Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

2

de witte visch genoemd. Deeze heeft lange
zwarte streepen op den rugge. Dezelve over-
treft alle andere visschen, die wit vleesch heb-
ben, in smaak. Alle deeze soorten veranderen
van kleur. Behalven deeze zyn nog andere Pag. 183.
soorten van roode visschen bekend, welke
Golt fa, Muikisi, Kunscha, Harius genoemd wor-
den. Onder de kleine visschen, die de Kam- Pag. 186.
schatdalen eeten, zyn drie soorten van spierin-
gen, en de haring, overeenkomende met die,
welke in Europa gevangen word. In den herfst
vindt men dezelven in groote meiren, alwaar
fy hunne kuit schieten, en overwinteren, gaan-
de in de lente naar de zee.

Kamschatka heeft overvloed van vogelen , Pag. 188.
doch de inwooneren maaken weinig gebruik
daar van, om dat sy dezelven niet wel weeten
te vangen. Onder de zee - vogelen komen zeer
dikwils voor de Anas arctica, Anas arctica cirrha-
ta, Lomia Hoijeri, twee soorten van zee-raa-
ven, de onweers-vogel (Procellaria), Mergus
marinus, Myrtillus grandis, Columba Groenlandica ,
Corvus aquaticus maximus. Van de vogelen, wel- Pag. 1980
ke zich altyd by zoet water ophouden, neemt
men waar de zwaanen, zeven soorten van gan.
fen, veertien soorten van eend - vogelen, wel-
ke, even als de gansen, in de lente aankoo-
men, en met den winter vertrekken, vier foor-
ten van duiven en veele water - hoeneren.
Onder de vogelen, welke zich op het veld, en.
in de bosschen ophouden, zyn de voornaamste,
vier soorten van Arenden, een zwarte met
een' witten kop, staart en pooten, een witte,
een wit en zwart gevlakte, een bruine. Daar-
enboven zyn 'er gieren, valken, havikken, ui.
len, raaven, kraaijen, aaksters, koekoeken,
V. Deel. 4. Stuk. Z z

pa

[ocr errors]

patrysen, korhoeneren, leuwerken, zwaluwen,

en eene menigte van ander klein gevogelte. Pag. 201. Dewyl Kamschatka vol meiren en moerassen

is, zoo zoude al het ongedierte het leven in den zomer ondragelyk maaken, indien de sterke regen - vlaagen en winden dezelven niet vernietigden. De maden rigten egter eene zeer sterke verwoesting onder de levens-middelen aan, vooral omtrent den tyd, op welken men de visschen voor den winter bereid, die somtyds daar door geheel verteert worden. In Juny July en Augustus zyn de kleine muggen zeer lastig. De weegluisen heeft men voor korten tyd op sommige plaatsen ontdekt. De luisen en vloojen zyn de grootste plaag der inwooneren; zeldzaam zyn de spinnen, nauwelyks vindt men kikvorschen, padden en slangen, doch veele hagedissen.

De levenswyze der inwooneren, en het overige, in dit werk vervat, als niet zoo zeer tot ons oogmerk behoorende, konnen wy voorby gaan, te meer daar de zaakelyke inhoud van dit, als ook van het eerste gedeelte van deeze beschryving, reeds in een ander werk den Leezer is medegedeeld (*). Alleenlyk tekenen wy nog aan,'t geen derzelver ziekten en geboor

te betreft. Pag. 261.

De vrouwen brengen de kinderen meestendeels zeer gelukkig ter waereld. De Hr. StelLER heeft waargenomen, dat eene vrouw haare gewoone bezigheid voor korten tyd verliet, en, na verloop van een quartier, met haar kind op den arm terug kwam; hoewel hy ook eene

an

(*) Namentlyk in de Vaderlandsche Letter-oefe. ningen, VI. D. 2. St. pag. 124. 170.

[ocr errors]

andere heeft gezien, welke drie dagen in ar-
beid zat, en egter eindelyk gelukkig verloste
van een kind, welk, toegevouwen, met de
heupen 't eerst kwam. Gemeenlyk baaren de
vrouwen op de knien leggende; de eerstgeboo-
re kinderen zuiveren fy met werk, binden den
navelstreng met gaaren toe, en snyden denzel.
ven af met een steenen mes. De nageboorte
word den honden voorgeworpen; en het kind
in werk gelegd. Vroedvrouwen hebben sy niet,
maar de moeder of naatste vriendin bekleed der
zelver plaats. Vrouwen , die graag kinderen
hebben, eeten tot dit oogmerk spinnen; en
sommige kraamvrouwen, die schielyk verlangen
zwanger te worden, eeten den navelstreng.

De voornaamste ziekten in Kamchatka zyn Pag. 263,
de scheurbuik, verzweeringen, de jigt, kan-
ker, geele zugt, en venus-ziekte. De ver-
zweeringen maaken eene zwaare ziekte uit,
waar aan veele sterven. Dezelven worden som.
tyds drie duimen groot, en vertoonen, open-
gebrooken zynde, wel veertig of vyftig kleine
openingen. Men houd het voor een zeer ge-
vaarlyk toeval, wanneer uit deeze openingen.
geen etter komt, en sy, die de ziekte te bo.
ven komen, moeten egter wel fes of zeven
weeken het bed houden. De Kamschatdalen
leggen ruuwe haase-vellen daarop, om dezel.
ven tot verettering te brengen. De jigt, kan-
ker, en venus -ziekte houden sy voor onge-
neeslyk, en verzekeren van de laatste, dat men
dezelven voor den aankomst der Ruflen niet
gekend heeft. Behalven

Behalven deeze ongemakken hebben sy nog eene andere ziekte, welke van hen Sutschutśck genoemd word; dezelve is eene soort van schurfagtige uitslag, welke het geheele ጊz 2

lig

[ocr errors][ocr errors][ocr errors]

lighaam, onder de ribben, als een gordel omringt. Wanneer dezelve niet begind te veretteren en af te vallen, is het gevolg de dood. Sy verzekeren, dat ieder een dit ongemak eens in fyn leeven hebben moet, en hetzelve schynt dus veel overeenkomst te hebben met de pokjes.

[ocr errors][ocr errors]

Histoire de L'Academie Royale des Scien

ces Année 1761. avec les Mémoires de Mathématique & de Pbysique, pour la même Année, tirés des Registres de cette Academie. à Paris, de l’Imprimerie Royale 1763. 4°. Hist. 1. Alpb. 1. pl. Memoir. 2. Alphab. 17. plag. tab. an. 13.

d. i.

Historie van de Koninglyke Academie

der Weetenschappen, voor den jaare 1761. met de verhandelingen over de Wis- en Natuurkunde, voor denzelfden

jaare. IT n voorgaande stukken den inhoud van de dee

len voor den jaaren 1759 (*), en 1760 (†), den Leezer medegedeeld hebbende, begrypen wy ook dit niet te moeten overslaan, schoon hetzelve reeds vroeger dan de andere heeft het licht gezien.

.

Het

(*) Zie deeze Bibliotheek IV.D. 1. St. pag. 3.

) Ibid. V. D. 3. $t. pag. 451.

[ocr errors][merged small]

Het Historische gedeelte bevat eenige natuurontleed- en schei-kundige Waarneemingen, en toč de eerite behooren de agt volgende. - 1. De gedagte van den Hr. GUETTARD, om. Pag. 24. trent de osteocolla , bekend gemaakt in het deel van dit werk voor den jaare 1754., dat namentlyk dezelve zoude gemaakt worden door eenige deelen, welke door het water aangebragt wierden, en uit hetzelve neêrzonken op de wortels der boomen, word bevestigt door eene waarneeming van den Hr. Du Tour, die op den grond van een canaal, waar door het overtollige water uit fynen tuin afgeleid wierd, gezien heeft eene groote quantiteit van de osteo. colla, vermengt met dunne, drooge, wortels van Olme-boomen; die gemakkelyk daar uit konden getrokken worden. Hy was zeer verwonderd, te zien, dat dezelve in eene zoo groote quantiteit zoo schielyk geformeerd was, om dat het canaal eerst voor twee en een half jaar was gemaakt, en de wortels nog niet zoo oud zyn konden; doch syne verwondering verminderde, wanneer hy opmerkte, dat dit water kwam uit eenen bron van den zelfden aart, als die, waar van gesprooken is in l’Histoire de l'Academie de 1745. Hist. pag. 16. en welke eene zoo groote quantititeit steenagtige incrustatien voortbrengt , dat men zich van dezelven bediend, om te bouwen.

2. Het Noorderlicht, welk den 28. Febr. 1761. Pag. 25. te Turgau in Hongaryen gezien is, word alhier beschreeven. 3. Eenige houte maatstokken, welke, te sa

Pag. 26. men genomen, volkomen gelyk waren gemaakt aan twee- en veertig voeten, na verloop van eenige jaaren wederom gemeeten wordende met

de

ZZ 3

« VorigeDoorgaan »