Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub
[ocr errors]

vermydelyke oorzaak van pyn, onfteeking, en vervolgens van den dood is. De oorsprong van dit ongemak schynt te moeten toegefchreeven worden aan eene te groote opvulling der darmen, en aan de opzetting, welke dezelve ver, wekt; want, wanneer een gedeelte van een darm zoo gezwollen is, drukt dezelve een an. der nabygelegen gedeelte, zoo dat dit met het darmscheil, daar mede vereenigt, verplaatst worde, en daar uit volgt, dat de oorsprong van het darmscheil, 'welk 't digst is aan de lendenen, moet gedraait worden, waar door de omloop van het bloed in de darmen, en voornamentlyk deszelfs terugkeering door de aderen be: let word.

Pag. 68.

De vierde Waarneeming behelst insgelyks eene buitengemeene zwelling van den buik, veroorzaakt door eene opzetting der darmen, voortspruitende uit eenen kronkel

. De kronkeling, der darmen (introsusceptio intestinorum) is noch zeldzaam, noch doodelyk in kinderen, en dezelve word dan ook zelden gevolgd door ontsteeking, 't geen door de weekheid der darmen schynt veroorzaakt te worden; doch als hetzelfde geval gebeurt in volwassenen, dan worden sy daar door in groot levensgevaar gebragt, en sterven gemeenlyk daar van. Het lyk van eene vrouw van twee en dertig jaaren, had eene buitengemeene zwelling van den buik, en men kon door deszelfs bekleetselen de darmen zelve zien. De buik geopend zynde, vondt men eene zeer groote opzetting der dunne darmen, zoo dat men nauwelyks dezelven van de dikken kon onderscheiden, dan alleen daar door, dat sy overal even dik waren. De bloedvaten waren zeer

op

[merged small][ocr errors][merged small]
[ocr errors]

7

[ocr errors]

opgezet, en de darmen daar door rood, maar
aan de oppervlakte 'overdekt met eene taaye
etteragtige korst. De middenlein der dunne dar
men was twee duimen en een halven, en de rok.
ken' waren twee leinen dik. De omgewonde
darm was ter lengte van eenen voet gedrongen
in den karteldarm, door deszelfs klapvlies.
Dezelve was gelegen onder de lever; de blinde
darm was gescheurd, en de processus vermiformis
wierd gezien onder de lever, en de galblaas, die
vol groene gal was. De omgewonde darm,
door versterving aangedaan, was nauw op de
plaats, alwaar dezelve in het colon was gedron-
gen, maar, verder op, zeer verwydert, zoo dat

,
dezelve eene middenlein had van drie duimen en
een' halven, zynde de darmen anderhalve lein
dik. In den karteldarm zag men den ongewon-
den met der ruigen rok naar buiten; ook was
deeze laatstgenoemde darm gebersten op de
plaats, alwaar dezelve zoo zeer verwyderd was,
zoo dat een gedeelte der stoffe, in deezen darm
bevat, in den buik uitgestort was. Beneden
den kronkel van den omgewonden darm, had
het overdwarsche gedeelte van het colon met dat
geene, welk van de linker zyde komt, zich ge-
drongen in het onderste gedeelte van deèzen
darm, welk de kromte, S. Romanum genoemt,
maakt; zoo dat het geheele gedeelte der dikke dar-
men, die den kronkel maakten, gelegen was op
de holligheid van het regter heup-been, en op
de musculus iliacus internus. Een gedeelte van
het net was ook in het colon gedrongen. By
deezen kronkel was egter geene versterving, of
breuk; de darmen waren ook niet zoo vast ver-
eenigt, als in den eersten kronkel, zoo dat fy
gemakkelyker uit een konden getrokken wor-

den.

[ocr errors]

1

den. Deeze,soort van kronkel, de allerslimste, was ongetwyfelt ongeneeslyk geweest. De kwik, zoo dezelve in dit geval gebruikt was, zoude de ziekte verergerd hebben, doch mogelyk zouden clysteeren den omgewonden darm weder uit het colon hebben konnen dryven, hoewel de famentrekking, op derzelver prikkeling volgende, ook wel eene tegenstrydige werking zoude konnen hebben. De geneezing kon dus gee. nen goeden uitslag hebben, dan wanneer men fynen

toevlugt nam tot die twyfelagtige operatie, waar by men den buik opend, en het gedeelte van den darm, welk in een ander gedrongen is, daar uit haalt.

Pag. 71.

Antwoord van den Graaf DE REDERN op de Ver. bandeling van den Graaf RONCALLI over de inenting der Kinderpokjes. De Graaf DE REDERN toont, dat de Graaf RONCALLI zich te vroeg beroemd heeft over de overwinning, behaald op hen, die de inenting voorstaan, en bewyst, dat dezelve nog tegen de oogmerken van den Schepper, nog tegen de wetten strydig is, en dat integendeel de rede en ondervinding leert, dat derzelver voordeelen zoo groot zyn, dat gen die behoore aan te neemen.

[ocr errors]

Pag. 89. Aanmerkingen over de blyken van ouereenkomst tuf

schen de lighamen uit het Ryk der planten en dieren; door den Hr. GLEDITSCH. De Schryver vestigt fyne gedagten voornamentlyk op de voorttee. ling, en toont, dat alle planten door een zeker lighaamtje, welk de eerste beginselen van de toekomende plant bevat, voortgeelen, en dat

[ocr errors]
[ocr errors][merged small]
[ocr errors]

dit lighaamtje, of in de bollen, of op de stengen,
of op de takken, of andere deelen van de
planten huisvest, en tot de voortteeling onbe-
kwaam gevonden word, ten zy de groeijing
volbragt, en de tyd van Typheid gekomen zy.
Verder toont hy, dat in de meeste planten de
natuurlyke voortplanting op dezelfde wyze, als
in de dieren, gefchied door zaaden, of eijeren,

en dat, schoon eenige planten door wortels,
bollen, 'takken, of stengen -voortteelen, deeze
Vermenigvuldigingen egter afhangen van 'het-
zelfde beginsel , en geenzins verschillen van de
voortteeling door middel van zaaden. Dus ver-
gelykt hy de jaarlyksche planten met insecten,
als welke, door verscheide veranderingen tot
hunne rypheid gekomen, en tot de voortteeling
bekwaam geworden zynde, aanstonds vergaan,
zoo dra het mannetje het wyfje bevrugt heeft,
een het wyfje bevrugte eijeren heeft gelegd. Hy
merkt aan, dat het vermogen om voort te teelen,
fomtyds verhaast, somtyds vertraagd word,
doch dat altyd eene zekere groeijing en de te-
genwoordigheid der voornaamste deelen, tot de
'voortteeling geschikt , vereifcht worden. Uit dit
alles kan elk een, volgens de meening van den
Schryver, de overeenkomst tusschen de plan-
ten en dieren gemakkelyk begrypen.

[ocr errors]

Verhandeling over het Bitumen van den Elsas; Pag. 105.
door den Hr. SPIELMANN. De Schryver, ver-
fcheide plaatfes

van den Elfas befchreeven heb- .
bende, zegt, dat 'er eene valley is, welke ne-
'gen meilen van Straatsburg aflegd, en Vallis S.
* Lamperti genoemt word, waar in zeer veele
bronnen zyn, op welker water Bitumen dryft;

doch

doch een derzelven is de voornaamste, en geeft daar van het grootste gedeelte. Daarenboven word aldaar ook eene vette aarde gegraaven, welke zand, met Bitumen vermengd, bevat. Wanneer dit zand met water, gekookt word, word het Bitumen van het zand gescheiden, het laatste zinkt op den grond, en het eerste dryft op de oppervlakte. Het Bitumen, welk men op deeze wyze krygt, heeft eene confiftentie tụsschen honig en therebinthyn, en word daarom van den Schryver Bitumen liquidum genoemt. Zagtjes gekookt wordende, word het allengskens hard, en geeft, meer en meer uitgewaas

i semd zynde, een waar asphaltum. Dit bitumen smelt verscheide stoffen uit het ryk der dieren en planten, namentlyk de tragacantha , anime , bdellium, camphora, caranna, cera, colophonia, copal , thus, euphorbium, oleum Olivarum, oleum therebinthine, ammoniacuin, gummi hedere, lacca, mastich, myrrha, opopanax, phosphorus , fagapenum, fanguis draconis , styrax, tacamahaca, therebinthina, doch niet de resina benzoes, afa fætida, galbanum, en catechu. De mineraal - zuuren, en brandewyn, doen dit Bitumen niet smelten. Het Alcali fixum, met dit Bitumineús lighaam vermengt, en gecalcineerd, geeft eene stoffe, waar uit, door byvoeging van water, een zout gehaalt word, welk het sal digestivum sylvii geeft, tot een klaar blyk, dat het acidum falis veel toebrengt, om dit Bitumen te maaken. Met aluin gecalcineerd geeft hetzelve de pyrophorus. Dezwavel word door het. zelve in minder quantiteit, dan door de olea exprela gesmolten, en in hetzelve laaten zich ook de amber, barnsteen, en arsenicum ontbinden. Uit een pond Bitumen zyn, by de overhaaling, gekomen elf oncen van een gleum empyreumati

[ocr errors]
« VorigeDoorgaan »