Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

)

pynelyk was, dat hy buitengemeen mager wierd. Deeze laatste verzweering geopend zynde, kwam uit dezelve een bekken vol dik, stinkend, vogt. Van deezen tyd verminderden fyne nog overi. ge kragten, en, schoon fyn trek tot eeten goed bleef, stierf hy egter in korten tyd door de groote quantiteit, welke hy door beide de openingen ontlaste. Het lyk openende vondt men de ingewanden in het algemeen gezond; men ontdekte geen de minste etter in den buik, schoon de voornaamste pyn, volgens fyne bepaaling, binnen in de darmen was geweest, die egter hunne werking altyd geregeld verrigtten. De darmen aan eene zyde geschooven hebbende, om de wervelen te onderzoeken, zag men, dat het gedeelte van den penszak, welk den grooten Pfoas bedekte, van kleur verandert was. Dezelve geopend zynde, kwam daar uit veel stoffe; de genoemde spier was geheel verteert, en de etter , aldaar gevormeerd, had den weg naar beneden genomen, aan elke zyde, langs den loop van deeze spier. De lighamen van twee wervelen, de laatste van den rug en de eerste van de lendenen, waren door beder. ving aangedaan, zoo dat men dezelven kon aan

stukken wryven. Pag. 132. In de sesde Waarneeming worden beschree

ven steenen in de blaas en nieren. In January 1761. wierd de Schryver geroepen by cen' jongeling, omtrent veertien jaaren oud, die een grooten steen in de pis-buis had, welke, niet konnende ontlast worden, omtrent een' duim beneden het hoofd der roede was blyven zitten. Scherp, en hoekig zynde, had de steen . met fyne uiteindens de pis.buis doorboord, zoo

dat,

dat, wanneer hy het water wilde ontlasten hetzelve met veel geweld aan beide zyden uit de openingen kwam. Hy sneedt den steen op de gewoone wyze uit de pis-buis, 'er kwam cenig water door de insnyding geduurende twee dagen, doch in veertien dagen was de wonde volkomen geslooten, en hy waterde zoo vry, als voorheen. Na verloop van zeven maanden kreeg hy zwaare pyn in het hoofd, die, binnen weinige dagen, fyn leeven eindigde. Dewyl hy voorheen veele kleine steentjes geloosd had, was de Schryver begeerig het lighaam te onderzoeken. De ingewanden scheenen in het algemeen zeer gezond te zyn. In de blaas waren twee steenen van eene zonderlinge gedaante, en wit: de eene was meêr, dan een duim lang, en driehoekig, de andere langwerpig, en van zoo eene lengtte , dat dezelve, in de mid. den doorgesneeden wordende, de gedaante van twee dobbelsteenen had. De darmen wechgeschooven zynde, scheenen de nieren uitwendig in eenen natuurlyken staat te zyn, doch in het bekken was veel dik, melkagtig, vogt, welk, tusschen de vingers gewreeven zynde, vol fyn zand scheen te zyn. De nieren midden door gesneeden zynde, waren vol kalkagtige deelen. In de pis buis vondt men geen het minste overblyfsel van de gemaakte insnyding.

Onderzoekende de nieren van lyders, welke den steen in de blaas hebben, heeft de Schry. ver dikwils rood zand in het bekken gevonden, doch het is zeldzaam, dat men eene kalkagtige stoffe door de substantie der nieren verspreid vindt. In kinderen, die met den steen aange

"A daan zyn, word zelden overwonnen de natuurlyke geneigtheid, om denzelven voort te bren

Mm 2

gen,

gen, zoo dat het steensnyden hen alleenlyk voor eenen tyd geneest. De steenen van kinderen zyn meer vast, en konnen niet zoo gemakkelyk ontbonden worden in eenig íteenbreekend vogt, wanneer sy uit het lighaam zyn genomen. De Schryver vraagt daarom, of men geene rede hebbe te onderstellen, dat de steenen in kinderen voortspruiten van eene byzondere geneigtheid in de vaten der nieren, om de aardagtige deelen op te houden, die by elke gelegenheid het beginsel van een steen worden.

[ocr errors]

Pag. 134

Van eene doodelyke pyn in het wateren, geduurende de zwangerheid, word in de zevende aanmerking gesprooken. Eene vrouw, welke voor eenige jaaren meer of min geleden had van eene zwaare pyn, onder aan den buik, en de stonden, schoon zich op den behoorlyken tyd openbaarende, zeer rykelyk had gehad, trouwde omtrent haar vyf- en dertigste jaar, en bevondt haar zelve binnen twaalf maanden zwanger. In de derde maand haarer zwangerheid gekomen zynde, loosde fy met zoo veel moeite haar water, dat maar - zeer weinig op eens kon ontlast worden. Dit toeval vermeerderde van dag tot dag, doch dewyl men vooronderstelde, dat hetzelve een gevolg van de zwangerheid was, gaf men weinig agt daar op. Omtrent de veertiende week vermeerderde de pyn, dezelve was somtyds ondragelyk, en haar water liep tegen haaren wil wech. Sy wierd koortfig, 'en de buik wierd, van den navel tot den schaam, zeer pynelyk op het aanraaken. Den vinger in de scheede brengende, vondt men de mond der baarmoeder natuurlyk, doch de agterkant van de baarmoeder zeer ver

hart.

[ocr errors]

hart. De toevallen wierden zoo zwaar , dat fy, overwonnen van de pyn, op het einde van de vierde maand stierf. Den buik openende, vondt men de blaas tot boven de navel uitge. zet, en aan den buitenkant veel in kleur veranderd. In dezelve was meer, dan eene pint, van eene zeer stinkende pis. Van binnen was de zelve door het vuur aangedaan. De baarmoeder was op verscheide plaatten verhard, voor, namentlyk aan den grond, en aan den regterkant van den hals. Ongetwyfelt was de toestand van de baarmoeder de oorzaak van alle toevallen, en, dewyl de verhardingen beletten, dat de zelve zich naar boven kon uitzetten, had sy zich zoo zeer verwydert in het bekken dat fy eene sterke drukking maakte op den hals van de blaas, en daardoor haare natuurlyke werking belette.

De zwangerheid word dikwils door eene pise opstopping verzeld, voornamentlyk omtrent de derde maand; doch als men zorge draagd, dat het water afgetapt word, tot de baarmoeder boven het bekken geklommen is, verdryven deeze toevallen ten eenenmaale. Geeft men hierop geen agt, dan volgen daarop de aller slegtste toevallen, gelyk door de volgende waar: neeming word bevestigt.

M. D. vyf- en dertig jaaren oud, omtrent Pag. 136. vier maanden zwanger zynde, kreeg eene volkome pis · opstopping. Eenigen tyd te vooren

niet gemakkelyk kwyt raa, ken, maar nu moest sy hulp begeeren, en men taptę met den Catheter omtrent vyf pinten af, Dit gaf haar veel verligting, en sy ontlaste,

Mm3

hoe,

kon sy haar water

hoewel met moeite, geduurende eenige dagen eene natuurlyke quantiteit pis. Na verloop van zeven of agt dagen had fy een tweedeni aanval, en de Catheter, toen ingebragt zynde, ontmoette een buitengewoonen tegenstand in den hals van de blaas, ook kwam 'er niet meêr, dan eene halve pint, uit dezelve. Sy vondt egter ook van deeze geringe quantiteit verligting, en waterde naderhand met meer gemak, hoewel niet zonder zwaare pyn, waar door sy zoo verzwakte dat fy genoodzaakt was, altyd in het bed te blyven. Op den veertienden of vyftienden dag, na dat haar water 't eerst was afgetapt, begaven haar de' kragten, fy wierd koortsig, klaagde over zwaare pyn in den buik, en was dikwils ylhoofdig. Sy verslimmerde sterk, en de pis en afgang ontliep haar. Sy stierf in twee da. gen. De buik wierd geopend door den Hr. CRUMP, en dees vondt met onzen Schryver de blaas tot den navel uitgezet, en zeer ontftoken, zittende op sommige plaatsen vast aan het buikvlies. Dezelve bevatte omtrent eene pint zeer stinkende, dikke, etteragtige pis, was aan den bodem gefphaceleerd, en overal met zeer dikke slym bedekt. Dę tegenstand, wel. ke de Catheter had ontmoet, was veroorzaakt door eene verdubbeling van de blaas, te weeg gebragt door de drukking van de baarmoeder, welke op deeze wyze eene dubbelde holligh maakte, zoo dat het waarschynelyk is, dat de pis, welke in de laatste dagen ontlast wierd, en zeer helder en van eene natuurlyke kleur was, alleen van de benedenste holligheid kwam, want den Catheter door den pis - weg brengende, kon

men

« VorigeDoorgaan »