Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub
[ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors]

uitwendig gebruik van de kampher, stelt voor
de ondervinding van eenige Engelsehen (Gentlem.
Mag. 1752.), die de kragten van de etter daar
door hebben vermindert gezien, waar door
fyn neef op de gedagte was gekomen, dat dit
middel, uitwendig gebruikt, nuttig zyn zoude; Pag. 42-
gelyk hetzelve zich ook vervolgens in meer
gevallen voordeelig getoont heeft, zoo als de
Hr. TRAMPEL, en anderen ondervonden heb- Pag. 45.
ben (t);

De Heer TRAMPEL heeft in kwaadaartige
pokken, dit middel aan de ondervinding van
den Hr. HOFFMANN zien beantwoorden. . By
het uitkomen der pokjes veranderde de natuur-
lyke kleur in eene paersche, en de lyders kree-
gen sterke afgangen, waar door sy schielyk in
het graf gesleept wierden; veelen had hy den
dood reeds aangekondigt, wanneer hem het

'
werkje van den genoemden Schryver ter hand
kwam; hy liet, behalven de inwendige midde-
len, 'twee loot kampher ontbinden in zoo veel
zoeten amandel-oly, als vereischt wierd, en al-
le drie uuren een linnen doek, daar mede be.
vogtigt, den kinderen over de borst tot op den
buik leggen. De pokken kreegen, vooral on-
der de doeken, eene andere kleur, de lyders
wierden gerust, de ontlastingen verminderden,
en sy wierden kort daar na gezond; en dit zelf.
de middel, heeft by juist in die gevallen, waar
in de Hr. SCHUTTE oordeelt, dat men hetzel.
ve behoorde te beproeyen , om 't best van
deszelfs kragten, te konnen spreeken, nament-

lyk

(+) Het geen de Hr. ROUPPE in deeze ziekte aangaande de kampher heeft waargenomen, vindt men in dit werk, IV. D. 2. St. pag. 400: 19.

lyk in kinderen, die nog zuigen, zonder eenig ander middel, dienstig gevonden.

In Hannover, wanneer de pokken zoo kwaad aartig waren, dat dezelven paersch, door den loop verzeld, wierden, en de lyders binnen agttien of vier en twintig uuren stierven, zyn meer als de helft behouden, na dat de kampher op de gemelde wyze uitwendig gebruikt was,

X X I.

[ocr errors]

Icones plantarum, sponte nascentium in

regnis Dania Ex Norvegia , in ducatibus Slesvici & Holsatiæ, & in comitatibus Oldenburgi Ev Delmenhorstia: ad illustrandum opus de iisdem plantis, regio jusu exarandum, Flora Danica nomine inscriptum; editæ ab ejus operis auctore , GEORGIO CHRISTIANO OEDER, Med. Prof. Reg. Botan. Volumen I., continens fasciculos 1. 2. 3. seu tabulas 1--180. Volumen II. continens fasciculos 4. 5. 6. Jeu tabulas , 181 -- 360.

seu Hafnia , typis C. Pbiliberti. Fasc. 1, 1761. fasc. 2. 1762. fasc. 3. 1964. fasc, 4. 1765. fasc. 5. EQ 6. 1766. Folio.

[merged small][ocr errors]

Afbeeldingen der planten, welke in de Ko

ningryken Denemarken en Norwegen, in de Hertogdommen Sleeswyk, en

Hol

Holstein, en in de Graafschappen Oldenburg en Delmenhorst, in het wild groeijen ; ter ophelderinge van een werk, welk, op Koninglyk bevel, onder den titel van Flora Danica zal worden uitgegeeven; door den Schryver van dit werk G. C. OEDER. Eerste en Tweede Deel.

[ocr errors]
[ocr errors]

D

it uitmuntend en kostbaar werk bevac

de afbeeldingen van alle planten, welke in de Landen, aan den Koning van Denemarken behoorende, in het wild groeijen, op Koninglyk bevel door den hooggel. Hr. OEDER, in verscheide reyzen onderzogt, en door den bekwaamen Schilder den Hr. ROESELER gete- ! kend zyn. Men vindt geene breedvoerige beschryvingen van alle planten, dewyl het oogmerk is, die in een afzonderlyk werk uit te gee. ven, ook zyn de afgebeelde planten niet na een Systema geschikt, of derzelver naamen op de plaaten gezet, maar deeze alleen door nommers van elkander onderscheiden, dewyl men tot hier toe nog niet zoo verre in de kennis der kruiden is gekomen, dat men een goed natuurlyk samenstel heeft konnen in orde brengen. By elk stuk is alleenlyk gevoegd een lyft, waar

de naamen der planten, in zoo een stuk afgebeeld, opgenoemd, en de verschillende be. naamingen, waar onder zy zoo wel by vroegere, als latere, Schryvers bekend zyn, opgegeeven worden. De afbeeldingen zyn zeer nauwkeurig en fraay, en aan dezelven word door het fraaye papier en den goeden druk niet weinig luister by gezet. Men kan zoo wel ongekleurV. Deel I. Stuk.

N

de

ор

de, als gekleurde, exemplaaren van dit werk be. komen, gelyk hetzelve in:gelyks niet alleen in de Latynsche, maar ook in de Hoogduitsche en Deensche taal, uitgegeeven word. Indien de grootte van het papier zulks toelaat, zyn de planten in haare natuurlyke gedaante afgebeeld, doch, wanneer die te groot waren, heeft men dezelven yerklynt, en een' tak, of de voornaamste deelen, waar uit men de kentekenen ontleend, in eene bygevoegde afbeelding vol. gens de natuurlyke grootte vertgont; gelyk ook de verborge deelen, waar uit de geslachten onderscheiden worden, nauwkeurig van een ge. fcheiden, en vergroot afgebeeld worden. Daar pu de plaaten niet volgens eene zekere orde uitgegeeven worden, maar de Schryver wil, dat men dezelven als eene verzameling van drooge kruiden aanzie, welke men volgens alle Systematon kan in orde brengen, 200 ontdekt men in die, welke tot hier toe uitgegeeven zyn, eenę zeer aangenaame verandering. Een zeer groot getal planten uit Noorwegen vindt men in dit werk en in het sęsde stuk veele Yslandschen, wel. ken een bekwaam Natuur-onderzoeker, de Hr. Joh. Gerh. KÖNIG, op Koninglyke kos ten voor de Flora Danica in 1764. verzamelt heeft.

In het midden van het jaar 1768. heeft de Hr. OEDER bekend gemaakt, dat, ofschoon de klag. ten over den hoogen prys van dit werk onges grond zyn, de Koning egter, om dezelven wech te neemen, het koopen van deeze Flora den lief hebberen der Kruidkunde gemakkelyk te mad. ken, en het nuttig oogmerk meer en meer te bevorderen, hem bevoolen en instaat gesteld heeft, den prys der volgende stukken te kunnen

[ocr errors]

verminderen, zoo dat dezelven ongekleurd voor 2 Ryksdaaler, of omtrent eene Ducaat , in plaatse van 4 Ryksdaalers, en gekleurd voor agt in plaatse van negen Ryksdaalers te krygen zyn; zullende voortaan altyd twee stukken jaarlyks worden uitgegeeven. De vorige ses fafciculi konnen insgelyks ongekleurd tegen 2; Ryksdaaler het stuk gekogt worden, doch de prys van de gekleurde heeft niet konnen verminderd worden. Men kan zich adresseeren aan den Hr. OEDER zelve, door een' vriend, Boekverkoper, of Koopman, als ook aan den Boekverkoper Philibert, en de Heeren Heineck en Faber.

[ocr errors]

X X X 1 I.

X I

Natuur- en Genees - kundige Nieuwig

beden.

D

e Keurvorstelyke Beyerfche Academie der

Weetenfchappen te Munchen, heeft den prys, vastgesteld voor het befte antwoord op de vraag: Of de Beyersche Hop zoo goed zy, als de Boheemsche? Waar in eigentlyk 't onderscheid tuschen die twee soorten bestaat? En hoe dezelve van de planling af tot den tyd toe, dat de Hop tot het brouweni word gebruikt, moet behandeld worden, ten einde se 't zy geheelyk, of ten minsten grotendeels met de Boheemsche gelyk te maaken? (*) toegeweezen aan den Graave van TÖRRING SEEFELD, Kamerheer van fyne Keurvorstelyke Doorlugtigheid, en Ridder van St. George.

De (2) Zie deeze Bibliotheek, IV.D. 2. St. pag. 418.

« VorigeDoorgaan »