De bodem van Nederland: De zamenstelling en het ontstaan der gronden in Nederland ten behoeve van het algemeen beschreven, Volume 2

Voorkant
A.C. Kruseman, 1860 - 480 pagina's
 

Wat mensen zeggen - Een review schrijven

We hebben geen reviews gevonden op de gebruikelijke plaatsen.

Overige edities - Alles weergeven

Veelvoorkomende woorden en zinsdelen

Populaire passages

Pagina 121 - De Geologie van Nederland. Handleiding voor de bezigtigers der verzameling op het paviljoen te Haarlem.
Pagina 155 - Newfoundland, om daar eeneu bodem te vormen die , verhief hij zich eenmaal boven de oppervlakte der wateren , volkomen gelijk aan onze Veluwe, en op gelijke wijze met steengruis bedekt zoude zijn dat uit het hooge noorden afkomstig is.
Pagina 120 - Dat dit zand als het ware het afslijtsel is van het grinddiluvium en gevormd gedurende den tijd van overgang tot het alluviale tijdperk, is ook op te maken uit de overweging dat er zulk eene overgangsvorming aanwezig moet zijn, en dat deze niet wel in eene andere, dan in dit zand aangewezen zal kunnen worden.
Pagina 448 - Eifelerkalk , blz. 422. 14 DAY USE RETURN TO DESK FROM WHICH BORROWED LOAN DEPT. This book is due on the last date stamped below, or on the date to which renewed. Renewed books are subject to immediate recall. LD 21-100m:6,'56 (B9311sl0)476 General Library University of California Berkeley 4W57GR B? P
Pagina 114 - Het is klaarblijkelijk ontstaan in het laatste gedeelte van het diluviale tijdperk, of in het allereerste van het daarop volgende alluviale; want overal waar men het aantreft, ligt het op het grinddiluvium en onder de alluviale gronden.
Pagina 119 - De voor verwering vatbare steensoorten, vele granieten, glimmerschiefers, zandsteenen en psammieten zijn daardoor tot gruis , zand en leem, vervormd, en het afstroomende regenwater heeft deze voor een groot gedeelte naar de laagten gevoerd. Deze laagten zijn daardoor aangevuld, terwijl, te gelijker tijd, de hoogten zich verlaagden en eenen meer vlakken, meer afgeronden vorm aannamen, dan zij oorspronkelijk bezaten.
Pagina 32 - Bydr. td Nat. Wet. 1830. 11. Hausmann (J FL), Verhandeling over den oorsprong der graniet- en andere rotsblokken, die over de vlakten van de Nederlanden en van Noord-Duitschland verspreid liggen.
Pagina 269 - Limburgsche bruinkoolzanden zelden anders voor den dag dan in de hellingen der stroomdalen van de Geleen en de Worm en van de beken die in deze riviertjes uitmonden.
Pagina 119 - Deze vorm, gepaard met het in vele streken duidelijk in het oog vallend liggen op het grinddiluvium en aan den voet der hoogten door dit gevormd, doen, met hooge waarschijnlijkheid, tot den vermoedelijkeu oorsprong van het zanddiluvium besluiten.
Pagina 119 - Nadat het zand met grind en keijen overgebragt was geworden naar de plekken waar wij dit tegenwoordig aantreffen, en ongeveer den vorm had aangenomen dien het nog tegenwoordig bezit, moet er nog een zeer aanmerkelijke tijd...

Bibliografische gegevens