Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

altyd den dood te vreesen, wanneer de meefte der aangehaalde toevallen, die zich met het begin der ziekte vertoonen, niet alleen even zwaar blyven, maar dagelyks verergeren, en met nieuwe vermeerderd worden; wanneer de a. demhaaling zeer moegelyk is, en het vee niet. meer flikken kan; zoo hier nog bykomt, dat Pag. 2.

9 de buik opzwelt, er zich stuipen vertoonen , dan is niets waarschynelyker, dan dat de dood wel haast volgen zal. Doch zoo de ziekte lan. ger duurd, als gewoonlyk is; weinige der genoemde toevallen tegenwoordig, of niet zeer zwaar zyn; als het vee nog eet en drinkt, en ook melk geeft; zoo de voorige kwaade toevallen verminderen, groote stukken fnot uit den neus vallen; de ademhaaling vryer word, en de honger en dorst zich wederom openbaaten, dan heeft men eenige hoop, dat het zieke vee wederom zal gezond worden. By twee koeijen is de stoffe verplaatst naar de ujers, welke zeer hard, en overal met puistjes zyn bezet, die naderhand verdroogd zyn, waar by de geheele opperhuid is afgezonderd. Deeze zyn

Pag. 19, gezond geworden. Het vee, welk begind te beteren, moet niet gebragt worden naar stallen, waar in gezond vee is, want men heeft voorbeelden, dat zulk vee wederom ingestort en gestorven is. Het geen in de doode beesten waargenomen is, is even weinig, als de toevallen der ziekte, in allen even eens geweest. Doch gemeenlyk is de hals en keel ontstooken, sterk gezwollen, met veele lelyke witte stoffe bezet, en met de sprouw bedekt , gevonden. De kleine darmen, gelyk ook de Pag. 12, lever en milt zyn doorgaans ontstooken geweest, en op dezelven heeft men veele paarsche vlak

ken

Rr4

.

[ocr errors]

ken gezien; de galblaas is buitengemeen groot, en vol gal geweeft. De maag is ontstooken gevonden, en in dezelve somtyds nog eenige

overblyfsels van het eeten. De kop en borst is pag. 13. niet geopend (*). In het vee, welk geslagt Pilis, zoo dra het begon ziek te worden, heeft

men ook gezien, dat de dunne darmen, en gedeeltelyk ook de omleggende ingewanden ontftooken geweest zyn; en eene brandende hitte gehad hebben. De galblaas was doorgaans groot en vol, doch somtyds niet. De maag was by eenige verhard en droog, doch in andere, was niets' tegennatuurlyks tę bemerken. De waarneemingen van den Hr. LANGGUTH in Dil. de morbi boum contagiosi caufa & Janatione probabili Witteb: 3753. ftemmen hier mede overeen. Men kan dus hier uit oordeelen, dat de voornaamste oorzaak en eigentlyke zitplaats

der ziekte in de ontstooken darmen en galblaas Pag. 14

te zoeken is. De Schryver noemt dezelve eene galagtige ontsteekings - koorts," welke door eene beginnende verrotting deri vogten onderhouden word. Breedvoerig onderzoekt hy, van waar de ziekte voortkome, en zegt einde

lyk, té moeten gelooven , dat dezelve door Pag. 26. kwaade rottige uitwaalsemingen voortgebragt

word, ten minsten fchynen deeze in Silesien de ziekte verwekt te hebben, gelyk omstandig getoont word. De uitwerkingen daarvan op .

het

[ocr errors]

(*) Omtrent 't geen men by het ontleden der beesten aan deeze ziekte gestorven, waargenomen heeft, konnen wy den Leezer wyzen tot het voorgaande stuk van dit werk, alwaar wy verscheide Aanmerkingen daar over medegedeeld hebben , pag. 200. fq. 1. 2

[ocr errors]
[ocr errors]

het lighaam zyn bekend, en uit dezelven verklaart hy ook de toevallen, welke by deeze ziekte worden waargenomen; doch hier omtrent

Pag. 41. wyzen wy den Leezer tot dit wel geschreeven werkje, om nog iets van de gebruikte geneesmiddelen te zeggen. Tot de geneezing word Pag. 5r.

. 57 vereischt, de ontsteeking te verdeelen, de scherpte en verrotting der vogten tegen te gaan, en de schadelyke stoffe uit het lighaam te brengen. 'Buizuiverende middelen doen door gaans veel meer na- dan voordeel, en gemeenlyk is het eenige, waar van men iets hoopen kan, dat men de verrotting tegengaa. Men kan hier uit de waarde der middelen, welke door den landman in dit geval gebruikt worden beoordeelen; de Schryver poemt veele zoodanige op, en voegt by elk derzelven fyne bedenkingen. Door

Pag. 53. Setons, welke hy in zeven beesten beproeft heeft, heeft hy geen een van den dood kon. Pag. 60. nen bevryden. Zoo dra het mogelyk is, moet

, men synen toevlugt neemen tot eene sterke aderlating, en by eene sterke zwelling van de Pag. 67. keel behooren de aderen onder de tong geopend te worden; vervolgens komen lauwe dranken te pas, als gersten-water, zuure wey, azyn, en soortgelyke; in eene verstopping kan by de wey een weinig wynsteen gevoegd worden, hoewel het beter is, clysteeren uit een afkooksel van zemelen en soortgelyke zaaken te zetten. Om de kwaade stoffen uit het lighaam te brengen, en de verrotting tegen te staan, moeten zulke middelen gebruikt worden, wel. Ķe de uitwaasseming bevorderen, zynde deeze de weg, welke de ondervinding geleerd heeft, zeer r goed te zyn: hier toe is de kampher zeer Rrs

ge

[ocr errors]

geschikt. Een afkooksel van den Virginiaanschen Nangen-wortel met den koorts-bast zoude veel dienst doen; alleenlyk is het te beklaagen, dat de koorts - bast zoo duur is. Ziek vee moet vooral voor koude en regen bewaard worden, en door dezelve heeft men dieren, die aan de beeterhand waren, zien sterven. Het lighaam met lauw water, waar onder een weinig azyn is, te wasschen, zoude ook zeer goed zyn, om de uitwaalseming te bevorderen, als hetzelve daat

na met warme doeken gewreeven, afgedroogd, Pag. 71.

en wel bedekt wierd. Vloeybaare middelen moeten voor droogė verkooren worden. Het befte middel om de ziekte voor te komen is, by tyds alle gemeenschap met besmette plaatsen te vermyden ; zoo eenig vee besmet was, zou

de het gezonde uit den stal moeten gebragt, Pag:73. en het zieke daar in gelaaten worden; veele op

eene plaats te laaten, is zeer schadelyk; de lugt word eenigzins verbeterd, als men zakjes met kampher, duivels-drek, en andere dienstige zaaken, aan de hoornen bindt, of de snuit, hoornen, en rugge met zwavel - balsem, oly van

hartshoorn &c. bestrykt. De uitwaalfeming Pag. 75.

en de drek van ziek vee besmet gezonde bees. ten, welker bloed geschikt is, om dezelve te ontvangen. Het gaat niet door, dat iemand uit eene besmette plaats de ziekte naar eene andere plaats zoude brengen, zelfs hebben veele voorbeelden geleerd, dat zulke, die met zieke

andere niet beesten dikwils omgegaan hadden Oy besmet hebben. Van het eeten van het vleesch

van besmette beesten, heeft de Schryver geene Pag. 78.

nadeelen gezien, doch hetzelve is dan doorgaans gerookt gegeeten.

De

De Verhandeling van den Hr. BOERNER', welke by dit werkje gevoegd is, is reeds in 1761. te Leipzig gedrukt, en dus yoor lang þekend.

X VIII.

CAROLI C. A LINNÉ, M. D. Medic. Es

Botan. Profefforis Upsalienfis Descriptio plantarum rariorum borti Upsalienfis. Fasciculus primus, fiftens defcrip. tiones & figuras plantarum minus cognitarum.

Lipfiæ impenfis Siegfried Lebrecht Crufii. 1767. Folio plag. 5. Tab. æn, 10. .

i

d. i.

Beschryving der zeldzaame planten uit

den Kruidtuin te Upsal. Eerste Stuk 3 bevattende beschryvingen en afbeel. dingen van min bekende planten; door C. C. VAN LINNÉ.

[ocr errors]

en kan dit stuk aanmerken als een ver

volg van de twee tientallen van zeldzaame planten, door den jongen Hr. LINNÆUS voor eenige jaaren in het licht gegeeven (*). In dit, zoo wel als in de laatstgenoemde, zyn niet meer dan tien planten beschreeven en af. gebeeld, en men kan van hetzelve ook het

zelfde

(*) Zie deeze Bibliotheek I. D. 2. St pag. 317.

« VorigeDoorgaan »