar ter plaatse.

Het Vrouwezand wordt het eerst in diezelfde kroniek (blz. 106) genoemd A° 1200; daar wordt het bekende verhaal van 't Vrouwtje van Slaveren meegedeeld.

In het midden der XIIIe eeuw »konde men met een rafter ofte dalye”, van Staveren tot Enkhuizen »gaen, en was een goed vast land”, aldus de kroniekschrijver Ocko Scarlensis, ad annum 1255 1).

Daarmede is niet-geheel in strijd wat de Annales Colonienses maximi ad annum 1170 berichten:

mare vehementia ventorum limitibus suis excussum quarto Nonas Novembris terram Fresonum circa Stavern magna ex parta submersit.

Mon. Germ. XVII, 783 2). daar er toch noch een verbinding tussen Staveren en Enkhuizen, zuidelijker of noordelijker kon zijn blijven bestaan. Daarop wijst ook het verhaal van Willem I bij Stoke , IV boek, A° 1293.

Willem die in Oostvrieslant was,
Heeft niemare vernomen das,
Dat syn broeder is bleven doot.
Met sericheden harde groot
Es hi ter Zipe comen ghereden
Ende hi bat om ghelede
Te comene totes broeders grave.

Ed. BRILL, Hist. Gen. XL, blz. 131. En uit de Vita Ethelgeri blijkt ook dat circa 1240 het eiland Marken noch door zoet water omringd was:

opervenerunt in Markaland que est insula circumcincta ex omni parte non quidem salsis sed dulcibus aquis maris.

Wybrants, Gesta Abb. Orti S. Marie, 200.

1) Vgl. ad annum 1410: Deze tijd kon men nog met een rafter van Harlingen tot op Terschelling gaen, en van Holwerd op Ameland. Doch kort na dezen heeft de zee daar een groote wijte tusschen gemaakt, zoo dat ons dat gaan benomen en verboden is. Kron. van Ocko Scarlensis. 2) Vgl. Annales Egmundani ad annum 1170, ed. Hist. Genootsch. (1864) N. R. I, 71.

Mon. Germ. XVI, 467.

restas ferventissima fuit. Eodem anno circa festum omnium sanctorum ventus maximus erat, quem inundatio maxima secuta est, adeo ut usque ad muros civitatis Traiectensis fluxerit mare refluxerit, et piscis ille tantum marinus quem buollek vocant circa muros eiusdem civitatis captus sit.”

Vgl. ook aldaar ad annum 1173. Hist. Gen. I, 73. — Mon. Germ. XVI, 468.

Nu meldt de zeer betrouwbare Peter van Thabor (+ 1520) in zijn kroniek, om 1250:

»die zee heeft groten schaede gedaan an ende om Vrieslant, ende die grote meren binnen tlant; als die zee by Staweren, ende dat west by Harlingen ende van Staweren to Enchusen ende to Campen; want dat plach heel lant toe wesen al totter Flee. Men zeyt dat noch hwsen toe Staweren staen , daer die sparren van gbewassen seyn op die Creyle by Herlinghen "); ooc moghent luyden dencken, datter een kerck waer binnen die zeedijck, hieten Dijksborne mit vyf hwsen; dat is nu die diepe zee."

Visser-Amersfoordt, Archief van Friesche Geschied. I, p. 3. Als het jaar dat “Zuiderz e e' dan ook het eerst wordt genoemd, ken ik:

1272 de steden an der Suder see, als Campen, und andere steden in den stichte Utrecht belegen.

Charter van Magnus, koning van Zweden, Driessen

Mon. Gron. 548 (naar orig.). Ook 1276, ald. 552. Daar nu «zuiderzee' wijst op een zee ten zuiden van Friesland, zo mag men vermoeden, als men de meedeling van het wegslaan van land bij Staveren en noordelijker in verband brengt met de enige tijd later voorkomende naam van ‘Zuiderzee', dat door de ruimere verbinding met de Noordzee het oude Flevo-meer ook groter uitbreiding kreeg, en de naam van Zuiderzeel) verdiende.

Het »Seebuch” uit de XIVe eeuw 3) meldt in cap. XI vol zee bij het Breezand, die Kreyl, het Roode klif, Enkhuser sant, en de Nagel,

§ 25. Item up den Bredensande maket vul see nortwest unde sutost.

§ 26. Item in de Nagele maket vul see...

§ 27. Item nortost van den roden kleve to Staveren dar licht de rute (?).

§ 28 Item Kropelsant licht bewesten Medeblick. Also gij up Urk mogen de torn seen, so gaet sutsutwest na Tiorde (?), so lope gii hoge noch boven Enkhuser sant. Unde van den Krele sole gy gan na der Nagelen ostsutost.

1) Strekte dat bosch zich zoo ver uit? Ik lees liever:

nop die Creyle. Bij Her. linghen oec moghent..."

Had men de interpunctie van het hs. maar aangegeven.

2) Noch tegenwoordig heet bij de varenslui de watervlakte noord van Staveren-Enkhuizen (ook bij Vlieland) het Flie, met onderscheiden benamingen zijner afzonderlijke delen.

3) Hss, uit de XVe eeuw; zie boven, blz. 8.

« VorigeDoorgaan »