Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

wyst hy met een voorbeeld, en zegt te geloos ven, dat in manspersoonen eene gonorrhea bæmorrhoidalis mogelyk is, vooral als na eene

gonorrhea siphilitica die wegen eens geopend zyn. Pag. 42. Eene hardnekkige hoofdpyn, die zich alleen

tot het voorhoofd bepaalde, wierd door een braakmiddel geneezen; hetzelve was ook nuttig by eenen man, die alle maanden van fyn

verstand berooft was, na dat hy eens had gePag. 44. schrikt; zoo dra hy het middel gebruikt had,

stelde hy zich aan de koude lugt bloot , en had ruim dertig ontlastingen zoo van boven als

van onderen, welke door de theriaca moesten Pag. 53. gestuit worden. In eenen hoeft met aambor

Itigheid is de stroop van tabaksbladen zeer nuttig geweest

. Een man kreeg door eene strenge koude eene versterving van den regter bal, welke van zelve afviel, waar op eene goes de verettering volgde, en de wonde behoorlyk geslooten wierd.

In de voorreden voor het tweede stuk brengt

de Schryver de tekenen der ziekten in eene SyPag. 9. stematische order. Eenige tekenen noemt hy

figna oblata, welke elk een gemakkelyk kan zien, andere eruta , welke het gevoel van den lyder

alleen ontdekken kan. Alle tekenen verdeeld hy Pag. 13, in ses classen; 1. In boloptica (integralia) que ex integri hominis consideratione fumuntur ; 2. Magaci

. netica (magnalia) e majoribus corporis motibus ; 3. Treplica (nutritiofa) e negotio nutritionis ; 4. Cryptica (interiora) e minoribus internis motibus; 5. Aus totica (Peculiaria). 6. Typica (Formalia) que a scemis morborum colliguntur. De orders en geslagten, tot elke claffe behoorende, hebben even by. zondere namen, en derzelver soorten zullen

waar

waarschynelyk van denzelfden aart zyn, doch van deeze noemt hy alleen het getal op, 't welk som, tyds ongemeen groot is; dus brengt hy tot het gesagt der tekenen, welke men uit het gezicht kend, twee honderd en ses- en tagtig soorten; en tot andere niet veel minder. Om den Leezer van dit samenstel eenig denkbeeld te geeven, voegen wy de ordines en genera van de eerste clalle hier by. Ordo Primus. Somatica (habituofa); quæ ex toto externo habitu corporis deJumuntur. Genus primum; Profapica (vultula) que ex vultu eruuntur, cujus species 286. Gen. 2. Pharetica (lata) e relique corpore Sp. 264. Ord. 2. Psychea (animosa). 6x toto babitu mentis. Gen. 1. DiaJomatica (affecta) ex iis mutationibus , quæ corpus in anima producit. Sp. 7. Gen. 2. Diapsychea (mentalia) de iis mutationibus, quæ anima in corpore producit. Sp. 50. De verscheide soorten van de pols Pag. 20. worden ook van den Schryver opgegeeven, doch van de tekenen, die uit de ademhaling en pis worden afgenomen, geeft hy alleenlyk de Pag.20. gesagten aan de hand.

Vervolgens spreekt de Schryver van de ziek. Pag. 32. ten, welke in den zomer in het hospitaal zyn waargenomen. Sommige derzelven hebben flegts enkelde menschen betroffen. De aderlatingen waren, gelyk gewoonlyk is, in de rotkoortsen nadeelig. De Schryver befchryft de droevige omstandigheden van verscheide men- Pag. 45

die van dolle dieren gebeeten waren. In eene vrouw, welker wonden dagelyks gescarificeert wierden, en die aan het kwylen wierd gebragt, deed zich alles goed op, doch daor Pag. 51, eene ongeregelde levenswyze, uit het hospitaal naar huis geloopen zynde , kreeg fy verscheide toevallen, en in het hospitaal wederom gebragt

zyn

schen ,

Ccc 5

zynde, stierf sy aan stuipen ; uit alle omstandigheden besluit de Schryver, dat sy door de kwyling zoude geneezen zyn , indien fy in het

hospitaal was gebleeven. By twee menschen Pag. 53. heeft de kwyling, welke fy in een ander hospi

taal tegen venus-ziekte hadden uitgestaan, eene

onbeweeglykheid van de kaak verwekt; de huid Pag. 60. van de koonen was met het tandvleesch vastge

groeit , en wierd los gesneeden. Eene vrouw van twintig jaaren viel in de agtste maand van haare eerste zwangerheid van de tweede verdie. ping van het huis uit het vengster op een hout, waar van een gedeelte van vier duimen in de vulva kwam, zoo dat fy eene wonde kreeg , welke ruim een' duim groot was. Sy lag, als eene doode, op den grond, en wierd den volgenden dag in het Hospitaal gebragt ; de beledigde deelen wierden sterk ontstooken, doch na eené

aderlating, en verwydering der wonde, schikte Pag. 64.

zich alles wel, en sy bragt op den behoorlyken tyd haar kind ter waereld. De salpeter en middelslagtige zouten pryst de Schryver in bloedstortingen, en zegt , dat de vrees voor derzelver prikkeling ongegrond geweest is. Met een nieuw voorbeeld bevestigt hy , dat de witte vloed door eene belette ontlasting der aambeijen ontstaan kan.

X.

Observations on the Dropsy in the Brain ,

by ROBERT WHYTT, M. D. late Physician to bis Majesty , President of the Royal College of Physicians, Profesor of Medicine in the University of Edinburgb, and F. R. S. To which are added His other Treatises never hitberto published by themselves. Edinburgb, Printed for John Balfour. 1768. 8. pag. 193

d. i.

Waarneemingen over

het inwendig waterhoofd; door R. WHYTT. Waar by gevoegd' zyn deszelfs andere Verhandelingen, nooit door hem zelve uitgegeeven.

alle de werken van den zeer beroemden Z

yn
WHYTT,

en vooral deszelfs Verhandeling over de zenuw-ziekten, waar van wy om. standig gesprooken hebben (*), en die ook door den Geleerden Hr. L. BIKKER vertaald en vermeerderd is (t), allezins met een algemeen genoegen aangenomen, niet minder aan

ge

[ocr errors]

(*) Zie deeze Bibliotheek, II. D. 2. St. page 381. 4. St. pag. 821.

(+) Ibid. III. D. 1. St. pag. 180.

genaam zal het derhalve den Leezer zyn , dat wy ook een volleedig uittreksel uit deeze Waarneemingen, welke na synen dood (1) het

licht zien, in ons werk plaatsen. Pag. 3.

Het waterhoofd word verdeeld in een uitwendig en inwendig. Het eerste heeft fyne zit. plaats in het celagtig weefsel tusschen de huid en het herssen-panvlies (pericranium), of tusfchen dit vlies en het been zelve. In een inwendig waterhoofd is het water somtyds verzamelt tusschen het bekkeneel, en dikke herssenvlies, of tusschen dit laatste vlies en het dunne; doch word meer gevonden in de hollighe

den der hersenen (ventriculi cerebri), onder het Pag. 4, eeltagtig lighaam (corpus callosum). Deeze foort

is niet alleen 't meeste gemeen en doodelyk, maar ook van de geneeskundige Schryvers ’t, minst naar waarde behandelt.

HIPPOCRATES word gezegd, de tekenen van een inwendig waterhoofd , waar in het water zich binnen de herflenen ophoud, te hebben opgenoemt ; doch behalven dat €71 TW Eyne Daiw veel eer betekend op dan in de herssenen , zoo blykt ook klaar, dat hy alleenlyk spreekt van een waterhoofd, waar in het water zich bevindt tusschen het dikke herffen-vlies en de hersenen, dewyl hy voorsteld, om hetzelve te ontlasten, door het bovenste gedeelte van het bekkeneel te doorbooren, welke operatie van geen nut zoude konnen zyn, indien het water in de herssenen zelve was bevat.

Celsus spreekt alleen van een uitwendig waterhoofd. AETIUS en AEGINETA zyn verder gegaan, en maaken gewag , dạt men somtyds

wa, () Ibid. II. D. 2. St. pag. 469.

« VorigeDoorgaan »