Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

hoewel sy alleen maar in kunne fchynen të
verschillen, 't geen niet mogelyk geweest is,
volkomen te bepaalen, dewyl sy gedroogd eni
opgevuld overgebragt zyn.

[ocr errors]
[ocr errors][merged small][ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

Beschryving van eene zeldzaame, Ame

rikaansche, langstaartige Aapsoort, by
den Inlander gewoonlyk genaamd Quat-
to, en by de Hollanders Bosch-duivel,
of Slinger-aap; uit de Hollandsche volka
plinting Surinaamen; bewaard wor.
dende in het Museum van Syne Door-
luchtigste Hoogheid, den Heere Prinse
van Oranje en Nassauw. enz. enz. enz.
beschreeven en uitgegeeven door A.
VOSMAER. Te Amsterdam by Pieter
Meyer 1768. 4°. 12. bladz. 1. plaat.
enige algemeene aanmerkingen omtrent de Pag. &

Aapen hebbende laaten voorafgaan, spreekt
de Schryver van die foort, welke tot de Sapa-
jous van den Hr. BUFFON behoord, en de Coaita
van dien Schryver is.. LINNÆUS noemt dezelve
Paniscus , BRISSON Belzebuth. BUFFON alleen
heeft dezelve door eene goede afbeelding trag:
ten op te helderen, doch sy is egter niet vol-
maakt. De geboorteplaats van deeze Aap-foort
is Surinaamen. Het grootste kenmerk is het ge. Pag. 7
heel ontbreeken van den duim aan de voorvoe.
ten, welke alleen maar in vier vingers verdeeld
daar alle de overige Sapajous van den
· Hhhz

[ocr errors]

Hr.

zyn,

Hr. Buffon, gelyk de andere Aapsoorten, vyf vingers aan alle de voeten hebben. De tweede eigenschap, waarin alle de Sapajous min

of meer overeenkomen, bestaat in hunnen alles Pag. 8. aangrypenden staart. De natuurlyke geaartheid

is niet kwaadaartig; sy speelen egter nu en dan den valsch - aart, voornamentlyk wanneer fy wat te veel na hunnen zin geplaagt worden. Hun voedsel is overeenkomstig met dat van andere Aapen, doch vrugten is hunne gewoonlykste en geliefste fpyze. Men verzekerd, dat sy visch in het water weetén te vangen met hunnen staart. DAMPIER en WAFER zyn de voornaamste Reizigers, welke van deeze Aapsoorten gewag maaken. (Zie Dampiers Reizen II. D. pag. 157. en agter dezelven Wafers Reizen p. 45). Russel Hift. of Jamaica Chap. V. en D'ACOSTA Hift. Natur. des Indes pag. 200.

bevestigen hun verhaal. Pag. 1o. Het schynt den Schryver toe, dat de Ex

quima van MarcGRAAF de foort is, welke LINNÆUS voor de Diana opgeeft, welke geenen aangrypenden staart heeft, en dezelve moet dus niet gehouden worden voor eene verscheidenheid van de Coaita , maar daar van worden afgezonderd. De beschryving kan in het werk zelve gezien worden.

X X I.

Natuur- en Genees- kundige - Nieuwig

beden.

I n de openbaare vergadering, welke de Ko.

ninglyke Academie der Weetenschappen te Parys den vyfden April gehouden heeft, maakte derzelver Secretaris, de Hr. de Fouchi, bekend, dat de dubbelde prys van de Academie in den jaare 1767. belooft aan hem, die zoude opgeeven het beste middel, om het uur op zee te bepaalen, toegeweezen was aan den Schryver van de Verhandeling, welker Zinspreuk was: Labor omnia vincit improbus ; die by het openen van het biljet bleek te zyn de Hr. Le Roy, Horologie-maaker van den Koning. Doch, dewyl’er nog het een en ander ontbreekt aan de nauwkeurigheid van de Horologies, welke de Hr. LE Roy heeft gemaakt, en die op zee beproeft zyn, heeft de Academie dezelfde vraag voorgesteld voor den prys, welke in 1771. zal worden uitgedeeld, teffens verklaarende, dat fy begeerd, dat de Horologies zoo nauwkeurig moeten zyn, dat sy niet meer dan twee minuuten in den tyd van ses weeken verschillen, op dat men de lengtte zoude konnen bepaalen tot op een halven graad, in eene zee-reis, die zoo lang duuren zal. Vervolgens las de Hr. de Fouchi een programma, waar in de Academie bekend maakte, dat sy, tot het jaar 1771. uitgesteld heeft den buitengewoonen prys, van den Koning belooft aan hem, die het crystal voor de vergroot-glasen zoude verbeteren. Dit wierd gevolgd door twee lofre: denen over de Heeren De PARCIEUX, en TRUDAINE; de Hr. VAUCANSON las eene verhandeling over een weļktuig van syne uitvinding, geschikt, om de zyde stoffen veel beeter, en op eene meer eenvoudige en min kostbaare manier, tot moor te maaken; en eindelyk las de Hr. MacQUER syne verhandeling over het verwen van stoffen met eene levendige roode, en andere kleuren, die veel vaster zyn dan de gewooné.

1 Et et

beto

3

1

Hhh 3

De Koninglyke Academie der Heelkunde in Parys hield den sesden April haare gewoone vergadering, doch daar in heeft men aan nie. mand toegeweezen den prys, gesteld op de vraag, voor den jaare 1769. d'exposer les effets des contrecoups dans les différentes parties du corps, autres que la tête, & les moyens d'y remedier (*); dewyl geene der toegezonde verhandelingen aan het oogmerk voldaan heeft: doch de prys van nayvering is gegeeven aan den Hr. PHILIP. PE, Heelmeester te Chartres en Correspondent van de Academie.

De eerste der kleine medailles, welke de Academie gewoon is jaarlyks uit te deelen, is toegeweefen aan den Hr. Roze, Lieutenant yan den eersten Heelmeester van den Koning, eerste Heelmeester van l'Hôtel Dieu, en Cor- : respondent van de Academie te Nemours; de tweede aan den Hr: MAIGROT, Correspondent van de Academie, en Heelmeester te Raisonniers by Langres; de derde aan den Hr. LEBRUN,

Heel

(*) Zie deeze Bibliotheek IV. D. 1. St. pag. 203.

[ocr errors]
[ocr errors][ocr errors]

Heelmeefter te Vaudæuvre in Champagne ; de vierde aan den Hr. BERTIN, leerling der heel. kunde in het Hospitaal te Bicêtre; en de vyfde aan den Hr. PAUPE, leerling in het Koninglyke Hospitaal der invalides, en Meester der vrye konsten op de Universiteit van Parys.

Na de uitdeeling der prysen door den Heere DE LA MARTINIERE, 's Konings eersten Heel. meester, welke in deeze vergadering Presideerde; las de Secretaris , de Hr. LOUIS, , eene lofreden over den Hr. Le Car, eerste Heel. meester in l'Hôtel-Dieu te Rouen, geassocieerd Lid van de Academie. De Hr. GUYENOT las vervolgens eene verhandeling over verouderde öntwrigtingen; de Hr. DUFOUART de jonge over de besmetting der ziekten; de Hr. LEBAS deel. de mede eenige waarneemingen over de uitwer. kingen der schudding in de hoofdwonden; en de Hr. VALENTIN Noot de vergadering met eene verhandeling over de voordeelen van het wasschen der wonden, door den beet van dolle dieren veroorzaakt.

De Academie der Weetenschappen en fraaye Letteren te Dyon had opgegeeven tot eene vraag voor den prys, welke in 1768. zoude uitgedeeld worden: Welke zyn de natuurkundige rede.

die , na verscheidenheid der gronden, den landınan moeten aanzetten, om eene der drie manieren van landbouwen, in Bourgogne gebruikelyk , te verkiesen? (*). Doch, dewyl de Academie buiten staat geweest is, den prys aan eene der ver

han

nen,

J

(*) Zie deeze Bibliotheek II. D. 1. So. pag. 203.

« VorigeDoorgaan »