Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

Hoogleeraar in de Kruidkunde, die in plaatse van den Hooggeleerden Heere ZINN, wiens levensloop kortlyk in een voorgaand deel kan gevonden worden (*), van Berlin naar Göt tingen geroepen' was. De zorg over den Kruidtuin is thans bevoolen aan den Hooggel. Heere JOH. ANDR. MURRAY, van wien wy ook by andere gelegenheden (t) met lof gesprooken hebben.

X XIII.

Levensbefchryving van den Hooggeleer

den Heere François BOISSIER DE SAUVAGES, Raad en Geneesheer van den Koning, Hoogleeraar der Geneeskunde in de Universiteit van Montpellier, Lid van de Academie der Weetenschappen te Montpellier, Londen, Upfal, Berlin, Florence, Stockholm, van de Keizerlyke der Natuur-onderzoekers, en Institutum Boroniense.

RANÇOIS BOISSÍBR DE SAUVAGES DE LA

[ocr errors]

SIER, Heer van Sauvages, Oud Capitein in het
Regiment van Vlaanderen, en van GILLETTE
BLANCHIER, wierd gebooren te Alais den 12.
Mey 1706., een dag in de Historie van de

Ko

[ocr errors]

(*) Zie deeze Bibliotheek, I. D. 1. St. pag. 169.

Ibid. II. D. 4. St. pag. 681. III. D. 2. St. pag. 361. IV.D. ., S. pag. 128. 204. 3-St. pag. 586.

[ocr errors][ocr errors][merged small][merged small][ocr errors][ocr errors]

Koninglyke Societeit bekend, door eene gehee. le verduistering van de Zon. Hy wierd ter waereld gebragt, juist op hetzelfde oogenblik, dat de zon geheel en al voor het gezicht ver, borgen was. Syne opvoeding te Alais was in den beginnę zeer gebrekkig, men had aldaar nog geene openbaare schoolen aangelegd, en hy had dus niet dan zulke meesters, welke veel eer schadelyk dan voordeelig zyn aan de vorde. fingen van hụnne leerlingen. Dit nadeel, zeer groot op zich zelve, was minder voor onzen Geleerden, die door syne natuurlykę gaven,

al le moeyelykheden te boven kwam. Zoodra hy zich op de wysbegeerte genoegzaam had toegelegd, kwam hy in het begin van het jaar 1722. te Montpellier, om aldaar de Genees, kundę tę leeren, onder de Heeren ASTRUC, DEIDIER, HAGUENOT, CHIÇOYNEAŲ, die toen ter tyd aan deeze Hoogeschool tot grooten luister verstrekten. Hy zogt alles in den grond te leeren; de Ontleed. Schei. en Kruid-kunde, waar in hy een groot behaagen schepte, en alle kundigheden, welke het grondsteunsel moesten zyn van fyn toekomend beroep, waren hem niet voldoende. Die onderzoekingen, welke andere zonder schroom in den wind slaan, scheenen hem zeer gewigtig, en zelfs noodzakelyk, in allen vondt hy eene min of meerdere betrekking met de Geneeskunde; de Natuurkunde was syn groot behaagen, en de Wiskunde stonde hem zoo wel aan, dat hy zich op dezelve in de Vacantien, welke hy te Alais doorbragt, toee leide; hy maaậte zich ongevoelig de Geometrie zoo eigen, dat hy dezelve kon toepassen op de Geneeskunde, gelyk hy naderhand met groot fucces in veele schriften gedaan heeft. In den

jaare jaare 1726. wierd hy tot Doctor aangenomen, en gaf by die gelegenheid eene Thesis in het licht, welke veel gerugt maakte, en waar ini hy onderzogt, of de liefde zou konnen geneezen worden door middelen, uit het ryk der planten genomen. In den jaare 1730. ging hy naar Parys, en bragt aldaar vyftien maanden door, midden in de geleerdheid en onder de geleerden; ook zoude hy waarschynelyk deeze stad tot fyne woonplaats verkooren hebben, was hy niet genoodzaakt geweest naar fyn Vaderland te keeren uit oorzaak van een ongemak aan de oogen, welk hem dikwils plaagde, en 't geen hy toeschreef aan de lugtgesteldheid van Parys. Terwyl hy zich aldaar ophield, ontwierp en volbragt hy het plan van een werk, waar in de ziekten, nauwkeurig in geslagten en soorten onderscheiden, volgens de manier der Kruidkundigen in verscheide Classen zouden verdeelt worden; dit ontwerp deelde hy mede aan den grooten BOERHAAVE , die , hetzelve pryzende, egter niet ontveinsen kon , dat hetzelve moeyelyk zoude konnen volvoert worden. Doch alle hindernissen, verre van den Hr. DE SAUVAGES'te rug te houden, moedigden hem zoo veel te meêr aan, hy agtervolgde fyne onderneeming met grooten iever, las een oneindig getal van boeken, welke hem de schoone boekeryen in Parys verschaften; pleegde raad met de eerste mannen van de konst, en hy verzamelde dus eenen grooten voorraad, waar uit hy, te huis gekomen zynde, opstelde eene Verhan. deling van de Classen der ziekten, welke hy in een deeltje in 12°. in de Fransche taal in 1731. in het licht gaf. Dit werkje, waar uit een an- . der van meer uitgebreidheid, in vervolg van

tyd

[ocr errors][merged small][ocr errors][ocr errors][ocr errors]

1

igd door hem waereldkundig gemaakt, voortgesprooten is, maakte hem op eene voordeelige wyze bekend. Drie jaaren daarna benoemde de Koning hem tot Hoogleeraar der Geneeskunde, in plaatse van den Hr. MARROT, eerste Geneesheer van den Koning enz. Op syn agt en twintigste jaar gesteld zynde naaft hen, die hy tot Leermeesters had gehad, om insgelyks waardige leerlingen voort te brengen, oordeelde hy, dat het noodzakelyk was, de Theorie door veele valsche vooroordeelen bénevelt;

, te verbeeteren, zoude hy over alle deelen der Geneeskunde nuttige onderregtingen konnen geeven; waar door hy zich vyanden verwierf, die zich tegen fyne gevoelens aankantten, doch door hem wederom weêrlegt wierden.

In den jaare 1744. gaf hy in het licht eene vertaaling van de Hæmastatica van HALES, met eenige aanmerkingen, waar by hy ook voegde twee Verhandelingen, de eenė over de koorts, en de andere over de ontsteeking: Deeze vertaaling wierd overal met graagte ontvangen, in Italien door eene geleerde jonge Dame, AR. DINGHÉLI genaamt, in het Italiaansch vertaalt, en met eenige aanmerkingen vermeerderd, gelyk dezelve ook naderhand te Leipzig in de Hoogduitsche taal is overgebragt. 1. In den jaare 1740. wierd de Hr. DE SAUVA GES door den Koning benoemt, om in plaatse van den Hr. CHICOYNEAU, den Zoon, die toen was. overleden, de planten in den Koninglyken Tuin té vertoonen, teffens met den Hr. FITZGERALD;. welke, in 1748. gestorven zynde, deezen poft voor hem alleen overliet, en in 1750. kreeg hy den tytel van Hoog.leeraar der Kruido Kunde. Syne lessen waren zao nyttig, dat hy Vi Decl. 1. Stuk.

0

zeer

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

zeer veele toehoorders kreeg, die hem ook als tyd verzelden by het zoeken der planten, op het land, alwaar hy van tyd tot tyd veelen ontdekte, die men voorheen niet had gewee. ten aan hetzelve eigen te zyn. In 17514 kwam fyn werk, Methodus foliorum genoemd, te voorschyn; in hetzelve geeft hy op, hoe men, op eene nieuwe manier, volgens de bladen, de foorten van planten kan onderscheiden, en befchryft vyf honderd planten, die in den om trek van Montpellier groeijen, en ontbreeket in het werk van MANGOL , Botanicum Monfpes lienfe. Deeze zelfde lyft is ook onder den titel yan Flora Monspelienfis door den Hr. LINNÆUS, die met DE SAUVAGES zederd langen tyd correspondeerde, geplaatst in het vierde deel van fyne Amoenitates Academice; onder deeze planten zyn veeien, die door onzen geleer den beschreeven en benoemt zyn; hy heeft de vyf volgende nieuwe geslachten gemaakt; Trian: themum, Ebenus ä Cainphorosma; BuffoniaiReaumuria, welke twee laatsten door hem dus ge. noemd zyn na twee voornaame Geleerden van Vrankryk, gelyk LINNÆUS den naam van Sau: vagesia gegeeven heeft aan eene, plant, gekos men van Cayenne.

Behalven verscheide Latynsche Verhandelin gen over onderscheide onderwerpen; en in welker eene hy beweerde, dat het vogt der zenuwen hetzelfde met het fluidun elettricum was, heeft hy in 1755. in het licht gegeeven fyne Elementa Phyfsologia , en in 1759. fyne Elementa Pathologie. De Verhandeling de natura rediviva feu de imperio anima in cor, is in het vierde deel van de verzameling van den Hr. HALLER her drukt, en in hetzelve heeft hy by een gebragt

al

[ocr errors][ocr errors]
« VorigeDoorgaan »