Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Kollummerland.
A° 1398: den acht Kerspelen van 1) Oestbrocksterlant, in den lande van
Oest-Vrieslant, aan Foye van Dochem.

Rijksarchief; Colmjon, Register, No. 409. De beschrijving der 7 zeelanden (XVe eeuw, begin :) Colmerlandt naast Aestergo.

Zie boven blz. 37, i. f. A° 1421 : die landen van Achtkerspel, ende Oestbroeck saters

lande an die Westside der Lauwers, ende die van Langwolt, ende Fredewolt an die Oestside der Lauwers, an malcanderen hier na gelant, ende gelegen syn .... die landen van Achtkerspel ende Oestbroecsatersland an die Westside der Lauwers ....

Mieris, IV, 595, Schwartz. I, 438/9, 440. A° 1422: Wij prelaten, presters, greteman, rechters unde meente van

Achte kerspelen unde Ostbrokerland enz. .... To orkunde unde to merer tuchnisse so hebbe wy Achte kerspelen unde Ostbrokerland mit gantzemen guden willen unser land ingheseghel hanghen laten an dessen breff.

Ostfries. Urkunb. I, No. 310. A° 1441: van den Wterdyck,... vp oester syde ende wester syde der

Greuse, ... dat wysel twysken de Conuentes lude van Gherkescloester ende Kolma mene lant.... 40 pundemata landis in Colmerlant, to Amgadorpe bynnen dyk, ... 3 van 100 pundamata landen buten dyke by Oesterdorp,...

Schwartz. Charterb. I, 521 (orig.) A° 1444: greetmans, rechters ende meene meente in Oosterbroeck

sterlande, also Kolmerland, Zwaech Oldewolde ende Gaest.... greetmans ende rechters ende meene meente van Kolmerlande on

ses landes segbil, ende wy greetmans, rechters ende mene meente in der Gast, Oldewolde, ende Zwaech in Oestbroekster lande voersz , ons ireer (?) lande seghel hyr angehangen.

Schwartz. I, 526/7 (hs. Gabbema); zie Fockema, Schetsen Fr.

Gesch. III, 139, 169, 174 noot, die het charter op 1443 brengt. Mr. Andreæ vermoedt dat hier Kolmerland alleen aanduidt: de klokslag of ’t behoor van Kollum. Vgl. ook 't landes-seghel in 't charter van 1467. A° 1453: Hertetus ... in Gerkis Cloester .... ende wy meyne erfnamen

des Vterdykys van Colma(-), vnd Vetpoest malande... de helfte

1) Mr. Andreæ wil hiervoor ‘und' of 'ende' lezen, „omdat Oestbroekerland nooit uit 8 kerspelen bestaan heeft; en de grietenij Achtkarspelen overigens in de stukken, die Colmjon vermeldt, niet voorkomt".

der Gruze... wy op de oester syit, vnd de van Collum vnd Vetpoest op de wester syit,

Schwartz. I, 544 (orig.) A° 1456: Oestergo ende Vestergo, ende dae mena Saun walden; als ....

Boernford, Achtkerspel A estbrucksteraland, ende Kolmera

land. Schwartz. I, 590, zie 't Register i. v. Zevenwolden. A° 1467: Rechters ende gemeene meente van Colmerland, Colmer

buren, oltwolt ende Westergast.... rechters ende gemene meente van Colmerland ... voer ons ende mede voor Oldwolde ende de van Westergast... onse gemene landis segell 1) van Colmerland... an dessen breeff.

Feith. Register Gron. Arch. I, hoc anno No. 5. A° 1470: Casteleyn ende Rechters van Oestbroecsterland.

Feith, Register, h. a. No. 7. A° 1470: rechters ende gemene meente van Oestbroecsterlande.

Feith, Register, h. a, No. 14. A° 1474: Aanneming van het verbond van Oost-Broeksterland met Groningen, door Broer Meckema. Maandag na St. Gregorius.

Feith, Reg. hoc anno No. 2. A° 1479: twisscha Aestbroeckstera, Swaegera mey hiare mey par

ten ... Dantmadeelis lioed, dae conuents lioede van Dockum waerdera syaunumma ..

Schwartz. I, 692. A° 1480: David de Burgundia ... Johanni in Lussens Bottoni in Aen

ghum ... Gabbodo praebendario in Dockum ... Abodus Sydsma Oldwaldt & Altetus Reyndsma in Collum cum certis suis complicibus.

Schotanus, Tablin. 72 (kopie).
A° 1480: Evert Hubbeldingh, casteleyn in Oestbroecsterlant.

Feith, h. a. No. 2; 17. [A° 1481]: Johannes et Botto in Luxens & Aenghum parochialium ec

clesiarum curati, Gabbodus in Dockum praebendarius ... domino nostro Da vidi de Burgundia. Citavimus quosdam incolas in Oestbroextera districtu, vid. Abodum Sydsema, Autetum Reynsma.

Schwartz. I, 325 kopie, plaatst dit charter op 1401 ; vgl. Mr. Andreæ, Kollumerland (1883) blz. 135. – Vrije

Fries XIV, 307.
A° 1489: vor des casteleyns tyden in Oesbroeksterlant.

Archief van Friesland, kloosterstukken van Gerkesklooster No. 131 (bs.)

1) Afgebeeld 'Friesche Oudheden', „stelt St. Maarten voor, en is dat van Kollum" (Mr.Andreæ).

A° 1490: dye nederslach scheed is buthen Oestbroxsterlant;

ald. 133 (hs.) Ao 1508: an der Gerkensbruggbe in Lanckwolt to Sybalde buren; .... landes gelegen in Oestbroesterlant.

Schwartzenb. Charterb. II, 259. (Nieuw-) Cruijslandt werd van 1529 tot 1542 bedijkt; vgl. Mr. Andreæ, Vrije Fries XIV, 309; Kollumerland en Nieuw-Kruisland (1883); Lauwesee, Aanhangsel; en zijn Nalezing Grietmannen 33–35.

Over Kollum, het dorp, zie 't Register i. v.

Het westelijkste, oudste gedeelte van deze grietenij heette oorspronkelijk Oostbroeksterland; dat zich wel in 't midden van XIVe eeuw afscheidde , waarschijnlijk van » Donthmadeil”; toen bedijkte men vermoedelijk het belangrijke gedeelte van Ter Lune naar Pieterzyl. Weldra ontwikkelt zich Kollum met zijn Òmland; de omtrek krijgt de

van Colmerlant; en die van Oestbroeksterland verdwijnt. Vgl. Andreæ, t. a. p.

naam

Dongeradeel.

Foeke Sjoerds, Oud en Nieuw Friesland, I, 229, beweert dat de Péasens vroeger de Donger heette. Dit nenen ook de Haan Hettema, Oud en Nieuw Friesland, p. 117, en Eekhoff, Geschied. van Friesl. 79.

Zij leiden dit vermoedelijk af uit de verdeling in Oost- en West-Dongeradeel; maar deze indeling is niet oorspronkelijk. Voor de XVe eeuw komen beide delen nooit gescheiden voor, eerst onder de Saksiese regering zijn er twee gedeelten ').

Zij worden dan niet aangeduid als beoosten of bewesten de Donger, maar altijd als Dongherdeel ten westen oder Paeszens” 2); in het kadaster van 1505, 0.a.

Terecht zegt dan ook Acker Stratingh, Aloude Staat II (2) 99 noot, dat de naam Péasens wel oorspronkelijk zal zijn, in genen dele altans ergens kan aangetoond dat Donger zijn andere naam was.

Van waar dan de naam en wat is de beteekenis van Dongera-deel?

Halbertsma, Lex. Fris. 711 vergelijkt het met Frankies Tunger 3); en schijnt het met donk te willen verklaren 3).

1) Van Sminia, N. Naamlijst, en Andreæ Grietmannen, blz. 24.

2) A° 1415: twene huse staden, der lydzet to der Pazene, ende thrira pundameta upper Pazene wal. Schwartz. I, 388.

3) De meeste etymologieën van Halbertsma zijn niet te vertrouwen; vgl. breigeman. Men zie noch de Aankondiging van het Lex. Fris. door Kern, Taal- en Letterb. V, 84.

Daar frankiese -k- ook friese -k- moet zijn, gaat deze gelijkstelling

niet op:

Ik houd de g in Dongera niet voor oorspronkelijk, maar voor ingelast, evenals bij Tsjonger en tonger.

Tsjonger is de friese naam voor Kuinder; dit luidt in ouder vorm Künre, uit *Kiunre waarschijnlijk, of uit Künre.

Vgl. Nom. Geogr. Neerl. I, 109, zie 't Register i. v.

Tsjonger 1) gaat op Tjonger, dit op Tìionre en *Kionre terug, met gewone palataliséring der k voor i; welke i met de naklank van de palatale tj samensmelt.

De g is ook hier ingevoegd, evenals in fries Tonger (tonitrus) voor Tonre, ohd. donar, vgl. ags. Þunor; en in 't westerlauwes-friese tongersdei, thon resdei, thonnersdei, tornsdei, Hunsinger thunresdey, nieuwfr. to(r)nsdi; de dag, genoemd naar de oudgermaanse god *punaraz; ohd. Donar, on. porr, oudnederd. Thunar.

Daar meermalen d uit th ontstaat ?), kan de beginconsonant in Dongera(-deel) op th terugwijzen; als ouder vorm mag dan gesteld: Thonra, Thon Gra.

Wel komt deze niet voor; maar voor zover me bekend is, wordt het eerst melding gemaakt van deze grietenij in 1398 %); men kan moeielijk een andere vorm in die tijd verwachten, enige eeuwen vroeger kan hij Thonera' geluid hebben.

Op 't eerste gezicht lijkt dit, net als Leeuwerdera, Ferwerdera, Echtawerdera van Leeuward en Ferwerd gevormd van Thon-. Maar zo'n plaatsnaam bestaat niet. Was het maar Thonwerder(a-deel). Thon evenwel vertoont een merkwaardige overeenkomst met Tunu-werd, het plaatsje in deze grietenij gelegen. En 't is mogelijk dat beide namen samenbangen. u en o wisselen in den stamlettergreep meermalen 4): sunudei, sunedei, sunnandei, sonne, sonnandei. thunresdei,

thonresdei. - hunderd (nfrie. hûnde(r)t): hondert. Vgl. verder van Helten, Altostfries. Gramm. $ 12—14.

enz. =

1) In Baarderadeel heet een oude waterlossing 'Sjonger', d. i. Tsjonger, vgl. sjerke,

tsjerke, tsjerk, in de ombuurten van Makkum en zuidelijker. 2) Vgl. doarne : t(h)oa(r)ne(-beien); doarp: t(h)erp; dak, tegumentum corporis: t(h)ek, tegumentum domus; der(e): ags. thaer; dealje, asser; dekje: ags. theccan; dildsje: got. þulan; ding: frie. t(h)ingje; dinder! (tonitru; per Jovem tonantem !), dinderje (tremere): tonger, tongerje, etc. Overgang van nd in ng is ook in Limburgse tongvallen niet ongewoon.

3) Zie beneden blz. 47.
4) Vgl. Cosijn, TLb. IV, 161, voor het Oudnederfrankies.

De vormen zijn: Thunu-, Tune- (981), Tunen- in een geschrift der XIe eeuw), Tona- (later eeuwen), Tonnaerdt.

Th en t staan nevens elkaar. Men neemt aan dat de germ. th van aspiraat tot spirant werd '), en dan in sommige dialecten, w.o. het fries, verhardde tot t; maar tegen de algemeenheid van de spirans is wel wat aantevoeren. In elk geval wordt de th vaak als t geschreven, vooral in het westerlauwes dialect; tans in het nfries. ook als t uitgesproken 2); voor zover zij niet in d zijn overgaan, (of door uitheemse woorden met d vervangen?).

In het ohd. komt veel t voor th voor; namen van oorkonden, vgl. Braune, Ahd. Grammat. § 167, Anm. 9, – en Henning, St. Gall. Sprachdenkm. (1874), S. 127, - Socin, die Althochd. Sprache in Elsasz (1882), S. 243, vv.

Voor 't Osaks. kan men vergelijken Gallée, Altsachs. Gramm. § 143 3).

In het Ofries van Helten, Altostfr. Gramm. blz. 96 t(h)ingad, thilda = tiulda, enz.

Wat de vorm betreft, zou men 'Thune'-(werd), "Ton'-(aerd) identisch mogen nemen met 'Don'(g)era-deel.

T(h) u n-a(werd) is zeker wel de eigennaam die Förstemann als "Tuno', “Tunno', opgeeft, en waar ook Thuonlind , Thoneberg, Thonielef wel bijhooren.

Maar hoe hoort hier een *Thunera, *Thonera (-deel) bij?

Of is Thunera noch op andere wijze te verklaren? En hangt dit met de god *Thunaraz, Thonar' samen?

Een andere naam voor deze godheid is Foste. Naar de oude friese kronieken willen, werd deze vereerd op Ameland. Dit eiland hoorde tot Oostergo zie 't Register i. v. – later splitst Oostergo zich eerst wel in tweeën, een noordelijke kusthelft, en een zuidelijker binnenland; die kusthelft deelt zich noch later in de Grietenijen: Dongeradeel, Ferwerderadeel, Dantumadeel 4). Volgens diezelfde kronieken zou het klooster, dat bij de kerstening van die streek in de plaats van Foste's tempel kwam, verplaatst zijn A° 1109, naar het vasteland en wel op de plaats in het

1) Vgl. Paul-Braune, Beitr. I; naast th wordt ook vaak in de hss. t gevonden, die daar als onjuiste schrijfwijze wordt verklaard.

2) Halbertsma en op zijn voorgaan het Frysk Selskip (met de vrij algemeen aangenomen friese spelling) schrijven th waar geen enkel Fries, except in een enkel woord door de Holwerders en Eilanders een andere klank dan t laten horen.

3) Vgl. voor de Saliese wet: 'thunginus' en 'tunginus', Kern, TLb. III, 209; en Oudnederl. Psalmen, Cosijo TLb. IV, 172. „Ook het fransch heeft uit frankisch th een t: Tionville, Tyois, Thierry.”

4) Zie beneden blz. 48; en 't Register i. v. Bornego.

« VorigeDoorgaan »