Pagina-afbeeldingen
PDF
[ocr errors][ocr errors][graphic][ocr errors]
[ocr errors][ocr errors][graphic]
[ocr errors]

Bei tweede deel van dit werk thans ten einde gebragt hebbende , gemeiert vríj on* verpligt, niet alleen omen harlelijken dank te herholen aan hen, die wij reeds in het voorberigt voor het eerste deel als onze correspondenten vermeld hebben, tnaar t even s ook han onze erkentelijkheid te betuigen , die zieh later омл die ry hebben aangesloten, ten einde, zoo reel in hen is, de door ont opgenomene taak te helpen verligten, zijnde: in ?ioord- Bra band de Иеег С. R. Hbbhaïs , te 's Hertogenbosch; ¿я Gelderland de Heeren: J. A. J. Sloet, Tot Oi.dhdis , te Voorst, «я Jkr. Mr. i. M. тш PiBST тот Biiygerdeh, te Eist; in NoordHolland de Beeren : С. Kabshoíf , te Ветептук , J. С. Cotbhs , te Amsterdam , en G. Tab Sàidwuk , te Fnrmerende; in ZuidHolland , de Heeren: J. Smits Jz. , te Dordrecht, L. T. Твнняск , te Rotterdam, en W. Tai Su Uoohaard , te HUlegersberg: in

65562

Zeeland de Heeren: H. А. С Alle я r Els , te Oostburg, H. M. С. таи Oosterzeb, te Elkerzee, en J. P. Vas Yisvíiet, te Middelburg; in Utrecht de Meeren: i. В. Ciiristemeijer , te Utrecht, en H. A. Hamelbbhg , te Amersfoort; in Friesland de Heer J. G. Va« Вьом , te Dragten; en in (herijssel de Beer Mr. P. F. Besikr , te Bereuter; terwijl ons ook belangrijke berigten medegedeeld worden door den Heer A. F. Lash Fus, te 's Grayenhage , aangaande onze Wesi-J?idische bezittingen; door den Heer T. A. Roxxiï , te Scharmer, »я Groningerland, betrekkelijk de Hervormde getneenten , voirai in de Ifoord-Oostelijke provins cien van ons Vaderland; door den Иеег к. H. Bboehs, ie Harliiigen , nopens het Evatigelisch-Ltiihei-sche kerkgenootschap , en door den Heer J. J. Belihfartb , te 's Graveiihage, aangaande de Israelitische gemeenten.

Het is dus aan deze Heeren , even ais aan de vroeger door ons , in de voorrede voor het eerste deel, genoemde Correspondenten , dat een gedeelle van den lof toekomt, dien wij ons zoo rt<im~ schoots zagen toezwaaijen, in alie de recensión , waarin ons werk tot ни toe beoordeeld werd.

Het genoegen , dat het ons gee/t, hwine ñamen hier neder te sehrijven , wordt echter treurig verstoord, door het bese/, dat het ons niet meer vergund is , onder onze Correspondenten te teilen eenen man , van wiens kennis en ervaring betrekkelijk den Waierstaai, inzondtrheid van A'mstelland , wij ons nog looveel hulp beloofd hadden. Wij bedoclen den Uecr Jacob Db Jobo , Dijkgraaf van den Anistcl en Nieuwer-Amstel, Kart nadat hij ens betrekkelijk het art. Amstei zoo belangrijkc Michlingen had medegedeeld . %'ijner familie, zijnen vrienden en hti Vaderland door den docd ontvallen. J)iep beireuren wij zijn gemis , en bidden God, dot wij, bij delverschijning тая ten volgend deet, niet weder derçelijke verliezen ztillen le vermeiden hebben.

folgden wij de inspraak van ons hart, dan zotiden wij hier ook alle Burgemeeslers vermelden , die ons , zelfs breedtoeriger, dan wij hodden kunnen verwachten , op onze eersle atmragc berigten omirent hunne gemeenten loezonden, doch dm louden wij hier schier allen moelen opnoemen , daar slechts tukelm hunner achter bleven , terwijl sommige anderen hunne vdichtingen zoo laat loezonden, dat daar van in het artikel zelve geen gebruik is kunnen gemaakt worden, waaraan het ion ook allem le wijten is, dat die berigten slechts in de bijtoegsels en verbeteringen voorhomen.

Doch niet alteen den Bui'gemeesteren zijn wij daarvoor dank schuldig; ook aan de Heeren Gouverneurs van Noord-Braknd, Gelderland, Noord-Holland en Uli edit, moeten wij de bilde OMzer erkentelijkheid brengen , voor het belang , dat zij ftlomd hebben in onzen arbeid te stellen , door hunne onderkotrige Burgemeeslers aan te sporen, om ons de gevraagde inlickiingen niet te ont zeg g en.

Men uil sich verwonderen, dal wij achter het tegenwoor<iige deel niet, even als achter het eerste , de overgeslagen artikc' ¡en mededeelen. Dit waren wij eerst voornemens te doen , maar.

« VorigeDoorgaan »