Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Naast een Lintar wrde, waaruit regelrecht Lintaard 1) zou ontstaan, kan een friese samenstelling met 'Lide' gestaan hebben. 'Lintar(werde)' kan vergeleken met een 'leobar' bij Tatiaan (circa 825, waarschijnlik uit Fulda stammend); aan een duits linthar 2) (ook onverbogen linthi, lindi) osaks. lithi, ags. lidhe, beantwoordt een fries lithe , lide, noch over in 'onlijig waer', 'onlijdig' = onstuimig; vgl. sìth, makker *) holl. (ge)zi n[de].

"Lide-werd' werd 'Liwerd', als ofries hrithere, ridere - holl. rind, rund overging in nfries riere.

Zo is de wegval van de n verklaard.

Voor de w ontwikkelt zich in later eeuw een o of u: zo ontstaat Liowert, dat tans 'Liout' luidt. "Lewarden' zal de stad-friese, door Hollanders e. a. overgenomen vorm

met ê uit io wezen naast de echtfriese. Lineward is dan een samenstelling met Linth(i), waarvan de d (die uit th ontstond) weg viel, als boven de d in 'lind(e)'. Voor het blijven van de n voor th, vgl.: hrinders, tond, munde, unse, kundich.

Maar ook hier maakt de iu, ie vóór ng, zwarigheid, tenzij men die mag opvatten als de rekking aanteduiden.

Of: is 'Lintarwerd', 'Lidewerd', 'Liward' enerzijds een samenstelling met 'Linthar'-, 'lithi’-; en staat anderzijds -werd na een ander woord: 'Linn''Lion'-, 'Ling'-, en zijn deze beide synoniem?

Een samenstelling met liun 4), lün komt vaker voor; zo b. v.: Ter Lune, een slot van Albrecht aan het Dokkumerdiep bij de Lauwes; vgl. Verwijs, Oorlogen van Albrecht 169, en passim, 't Register.

Dirks wijst noch op belünen, beklinken, zachter worden, van 't weer ook: betrekken; ook van personen, die er betrokken uitzien; lünig weer, zacht weer; 'in de lünte', beschut.

Ik geef deze etyrologie voor beter. Min of meer vreemd blijft mij de benaming van 'luwe, lyige waarden' wel klinken; men wijst echter op Rauwerd, tegenover de instromende golven van de Noordzee zuideliker aan de Middelzee gelegen 5).

Er zijn trouwens tal van afleidingen, die echter met de middeleeuwse vormen van het woord niet overeentebrengen zijn.

1) 3 uur n. 0. van Deventer ligt ook een Lindert of Linderle.
2) Vgl. Leoderbach , IXe eeuw.
3) In ohd. hss. meer t = th, zie boven blz. 40 noot.
4) In Lünjebird zal het Ludinga-bird zijn, zie boven blz. 65.
5) Zo o. a. Dr. Elte Martens Beima, aangehaald Eekhoff I, 293.

Een enkele vermeld ik hier:

‘Lieuwe-weerd', naar de eigenaar, of gezaghebber, die Lieuwe of Liouwe zou gebeten hebben ). Lieuwe-werd werd Lieuwerd, Liouwerd , Liouwt; waarvan later, omet toepassing op de beide terpen, verlengd tot 'Lieuwerden'in nederduitse spelling het woord Leeuwarden gevormd is.”

Volgens anderen is deze Lieuwe een herbergier in Aed Levwert' geweest 2).

Volgens noch anderen moet men aannemen dat »de stroom Lea, thans, buiten twijffel, de Ea of Ye, die heure waateren in die arm loste, lankx de voet van die weerd liep, waar uit de naam van Leaweerd spruit”. 3)

Enkelen menen dat de stad »na de lieflijckheyt des waerdts de Stadt Leeuwart, ofte Lievewaerdt gheheeten is” 4).

Waard' zou niet de strook waterland zijn, maar de herbergier, die Lieuwe heette, of wel, bij wie een Leeuw uithing 5).

Leo-, Lie., Leeu- verschilt slechts in dialect, en kan dus samenhangen met ljoe, ljue, luden, de vrijgeborene ingezetenen, die de wetten maakten en de rechters kozen; Leeuwarden is dan de 'waarden der ljoe' 6); men denkt dan aan de eens voorkomende spelling 'Lyoedwerden' (Schwartz. Charterb. 705, waar de schrijver dus etymologiserend spelde 7)

en de Lyoedwarven of volksvergaderingen, b.v. de Lyoedwar toe Berlicom (Schwartz. I, 747).

'Lauwa' ook 'lyowe' is ofries = geloof; zo kon de Nye-hove toch ook wel zijn 'Lyowe-werden' = geloovigen waard.

En 't kon ook wel wezen dat de naam ontleend was aan »ws lyauwe Vrouwe to Nyahorn"; dan eerst ‘Lyauwe Vrouwe werd' is geweest, en samentrok tot 'Lioward'!

»Ik voor mij”, schrijft zekere Gesnerus 8), »geloof dat de naam Leovardia moet gezocht worden in dien van een visch (Leopardus), omdat van die plaats een zeer groote hoeveelheid van deze gedroogd en gezouten wordt uitgevoerd."

van

1) Ubbo Emmius, De Fris. Republ. 37. Wassenbergh Bijdr. II, 149.
2) Ocko Scharl. (1597) fo 29. Schotanus, Beschrijving (1664), 229.
3) Gabbema, Verhaal van Leeuwarden blz. 5. Tegenw. Staat van Friesl. II, 27.
4) Winsemius, Beschrijving der steden, achter zijn Chroniek (1622).
Vgl. Friese Volksalm., 1886, blz. 184.
5) Tegenw. Staat van Friesl. II, 26.
6) Kluit, Proeve van Oudh. enz. 77, aangehaald bij Eekhoff.
7) Zie dit vaker in de vele variante schrijvingen bij Eekhoff I, 369/70.
8) Aangehaald bij Gabbema, a. w.

Ovec Leeuwarden noch enkele biezonderheden; en wat naamvormen:

A° 1190: zou het stedelike rechten hebben gekregen, volgens Ocko Scharlensis ). A° 1245: conventus Praedicatorum ?) in Leuwerdia fundatur.

Worp, Kroniek (XVIe eeuw) I, 165. In 1247 noemt de kroniek van Emo en Menco (+ 1273) cives de Liuwerth.

Mon. Germ. XXIII, 540. Uit de 1e helft van de XIIIe eeuw noemt een charter: Aldermannus, Consules et ciues in Liwerd :). A° 1260—1270: filius cuiusdam Luipponis de Liuwert,

Vita Siardi, Wybrants, 129, zie Inleiding XXI. in foro Luiwart (0)

ald. blz. 144. A° 1286: wordt de stad »Lewart” onder de Hanse-steden genoemd.

Lübeck. Urkund. I, 456. A° 1300 schenken »parrochiani ecclesiae St. Viti in Oldehove ius patronatus in dicta ecclesia Lieu werth" aan het klooster Mariengaard.

Schotanus, Beschrijving 229. A° 1317: Leeuwarden het eerst eigenlik als stad genoemd: aldermannus, scabini et communitas Luwardiae.

Driessen, Mon. Gron. blz. 88 (orig.) A° 1335: de reconciliacione cymiterii in Liwardia.

Rek. Utr. I, 517. Zie verder boven, blz. 85, en noten! A° 1386: Wibrand Alaardsz. persona ... Vitus in Le......

Colmjon, Register no. 372. Rijks archief. A° 1388: her Wybrant, deken van Lywarde.

ald. 842 (orig.) A° 1392: Siurd Menningha fan Swichum ... dy Aulderman a Lyouwerth ende sine Schepenan moghen ... biriochtene ur hals ende wr. haed 4).

Schwartz, I, 252, zie boven blz. 33, 40. A° 1397: her Wobbeka tha dekene to Lyowth.

Visser-Amersfoordt, Archief III, Aanh, blz. 5 (orig.)

1) Von Richthofen betwijfelt dit, Unters. II, 615.

2). Deze vermeld A° 1407; en in Oorkond. St. Antonie-Gasthuis, A° 1432, 1433, 1455, 1484.

De „Barfotte-broren to Galilee", ald. A° 1472 1484, 1493. gl. Oudheden en Ge. stichten I, 270; Schwartz. Charterb. II, 14; Matthaeus, Analecta III, 481.

3) Lnbeck. Urkund. I, 149. Dit charter in het Hansisches Urkund. I, 450, noot, op 22 Maart 1300? geplaatst.

Vgl. vooral Mr. Telting, Het ofries stadrecht 53 vv. 4) Vgl. het Charterb. I, 297, afwijkende tekst.

Ao 1399: geeft hertog Albrecht aan Gherijt Camyngha »onse stede van Leewairden in Oistvrieslant"..

Verwijs, Oorlog. van Albrecht, 523 v.v. A° 1407: ecclesiae sanctae Mariae in Leuwardia curatus ... apud Fratres Praedicatores in Leuwardia.

Schotanus, Tablin. 69. A° 1426: dat Alda houwe, ende al der bynna der stedgreft to Liowert

is, ende dien Hoeck der to Liowert to tszierka heert, scel waza onder een statriocht to Liowert, ende aldeer to riochten ghelic

bynna der stedriochte. Schwartz. Charterb. I, 469 (orig.) Dito van A° 1432 to Lewerden. ald. 497 (nederduits orig). Dito van A° 1435 »dio sted van Liowert."

ald. I, 511 (orig.) A° 1435: foerenighet dyoe sted fan Liowert ende Peter Kammyngha

mit al da hofstede toe Ka mig ha bure, ende syne kynden ende syne kyndeskinden deer vp der foerscr. hofstede wenheftich synt, mit da ynra Hoeck ende Aesterpstera, mit al ducka byschede ....

ald. 511 (orig.) De grote bloei van deze stad begon, nadat in 1504 de Saksiese hertog die tot hoofdplaats van het gewest verhief.

De Ee vloeide oost van de Weerd', in een inbam of haven. Westelik van deze inham, als op een klein schiereiland, dat in de Middelzee insprong, lag Oldehove' met zijn St. Vituskerk, ongetwijfeld gesticht door geesteliken uit Corvey 1), die evenals in Dokkum hier in een cenobium samenwoonden. Die kerk schijnt geplaatst, evenals in Deventer, ter zijde van de overvaart over de Middelzee, aan de weg van Dokkum naar Franeker en Staveren mischien.

In later. tijd hadden de Burmanjes van het noch bestaande Burmanniahuis het patroonschap er over, die het in 1300 aan St. Mariengaard schonkena). Over die kerk waren de stukken gewisseld , boven aangehaald, in 1146 tot 1154 %).

Ik vermoed dat toen de Burmanjes het patronaatrecht aan zich trach

1) St. Vitus was ook de beschermheilige van Corvey, vgl. Dirks, Vrije Fries IV, 346, en litteratuur aldaar.

De tegenwoordige Oldehove is in 1629 gebouwd.

2) Van de uitoefening van het patronaatrecht door de abten van Mariengaard is niets bekend; vgl. Eekhoff, Geschied. beschrijv. van Leeuw. I, 43 noot.

3) Von Richthofen vraagt, of het de S. Maria-kerk niet is, Unters. II, 609.

ten te trekken '); de inwonende geesteliken stonden liever met hun op goede voet dan met de verafgelegen moederabdij. De abt van Corvei vraagt de bischop van Utrecht een praesentatio te mogen doen ?): het klooster poogt toen derhalve zijn patronaatrecht te handhaven, tegenover de priesters, die in 't bezit der prebenden reeds sedert lang waren, en zich om de abt daar in de verte niet bekreunden ?).

In 1152 beveelt de paus de nieuwe Utrechtse bischop de goederen van de abdij te verdedigen tegen die ze wilden roven. Naar 't schijnt, zonder gevolg. Wat er later van de bezittingen der ... abdij in Friesland geworden is, kan niet met zekerheid worden uitgemaakt” 4): zij zullen gehéél onder de Burmanje's zijn gekomen.

De hoofdbuurt 5) van Leeuwarden was de latere 'Nyehove', bij Camminga-state, met de noch bewaarde gevelsteen 'Aed Levwerd 1171.' Deze Camminga's hadden de kerk gesticht, aan St. Maria gewijd, in de buurt, die aan het veer was opgekomen; zij behielden het patronaatrecht daarvan aan zich. Maar daardoor evenzeer onttrokken zij de plaats-zelf aan de invloed van de Corvey'se St. Vitus.

Bij deze kern, werd Oldehove en 'Hoeck' aangetrokken, definitief in 1435: een nieuw blijk dat ‘Nyehove' gewichtiger was dan de landelike buurten er naast gelegen.

Dit 'Hoeck' en 'Aest-(Oost)terp' lag oostelik van de inham of haven.

Men zie noch over deze stad het belangrike werk van Eekhoff, Geschiedkundige Beschrijv. der stad Leeuw., met kaarten. Veel bouwstof vooral, is in dit boek bijeen verzameld, al zijn de combinaties en konkluzies lang niet altijd aannemelik.

1) De oudst bekende Burmania is Douwe, £ 1170,.... Vgl. vooral Verwijs, Corvey en Leeuwarden, 0. a. blz. 22.

In 1148 was »possessio in Meretha” aan „Conrado de Oric” afgestaan; zie ook beneden ('t Register i. v.).

2) Een voordracht van benoemden die dan door de bischop geinstitueerd werden.
3) Zie echter Verwijs, Corvey en Leeuw., blz. 19 vv.
4) Verwijs, a. w. 22.

5) Zowel ‘Oldehove' als 'Hoeck' horen -beyde to Lewerden to kercken" aldus 0. a. Ao 1432, Schwartz. Charterb. I, 497, vgl. 469.

Winsemius 253 zegt dat in die tijd Oldehove grotendeels door geesteliken bewoond werd, die daar hun godsdienst pleegden evenals in andere konventen.

Vanwaar deze meedeling?
't Steunt mijn bewering in de tekst.

« VorigeDoorgaan »