Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

verrotting was. De maag was verplaatst, en de bogt van den kartel-darm gezakt tot midden in den buik. De milt was zeer groot, en op de oppervlakte bezet met zeer harde, kraak. beenige, deelen. De bloedvaten der darmen waren zeer zichtbaar. De ongemakken van deezen man konnen gemakkelyk begreepen worden uit den verhinderden omloop van het bloed in het hart. Hy was zeer driftig, en van .

, een' kwaaden aart.

In het derde geval word gewag gemaakt van Pag. 125. eene aangroeijing der long aan het borstvlies. Eene vryster, omtrent vyf- en twintig jaaren oud, zogt hulp voor den hoest, met koorts verzeld, welke haar zedert eenigen tyd zeer lastig was geweest. De geneesmiddelen, welke haar voorgeschreeven wierden, bragten gee. ne de minste heilzaame uitwerking voort, zoo dat haare toevallen dagelyks slimmer wierden. De koorts en hoest vermeerderden; sy zag ’er veel al rood uit, fy klaagde over zwaare pyn in beide zyden, doch vooral in de linker, als ook over eene geduurige hartklopping. De ademhaaling was zoo kort en moeyelyk, dat sy,

' schoon regt op zittende, altyd scheen te stikken. Eindelyk wierd fy zeer rusteloos, en geplaagt met een sterken dorst. In weinige dagen, overwonnen van de pyn, stierf fy. De borst onderzoekende, vondt men de long vast vereenigt met het borstvlies en middenrif, vooral aan de linker zyde, alwaar de vereeniging zoo Iterk was', dat dezelve niet, dan met de grootste moeite, voor een gedeelte kon worden losgemaakt, en zulks opsommige plaatsen geheel onmogelyk was. Het hartezakje was zoo

zeer

zeer. Vereenigt met het hart, en de long, dat hetzelve daar van geenzins kon worden afge. scheiden. In den buik vondt men niets tegen. natuurlyks.

Alle Ontleedkundigen hebben de long met het borstvlies vereenigt gevonden in zeer veele lyders, die nooit over eenig ongemak geklaagd hadden. Doch men heeft op te merken, dat men vindt twee soorten van zulke vereenigin. gen; de eene, waar in de long met de omleg. gende deelen vereenigt is door eene sterke, taaye, leêragtige substantie van eenie aanmer: kelyke dikte, hebbende de grootte overeen. komst met verdikte slym; de andere, waar in fy volstrekt samen gegroeit zyn. De eerste, welke 't meest waargenomen is, maakt de long aan het borstvlies voor een grooter of kleiner gedeelte vast, en veroorzaakt zelden, zoo ooit, eenige kwaade toevallen aan den lyder. Men vindt in dit geval, wanneer men het lyk kort na den dood opend, en de lyder aan geene borstziekte gestorven is, de long op eenigen afstand van het borstvlies, en de vereenigende substantie van hetzelve afgescheiden, als ware het, om toe te laaten, dat fy zouden konnen invallen. In sommigen vindt men de long ver. eenigt met het borstvlies , door middel van eene vliesige of bandagtige fubstantie, welke niet kan toelaaten, dat de lugtvaten zakken, maar de long altyd ophoud. Deeze foort is een gevolg van de eerste, en beiden worden sy gemaakt door eene buitengemeené afscheiding en verdikking van dat slymerig vogt, welk

ge: Ichikt is, om de long glad te houden, en des zelfs beweeging gemakkelyk te maaken. De laatste foort word zelden waargenomen

zon

zonder eenig ongemak aan de ademhaaling te weeg te brengen, welk grooter is, indien de vereeniging aanmerkelyk is tusschen de long, het 'hartezakje, en middenrif... In den eenen word de beweeging van het hart bepaalt, in den anderen de uitzetting van de long en wer. king van het middenrif belet. De toevallen: in het beschreeve geval toonen zoo eene ontaarting der deelen in de borst duidelyk aan. Soortgelyke vereeniging ontmoet men ook dikwils by de darmen, wanneer de vrye omloop van het bloed door de slagaderen van den buik belet word, en in beide gevallen word dezelve, ongetwyfeld, veroorzaakt door een gebrek van dat vogt, welk vereischt word om de deelen daar voor te bewaaren.

Het vierde geval heeft tot onderwerp ver-Pag. 128. zweeringen in de Lenden. J. E. kreeg in het jaar 1755, agt jaaren oud zynde, een geweldi. gen slag op den rugge, ter plaatse van het eerste wervelbeen der lendenen, alwaar hy naderhand altyd meer of min pyn had, en met een foort van colyk geplaagd was. In 1761. bemerkte hy voor 't eerst, dat de ruggegraat op die plaats dikker was, dan natuurlyk is, doch dit belette hem niet, als fluiter te dienen by een Regiment tot in Maart 1764. wanneer hy in een slegten staat tot het Hospitaal kwam, en klaag. de over eene zwelling, welke, hy kortlings bemerkt had, aan het bovenste gedeelte van de regter, dey, en waar uit, geopend zynde, omtrent twee ponden van een dun vogt kwamen. Zoo dra hy in het bed gelegd was, kreeg hy pyn in de ingewanden, en loosde des nagts zeer veele winden. Geduurende drie of vier maan.

den

[ocr errors]

den was de ontlasting uit de wonde zeer sterk, de trek tot eeten verminderde, en hy was be: geerig het hospitaal te verlaaten, om de lugt te konnen genieten. Hy vermagerde zeer sterk en stierf omtrent de twintigste maand, na dat de verzweering geopend was. Den buik openende, vondt men alle de ingewanden gezond. Deeze wechgenomen zynde, en de groote Psoas doorgesneeden hebbende, ontdekte men een' boesem, welke eindigde in de wonde van de dey, en begon tusschen de eerste en tweede der lenden-wervelen, van waar zonder twyfel de stoffe, in de verzweering vergaderd, gekomen was. De wervelen waren door bederving aangedaan, en deeze zoo wel, als derzelver uit steeksels, zeer zagt.

Soortgelyke gevallen, als dit is, ontdekt men Veeltyds in menschen, die zwaar werk doen, of eenig geweld op dat gedeelte van den ruggegraat geleden hebben. Wanneer iemand een al te zwaar gewigt wil opligten, dan klaagd hy dikwils over eene zeer pynelyke kramp, of gekraak in den rugge. Dit word veroorzaakt door eene al te groote werking der spieren, waar door deeze haare veerkragt voor eenigen tyd verliesen, of op eenige andere wyze beleedigd worden. Dewyl de groote Psoas met zoo veele wervelen vereenigt is, vindt men het kwaad gemeenlyk onder deeze spier, en de lyder klaagt, dat de zitplaats van de pyn is aan den binnenkant van den ruggegraat. Eene onbekwaamheid tot beweeging volgt aanstonds op het toeval, en in het algemeen krygt de' lyder zeer zwaare pyn, zoo dra hy het been van de aangedaane zyde wil beweegen. Hy kan niet regt opstaan, en heeft somtyds groot ongemak in den buik.

Indien

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

. Indien de pooging, om het gewigt op te ligten, zeer groot is geweest, en het lighaam op denzelfden tyd gedraait is, dan word de rugge. graat verdraait, gelyk in het volgende geval gebeurde.

A. S. een Landman , ömtrent 23. jaaren oud, Pag. 130. van eene tedere lighaamsgesteldheid, een' ploeg op syne schouder willende leggen, verdraaide een van de lenden-wervelen, 't geen aanstonds gevolgd wierd door pyn, in het aangedaane deel eene onmogelykheid om regt op te staan, en eene doofheid in de deijen, en beenen, welke hem verlamd deed gaan. Deeze toevallen egter verminderden by trappen, zoo dat hy, in weinig dagen, kon uitgaan, zonder krukken, waar van hy zich te vooren moest bedienen. Hy klaagde nu over pyn in den rugge, welke zich uitbreidde tot in den buik. Dagelyks vermeerderde deeze pyn tot op het einde van de derde maand, wanneer hy een gezwel in de linker liesch ontdekte. Een voornaam Heelmeester, die geraadpleegd wierd, het gevaar voorziende, raadde niets te doen. In

nog

drie maan. den vermeerderde de zwelling merkelyk, zonder dat de huid egter van kleur veranderde. Dezelve was vol etter, en eindelyk openberstende, kwam eene groote quantiteit daar uit. Men verwyderde de opening. Geduurende twee maanden kwam uit dezelve dikke, ; stinkende, etter, en de trek tot eeten vermeerderde zoodanig, dat hy alle spysen kon verteeren. Omtrent deezen tyd openbaarde zich een ander gezwel aan de andere dey, by of liever op den grooten trochanter , welke dagelyks merkelyk vermeerderde, en hem dag en nagt 200 V. Deel. 3. Stuk. 3 Mm

py

« VorigeDoorgaan »