Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

latere Ferwerderadeel, tot welke grietenij Ameland hoorde, – die Fos-werd heet. Zijn naam zou dit ontleend hebben aan Foste-werd; waar etymologies niets tegen is.

Indien de naam met 'Thunara'- samenhangt, zou deze hypothese ') tevens verklaren hoe de historici aan het verhaal, een oude traditie dan, komen.

Het was dan 't 'deel waar Thonar vooral vereerd werd, dat mogelijk aan hem hoorde, als Fosetisland aan Fosete; waarom er een tempel op Ameland stond. Was daar Bonifacius heen op weg 2), toen hij in zijn tocht gestuit werd bij Dokkum? Ook Willibrord ging op Helgoland de Fostetempel verwoesten; wilde Bonifacius niet minder doen? En Liudger deed later op nieuw hetzelfde op Helgoland "); beiden ontkwamen ternauwernood een gruwelijke dood.

Thunar-&- is de oude friese genitief; de vorm heeft geen bezwaar. Maar bleef de naam zo lang; evenals Foste-werd? Ondanks dat de Friezen christenen werden? Dit is wel mogelijk, bloot als streeknaam.

Zekerder is de etymologie niet te geven.

'Thunaraz' de dondergod nu, en de eigennaam "Thuna' horen waarschijnlijk bij elkaar; is dit een synoniem van het eerste, maar van 'aan de god gewijden', van priesters, gebruikt? Vgl. Wod(a), Woto, en Wodan, Wuotan. — Zou dan ook Tuna(-werd) en Don(g)eradeel op die wijze samenhangen?

Dat Thunar a-(gea ?) 4) in Dongra- overgaat, naast Ton a-werd dat Ton-aerd blijft, is heel goed mogelijk, omdat de namen niet meer samenhangend gevoeld werden; er mee te vergelijken zijn de boven vermelde dubbelvormen in noot 2 op blz. 42. En bovendien, Tonaerd werd al vroeg Ternaerd, d. i. voor met het praefix Ter samengesteld gehouden.

Ik geef deze etymologie 5) voor beter.

De naam van de grietenij komt 0. a. voor in:
A° 1398:

Dongherdeel.

Colmjon, Oorkonden No. 409.

1) Vgl. ook beneden blz. 48. En Tijdschr. Ned. Lett. XII, 285, v.
2) Hij was van Drente uit, schijnt het, Oostergo binnen gekomen.
3) Zie Tijdschr. Ned. Letterk. XII, 281/2.
4) Vgl. Raerderagea, boven, blz. 37.

5) Volksetymologie verklaart den naam naar de „Zeetonnen, die aldaar ten dienste der zeevarenden zouden gelegen hebben.” Friese Volksalm. 1857, blz. 54.

[ocr errors]

A° 1399: Her Foyo van Dochem . gheven mit desen brieve die helfte van Dongeradeel, alsoe alst gelegen is in Oestergoe uptie Lauwers.

Verwijs, Oorl, Albr. 535/6. A° 1399: Dongerdeel.

ald. 247, zie boven blz. 41. A° 1423: Dowa Syuksma greetman in Dongheradele.

Visser. Amersfoordt, Archief III, Aanh.

17, zie boven blz. 41. A° 1449: Gabe Hollinga ende Jeppe toe Foudgum ... grietmans in Dongeradeel.

Arch. van Friesland, Andreæ, Grietmannen, 25. A° 1491: Verzoek van Botta Doijnga, voor die in Dongherdeel. St. Maarten in den winter.

Archief van Groningen, Feith, Register, h. a. N° 15. A° 1494: Tyaerd Mockana Greetman in Dongera deel by da Aestersiida der Pasen ...

Rijksarchief, Oudfriesche Bloemlez. blz. 79.

De grietenijen Dontumadeel, Ferwerderadeel en Dongeradeel vormden samen de 'nyoghenda waer'; bestaande uit de drie grietslui en hunne beide 'eheren’; zie beneden bij Tietsjerksteradeel.

De districtus Wynighe' zal zich dus eerst zowat in tweeën gesplitst hebben, welke beide helften later in 6 (of 8) grietenijen uiteengingen. De ene helft daarvan was dan deze ‘nyoghenda waer'.

Dongeradeel en Dontumadeel zijn niet naar streekplaatsen genoemd; wel Ferwerderadeel en de overige in die buurt. Daaruit mag men concluderen dat de beide eersten ouder gedeelten zijn. M. i. wel de oudste gedeelten van Oostergo. 't Een besloeg meer de veen-zandgrond, het ander meer de kleigrond. Dit laatste Dongeradeel acht ik 't belangrijkste gedeelte, moet ook groot en vruchtbaar geweest zijn; als men let op de hoeveelheid grond die aan 't klooster Korvey kan geschonken worden. Zijn naam wijst mogelijk daar ook op, als hij samenhangt met 'Thonar' ).

Tietsjerksteradeel,
Genoemd naar Tietsjerk, zie 't Register, i. y.
A° 1392: Tiebba Ildzisma fan Berghum ... greetman in ther leppa ...
yn Thiatzerckera deel ....

Schwartz. I, 252, zie blz. 38.

1) Zie boven blz. 47, en 46.

A° 1435: 't Recht ende Raed der Lande ... als Liewerderdeel ende Ferwerderdeel, Dongherdeel, Dantumadeel, Thytzyereksteradeel.

Schotanus, Tabl. 512, Schwartz. I, 512. A° 1436: Greetman ende Eeheran (in) Thiatzersteradele, Greetman ende Eeheran in Ydardelradele, Greetman ende Eeheran in Lyowerderadeele.... in vse nyogenda-riochtes waar .... in ws nyogende riochte.

Schwartz. I, 514 (orig.) A° 1450: Kempa Vnnyngha , greetman in Lyouwerderadeel, Jorret An

drengha, greetman in Eedauwerderadeel, Oonno Haykama, greetman in Thyatzerkeradeel, ende Jeldze to Smellinghera couent, greetman in Smellingheraland.

Schwartz. I, 539, A° 1450: Amcka Rickwardsma ende Hidzar Hornada, bystanda gretmaen in Thietzerckeradele.

Oork. St. Anth. Gasth. I, 20 (orig.) A° 1461 : Lyouwerdadeel, Tyatzerkera, Ydawerderadeel.

Schwartz. I, 600. De Grietenijen Tietsjerkera-, Idaardera-, en Leeuwarderadeel vormden samen het 'nyogheda-riocht': 1) drie grietslui elk met hun beide 'eeheren’; evenals Dantumadeel, Ferwerderadeel en Dongeradeel. Dit was dan de andere helft van 't oude Wynighe. Vgl. Andreæ, Grietmannen 134.

Het Leppaverbond bestond uit Leeuwarderadeel, Tietsjerksteradeel, Idaarderadeel en Smallingerland en Leeuwarden; vgl. Schwartz. I, 670, II, 67. Zie hierboven, blz. 38.

Achtkarspelen hoorde kerkelik onder Munster 2), sluit zich vaak (daardoor?) bij de Groninger streken aan. A° 1338: sigilla terrarum Frisie, Hunsegonie, Fivelgonie, Drenthie, Gronighe, Fredewald, Langewald , Hummerke et de octo parochiis.

Driessen, Mon. Gron. 141 (orig.); Acker Stratingh

Aloude Staat II, 2, 114. A° 1395: Zeendbrief voor de Achtkerspelen door de proost van "Hummerke'.

Driessen, 142. A° 1436: soe is Ulbeth Ubbema riuchtfallich worden fan Acxtszerspelle wegena.

Visser-Amersfoordt, Archief III, Aanh. blz. 26 (orig.)

1) Vgl. Vrije Fries XIV, 209/210.
2) Vrije Fries XIV, 208, noot; 275, 320.
Ledebur, Die 5 Münst. Gauen.

A° 1447: Hunzinghe, Fivelgho, Langhewoldt, Fredewoldt, ende Hum

merkelanden mitter stadt van Groningen: weert dat enich man in onsen lande ofte Achtkarspelen broekelyc... schrijven an den grietman in Achtecarspelen met zijn mederechters.

Schwartz. I, 530. A° 1447: Tietsjerksteradeel wil ook te Aduard rechten, ona bewysinge

des verbondes van Achtkarspel.” Schwartz. I, 531. A° 1456: Oestergo, ende Westergo ende dae mena saunwalden, als ... Boernferd, Achtkerspel, Aestbrucksteraland ende Kolmeraland.

Schwartz. I, 590 (kopie); zie beneden, bij Zeven

wouden ('t Register, i. v.) Ao 1473: di eod, deer dy mena reed van Aestergo, Westergo, Achtzespel ende da Sauwenwalden nu op ferenighet sint.

Schwartz. I, 655 (orig.) Kadaster van 1505: Achtkarspell", onder Ostergo.

Schwartz. II, 19. Acht-kerspelen veronderstelt een gemeente, uit 8 kerspels bestaande. Een van deze is Twysel dat echter omstreeks A° 1240 noch tot het kerspel Augustinusga behoorde:

Gericus... vir dives et potens in Twislum, parrochia Beati Augustini,.... claustrum cepit edificare in Wigarathorpe suorum predicatorum.

Vita Ethelgeri, Wybrants, 212. Factum est ut familia in duo divisa, altera quidem in claustro Wigarathorpe iam constructo remaneret, reliqua vero in grangia, que habetur in parrochia Beati Augustini, normam imitantibus in ordine Premonstratensi, ... illis regulam B. Benedicti sectantibus, istis normam B. Augustini, ut dictum est, sequentibus. ...

ald. blz. 220.
Dit is het 'Gerckesklooster' 1).
A° 1441: her Rendolphus cureet in Up-twyzel.

Schwartz. I, 521 (orig.)
Dekanaatsregister van de XVe eeuw: kerk te Up-twysel.

Ledebur, Die 5 Munst. Gauen, 102. Deze grietenij zal eerst in de XIVe eeuw of later zelfstandig zijn geworden.

1) Vgl. daarover Mr. Andreæ, Het klooster 'Jerusalem' (1890).

Bornego.
A° 1230: omnes do decanatu Stauriae, et de Westergo et de Nova Terre

et de Bornego et de Smalena super Backenvene convenirent, il-
lic Drentos impugnaturi.

P. Hordijk, Quedam Narratio, 71; Anon. Ultraject.

ed. Matthaeus; Mon. Germ. XXIII, 422. A° 1276: Boetereeks ... fan Asterghe and van Westergae, Borndegha and Waghenbreghe 1); tha prelaten ....

Schwartz. I, 108; Fr. Rq. 386. A° 1304: »Henricus de Kunresile”... beslist tussen de abt van Runen

in Drente, en de praepositus et conventus monasterii in sanctuario S. Mariae ordinis S. Augustini in Bordengo.

Driessen, Mon. Gron. I, 135. A° 1338: bemiddelen pabbates .... praepositi; decani de Ostergo, de

Bordego, de Emeda, de Loppersum .... Tydericus Eltekeman de

Borendego.” Driessen, 135; Schwartz. Charterb. I, 195. XIVe eeuw: tha yelden in da dele to Borne tha send ...

Schwartz. Charterb. I, 98; Fr. Rq. 387, 18. A° 1386: wy ghemene rechters van Stellincwarf, Scoterwarf, ende Bornevrede.

Driessen, 399. A° 1389: Johannes curatus de Bordego. Curatus in Haghe.

Jo. ibidem prebendatus. - Decanus in Bordago. Curatus in Acrum.

Schwartz. Charterb. I, 248. A° 1395: Hedzerus, curatus ecclesie parrochialis in Bozinghim, decanus in Borndeghó.

Arch. D. 0. II, 623 (orig.) A° 1400 : stellinghe ende rechters, greetmans ende die ghemeente van

Stelling warf, Scoterland ende Bornevrede.... Katryper convent dat ghenoemt was een erlijc ende orberlijc convent den ghemenen onsen drien landen voerghenoemt Stellingwerf, Scoterland ende Bornevrede...

Arch. D. 0. II, 626 (orig.); zie beneden blz. 54. De 'Beschrijving der Zeelanden' zegt (XVe eeuw, 1e kwart): Aestergo mei al Smellingerland, Boerndeel, foerdmeer Haudmare, Haskerland, dae neersta Walden, ende Rauwerde; Achtzespel, ende Colmerland.

Oude Druk (XVe), Fr. Rq. 111a.

1) Zie later waarom Waghenbreghe afzonderlik genoemd is; vgl. 't Register i. v. Waghenbreghe.

« VorigeDoorgaan »