Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

de helft wech. De fcheurbuik en de kwaade. levenswyze der ouderen maakt, dat fy zie kelyke kinderen voortbrengen, die door hun ne ongemakken wel haaft fterven, alzoo fy geene andere hulpmiddelen hebben, dan hunne kagchels, welke, fchoon zeer wel geschikt voor hen, die geene andere ziekten hebben, dan die aan het Land eigen zyn, zeer nadeelig geoordeelt worden voor die ziekte, welker oorfprong men uit America afleid. Deeze laatste ziekte is zoo fterk verspreid door Sibirien, en het Noordelyke Tartaryen, dat het te vreezen is, dat in vervolg van tyd het ge heele menfchelyke geflagt daar door zal vernietigt worden, 't welk verhaaft moet worden door hunne ongebonde levenswyze in hunne wooningen; fy kennen geen bedden, en leggen byna naakend, alle onder elkander. Tobolfk, de Hoofdstad van Sibirien, bevat omtrent vyftien duizend inwooners. By Katherineburg word in de aarde goud gevonden, doch in eene zoo geringe quantiteit, dat men daar van nauwelyks voordeel hebben kan. De zilver-mynen verdienen nauwelyks, dat men van dezelven fpreeke; de koper- mynen zyn ook gering. doch van zeer onderfcheide foorten.

Yzer

word in eene ongemeen groote quantiteit gevonden. De woonplaatfen der Tataaren op eenen kleinen afstand van Berna zyn zeer net; dit volk is groot, fterk, wel gemaakt. Zekér volk, Wotiak genoemt, van de Tataaren, waar voor fy gehouden worden, fterk verfchillende, is zeer klein, zoo dat de mans, zoo wel als de vrouwen, nauwelyks hooger zyn, dan vier voeten; de kleeding der vrouwen verfchild van alle andere volkeren, welke in Sibirien wooner: V. Deel. 4. Stuk.

Bbb

Ver

Pag. 380. Verhandeling over het graaven van Turf by Ville

roy in Champagne; door den Hr. GUETTARD. In de turf, welke aldaar gevonden word, ontdekt men de wortels van riet, en foortgelyke planten, welke daar omftreeks groeijen; fomtyds ook stammen van wilgen, van populieren, en zeer veele wortelen van deeze boomen. Hier uit, en uit andere omftandigheden, meent de Schryver met regt te konnen befluiten, dat de turf niets anders is, dan eene ftoffe, welke door de verrotting van planten gebooren word. Hy onderfcheid dezelve in twee foorten welker eene voortgebragt is door zee-planten, de andere door zulke, welke op het land gegroeit hebben.

I I I.

ANTONII STÖRCK Sac. Caf. Reg. Apoft. Majeftatis Confiliarii aulici, Archiatri, nec non in Nofocomio civico Pasmariano Phyfici, Libellus, quo continuantur Experimenta & obfervationes circa nova Jua medicamenta. Vindobona Typis Joann. Thoma de Trattnern. 1765. 8o. plag. 18.

d. i.

Vervolg der proeven en Waarneemingen van A. STÖRCK omtrent fyne nieuwe geneesmiddelen.

De

e Schryver deelt in dit werkje deels eige Waarneemingen, deels proeven van andere mede, om de nuttigheid van fyne genees

middelen, de Cicuta, Aconitum, Hyoscyamus, en Colchicum, te bevestigen, en dewyl wy by andere gelegenheden (*) de schriften van fyne tegenpartyders aangehaalt hebben, moeten wy ook uit dit het zaakelyke opgeeven.

Hy klaagt fterk, dat men de Cicuta met an- Pag. 7 dere planten verwiffelt hebbe; en geeft als een teken, om dezelve van alle andere te onderfcheiden, op de reuk, welke met die der muifen eenige overeenkomst heeft, en welke men bemerkt, als het kruid gewreeven word, zynde de plant zoo veel te kragtiger hoe fterker

deeze reuk is. Nieuwe proeven hebben hem geleerd, dat de geheele plant veilig zonder eenige bereiding kan gebruikt worden (†). Sy, Pag. 11. die het extract niet konnen gebruiken, mogen zich bedienen van een aftrekfel, of een afkookfel, en men kan ook daar uit bereiden een conferv, ftroop, poeder, overgehaald water, en gekookte oly, waar van men hier de voorfchriften vindt. Het extract heeft hy ook met andere middelen vermengt, en het kruid ook uitwendig gebruikt. Hy geeft een- en dertig gevallen op, waar in dit middel ongemeen voor- Pag. 13. deelig

(*) Zie voornamentlyk Kratochvil de radice Colchici in deeze Bibliotheek II. D. 1. St. pag. 72. DE HAEN Epift. de Cicuta ibid. pag. 81. de gedagten van veele andere ibid. pag. 90. HUBER de Cicuta V. D. 1. St. pag. 42. KALTSCHMIED de Cicuta ibid. pag. 48.

(†) De Hr. COOLEBROOKE heeft dezelve groen laaten gebruiken in eene kanker der Borft, welke eerft door dezelve beeter wierd, doch naderhand verergerde. Zie deeze Bibliotheek I. D. 4. St. pag. 598. III. D. 2. St. pag. 290.

deelig is geweeft. Eene ftinkende kanker van het aangezicht, die diep invreette, is binnen drie maanden geneezen. Verscheide verhar

dingen der borsten en andere klieren aan den hals, den buik, en op andere plaatsen zyn Fag. 20. week geworden, en verdeeld. Kwaadaartige verzweeringen zyn daar door geneezen. Tegen de fprouw heeft hy zich eens van dit middel met voordeel bediend, en de verzweeringen met roozenhonig en het extract van de Cicuta befmeert. Jigt-pynen zyn daar door dikwils verzagt. Tweemaal heeft hy de blindheid, waar by de oog-appel zeer verwyderd was, daar mede geneezen. Een kind, welk de EnPag. 30. gelfche ziekte had, wierd merkelyk beter. Eene aanhoudende koorts met eenen hoeft, waarfchynelyk door schirrheuse verhardingen in de long veroorzaakt, is volkomen overwonnen. Dikwils is eene been-bederving door de Cicuta geneezen. In venus- builen, en eenen kwaadaartigen druipert, waar in de kwik-middelen niets wilden helpen, is fy werkzaam geweest. Pag 46 In den wittenvloed is dezelve met den koortsbaft gegeeven. Eene langduurige braaking Pag. 50. wierd door dezelve, met verdoovende midde

len gepaard, aan het bedaaren gebragt. In een kind, welk verharde klieren onder de onderste Pag. 57. kaak had, en waar in de Cicuta alleen niet krag. tig genoeg was, vermengde hy de pleister daar van met de fpaanfchenvlieg-pleifter, waar door Pag. 60. het gezwel merkelyk verminderde.

Klierge

zwellen zyn fomtyds daar door niet geneezen, doch een gelukkig geval is door den Schryver aangetekend. Eene vrouw is van eene kankeragtige verzweering aan de hand geneezen, en twee kinderen, welke den dauw-worm op he hoofd t

hoofd, en de fchurft over het geheele lyf, hadden, zyn daar door beter geworden. De vrees, Pag. 62. welke men voor dit middel heeft, is ongegrond, en zelfs tedere kinderen konnen het zonder nadeel gebruiken. In 't algemeen is het van veel Pag. 67. nut in verstoppingen, en het ontbindt fchielyk de gezwellen, die daar door veroorzaakt zyn, of verdeeld dezelven in kleine deelen... Het is een goed teken by oude verzweeringen, wanneer fy beginnen pynelyk te worden; dikwils brengt de Cicuta dezelven tot verettering. Pag. 72. De zakgezwellen worden zelfs hier door ontbonden, doch komen zeer ligt weder, dewyl de zak overblyft. Dikwils zyn waare kankers Pag. 77. door dezelve geneezen; doch, als deeze veel etter geeven, dan moet men kleine giften daar van neemen. De lyder kan zich eene fchielyke geneezing belooven, wanneer eene gefloote kanker in het koude vuur overgaat, in welk geval de koorts baft rykelyk moet gebruikt Pag. 81. worden. De Schryver ontkend egter geenzins, dat de Cicuta in de kanker fomtyds niets uitwerkt.

Pag. 1 20.

Veele hebben het Aconitum ook niet konnen Pag. 92. onderfcheiden. De Schryver geeft veertien gevallen op, waar in men zich bediend heeft van het poeder uit het extract, en uit fuiker en uit deeze proeven blykt, dat dit middel eene zeer fterke ontbindende kragt heeft, hier in fomtyds de Cicuta overtreft, alle jigtpynen ftilt (*), en de venus ziekte fomtyds geneeft, wanneer andere middelen onwerkzaam

zyn.

(*) Vergelyk hier by deeze Bibliotheek, V. D. 2. St. pag 363.

« VorigeDoorgaan »