Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

voor altoos telkens op den oudsten Zoon van deszelfs nakomelingschap vallen zal.

[ocr errors]

In een voorgaand stuk van dit werk, hebben wy gezegt, dat eenige Geleerden, op kosten yan de Keizerinne van Rusland, naar verschei. de plaatsen van het wyd uitgestrekte Ruflische Ryk zouden gezonden worden, om de passagie yan Venus voorby de Zon, den 3. Juny 1769. waar te neemen (*), thans verneemen wy, dat dezelven, zynde de Hooggel. Hr. Ru. MOWSKI en Lowitz, de Heeren Mallet, en Pictet, de Lieutenant EULER, de Heeren KRAFT en MOCHODZOW, op reis gegaan zyn, dat de Hr. ISLENJEW, die reeds den 22. Febr. 1768. naar Jakutsk op reis gegaan is, den 19. July gelukkig aldaar is aangekomen, en eindelyk dat haare Rus - Keizerlykę Majesteit, den Heere CHRISTIAAN MEYER, Hoogleeraar in de Wiskunde te Heidelberg, verzogt heeft, om naar Haare Staaten over te komen, ten einde zulks aldaar waar te neemen; het geen ook door denzelven aangenomen is.

Omtrent de Reize van den Hooggeleerden Heere Pallas konnen wy den Leezer het volgende mededeelen uit een brief, gedagtekend Simbirsk den 9. Novemb. 1768.

Syn voorneemen was geweest te overwinteren te Zarizin, of eenige andere plaats aan de Jaik, maar door de vertraaging van de Reis

van

(*) Zie deeze Bibliotheek, IV.D. 3. St. pag. 620.

NS

[ocr errors]

van den Hr. GAERTNER, wiens aankomit hý heeft moeten afwagten, is hy buitenstaat ge. weest verder te komen, dan te Simbirsk. In het voorleede jaar heeft hy reeds verscheide ontdek. kingen gedaan, en, onder anderen, waargenomen eene aanmerkelyke, en volstrekt onbeken. dè, Tubularia, welke in overvloed gevonden word in de stilstaande wateren, die gemeenschap hebben met de rievieren Kijesina en Occa, vooral omtrent Wolodimer. Hy noemt deezé foort Tubularia fungofa, om dat dezelve doorgaans maakt brokken zoo groot, of grooter, als eeñe vuist, rondom de hoorns en schulpen, die in verfch water zich ophouden; én gedroogd zynde, komt dezelve zeer veel over. een met de Alcyonium cotoneum.

De geheelé klomp bestaat uit kleine famengevoegde pypjes, niet wyder, dan welke Roesel afbeeldt in fyné beschryving van de Tubularia coralloides, (Elench. Zooph.), en de polypi zyn ook volkomen dezelfde, namentlyk Polypes à panaches, 200 als dezelven door TREMBLEY befchreeven zyn; de vastiĝ. heid van de pypjes is mcêr hoornágtig, en de. zelve komt daar in zeer na aan de Tubularid marina.

By Kassimow heeft hy ontdekt eene oude begraafplaats der Tartaaren, zeer eenvoudig, vol. gens de oude Grieksche manier gebouwd van År, duinsteen , bevattende de gedenktekenen van agt. persoonen, behoorende tot de Familie van den berugten Shigaley, die Chan der Tartaaren was op deeze plaatfen voor eenige eeuwen. Ook was aldaar een toorn van een Moskée, en de fondamenten van een gedeelte van het Paleis van den Chan.

By de Rievier Ccca, suim 60. wersten van Muruin, benedenwaarts, heeft hy gëzien eeni

ge

[ocr errors]
[ocr errors]

ge bergen, welke bestaan uit roode Iteenagtige mergel, en die veel Alabast, crystalui seleni. tici, en gestreepte bladeren van fraaye, maar Albast gelykende, Aluta montana bevatten.

Omtrent de Rievier Pjana, na by een dorp, genoemt Barnukowa, vondt hy een ruim hol, in eenen grooten berg, door de natuur gemaakt, of door overstroomingen van de naby' gelege rievieren. Het gedeelte van den berg, waar in het hol is, bestaat uit globuli radiati selenitici. De lugt in dit hol is zoo koud, dat de Thermometer van Farenheit op 44. graaden staat, schoon het water, welk in eenige holtens van de rots blyft staan, den kwik tot 49. graaden doed reisen.

In October heeft hy eene reis gedaan naar de Rievier Søk, tusschen welké, en ééne an, dere Rievier Surgut die in de eerste valt by Sergieswsk, in eene zeer bergagtige landstreek dertien aanmerkelyke bronnen van een zwavelagtig water zyn, welke drie grootë ch eenige kleinen meiren, als ook drie riviertjes maaken, welker bedden bedekt zyn mét één zwavelagtig grondzetfel van eene aanmerkelyke dikte, bedekt, alwaar het water sterk stroomt, met flores sulphuris, volkomen overeenkomende met kleine conferve. Deeze zwavelāgtige wateren bevatten de hepar fulphuris, gemaakt door de kalkagtige deelen, welke gespoelt worden van de kalksteenen, waar uit de meeste bergen bestaan. Twee bronnen in deeze plaatsen zyn 'er, welke eene groote quantiteit åsphaltum geeven. Het land daaromstreeks is vol heuveltjes, die naar mol-hoopen gelyken , en waarschynelyk verwekt zyn door onderaarsch vuur. Op twee plaatsen heeft hy ontdekt aanmerkelyke Strata van afch, gemengt thet gebrande stee. nen, doch de sneeuw en vorst hebben hem be. let, dit nauwkeuriger te onderzoeken het geen hy in het aanstaande voorjaar hoopt te doen. Uit alle omstandigheden en de gedaante der bergen, schynt hem genoegzaam te blyken, dat aldaar voorheen brandende bergen ge

nen,

weest zyn,

.

De Hr. LEPECHIN zoude met den Hr. Pal. LAS te Simbirsk overwinteren, doch hun derde Reisgenoot, de Hr. FAĻK, was nog niet aangekomen.

De Hr. Gmelin, die naar andere plaatsen gereist is, gaat daar in ook gelukkig voort.

Den tweeden April 1768. stierf te Parys, in het 75ste jaar synes ouderdoms de Heer JAN BAPTISTA BOYER , Ridder van de Koninglyke Or. der; Een yan 'sKonings gewoone Geneesheeren, Opziener van de Hospitaalen der Soldaten, oud Deken van de Faculteit der Geneeskunde te Parys, en Lid van de Koninglyke Societeit der Weetenschappen te Londen.

Den 10. Augustus is in eenen hoogen ouderdom overleden, de beroemde Geneesheer te Plymouth JOHANN Huxham, die zich door fyne schriften eenen onsterfelyken naam, en plaats onder de voornaamste Geneesheeren verworven heeft.

In dezelfde maand, den twaalfden, wierd de Heer PIETER COLLINSON een voornaam Koopman, en kundig Liefhebber der Na.

tuur

tuurlyke zeldzaamheden, den Geleerden uit de Verhandelingen van de Societeit der Weeten. schappen in Londen geoegzaam bekend, te Londen door den dood wechgerukt.

Den 20. Aug. 1768. onderging de Geleerde waereld wederom een groot verlies, door den dood van den beroemden Hr. CLAUDE NICOLAS LE CAT, Schildknaap, Leeraar in de Geneeskunde, Eerste Heelmeester van HotelDieu, te Rouen, Steen-snyder van deeze stad, Hoogleeraar in de Ontleed en Heelkunde, Lid van de voornaamste Academien, en Secretaris van die te Rouen, oud 68. jaaren.

Den derden October overleed te Petersburg, in den ouderdom van fes en vyftig jaaren, de Hooggeleerde Heer JosEPH ADAM BRAUN, ge. booren te Asch, in den jaare 1712. en zederd 1746. Hoogleeraar der Wysbegeerte te Petersburg, als ook Lid van de Keizerlyke Academie der Weetenschappen. Hy heeft veele verhandelingen onder die, welke door de Rus - Kei. zerlyke Academie worden in het licht gegee. ven, waereldkundig gemaakt, en is ook de eerste uitvinder, dat de kwik bevriezen kan (*).

Te Göttingen is den twintigsten November 1768. gestorven de Hooggeleerde Heer DAVID SIGISMUND AUGUSTUS BÜTTNER, zeer beroemd

Hoog

(*) Zie deeze Bibliotheek ,IV.D. 2. St. pag. 354.

« VorigeDoorgaan »