De Nederlandsche spectator

Voorkant
Mark Prager Lindo, Lodewijk Mulder, Gerard Keller, Carel Vosmaer
D.A. Thieme, 1860
0 Recensies
 

Wat mensen zeggen - Een review schrijven

We hebben geen reviews gevonden op de gebruikelijke plaatsen.

Overige edities - Alles weergeven

Veelvoorkomende woorden en zinsdelen

Populaire passages

Pagina 8 - Tijdschrift voor alle standen , tot bevordering van volkswelvaart, door verspreiding van eenvoudige beginselen van gezondheidsleer en openbare gezondheidsregeling en hunne toepassing op het individueel en maatschappelijk leven, onder redactie van Dr.
Pagina 152 - Biblia pauperum. Reproduced in facsimile, from one of the copies in the British Museum; with an historical and bibliographical introduction by J.
Pagina 29 - En (wee! ja driewerf wee den oogen die dit zagen!) Het Vaderland bezweek en vond zijn ondergang. Zijn bloed? — Ook 't mijne vloeide, als Themis weegschaal beefde En waggelde in de hand die ze in heur palm besloot; Maar d'Engel stompte 't staal, dat naar mijn boezem streefde, (Hy die mijn schedel steeds omzweefde) En stelpte 't daar het willig vloot. Hier is, met zijn „wee! ja driewerf wee!", met zijn weegschaal van Themis bevend in de hand die deze weegschaal besluit in haar palm, met zijn door...
Pagina 66 - t kroost, by 't addrengift dier wijsheid opgetogen, Valt argloos aan de Hel ten roof.
Pagina 122 - t zingen, Langoor bromt eens in de keel, Rekt zich uit en geeuwt en luistert Naar het lied van Filomeel. Wind en bosch en stroomen zwegen. Eindlijk zegt hij: „Gants niet kwaad; Maar het is te wild gezongen. En het blijft niet in de maat.
Pagina 170 - Zangen, vol kunst bovendien van schikking zoowel als van orde in de denkbeelden, voorhanden of verborgen liggen) juist daarin de bezielende, alles adelende, alles met zich assimileerende kracht der poŽzy ligt, haar werk van onophoudelijke beeldspraak, persoonsverbeelding, verwisselen, ontleenen, en of het ware ruilen van voorstellingen en uitdrukkingen uit de schijnbaar meest verwijderde kringen van denken en gevoelen, toe te passen op allerlei onderwerpen, hoe ook, naar het oordeel van eene oppervlakkige...
Pagina 28 - t koken De uit d'afgrond opgeborsten haat, In schaduw van de nacht gedoken, Mij met een hagel kwam bestoken Van kei en klinkers, uitgebroken Aan 't steenplaveisel van de straat. Nu moet men weten, dat deze uit...
Pagina 28 - Hertog van Brunswijk in 1787 op diens krijgstogt tegen Amsterdam als afgevaardigde van den Prins vergezelde, tegenwoordig geweest is bij eenige schermutselingen van min of meer ernstigen aard. Over zijn aandeel aan die krijgsverrigtingen heeft hij zich in 1827 in zijn Haarlem aldus uitgelaten: 'k Heb 't schutgedonder mede op 't bloedig veld gehoord : En, midden in 't gedruis onaangedaan. Hier geschiedt niet zoozeer zinspeling op persoonlijke dapperheid, gelijk men uit dat „onaangedaan" alligt zou...
Pagina 305 - Kamer, 2į. van provinciale en gemeente-wet, worden voorgedragen in de eerste zitting der Staten-Generaal, volgende op de afkondiging der veranderingen in de Grondwet. De ontwerpen van wet, betreffende de verantwoordelijkheid der ministers, de nieuwe...
Pagina 28 - ... gaven? Waar schuwde ik haat of leed om recht en wet te staven? Waar heeft mijn teedre zorg in Maagschapsband of Echt, De scheuring niet geheeld, den wrevel niet geslecht, En liefde en heil hersteld? Wie onzer in 't ontwikkelen Der duisterheÍn van 't recht, gevoelde heeter prikkelen?

Bibliografische gegevens