Merkwaardige kasteelen in Nederland, Volume 1

Voorkant
G.W. Tielkemeijer, 1854
0 Recensies
 

Wat mensen zeggen - Een review schrijven

We hebben geen reviews gevonden op de gebruikelijke plaatsen.

Overige edities - Alles weergeven

Veelvoorkomende woorden en zinsdelen

Populaire passages

Pagina 191 - Seer prinslick was ghedreven Mijn princelick ghemoet; Stantvastich is ghebleven Mijn hert in teghenspoet; Den Heer heb ick ghebeden Van mijnes herten gront, Dat hy mijn saeck wil reden, Mijn onschult doen bekant.
Pagina 189 - Leven Verwacht den Jongsten dach. Edel en Hooch gheboren Van Keyserlicken Stam: Een Vorst des Rijcks vercoren Als een vroom Christen Man, Voor Godes Woort ghepreesen Heb ick vrij onversaecht, Als een Helt sonder vreesen Mijn Edel bloet ghewaecht. Mijn Schilt ende betrouwen Sijt ghy, O Godt mijn Heer, Op u soo wil ick bouwen Verlaet mij nemmermeer : Dat ick doch vroom mach blijven U dienaer taller stondt, Die Tyranny verdrijven, Die my mijn hert doorwondt.
Pagina 191 - Op die tijt had gheweest, Had ick gheern willen keeren Van u dit swaer tempeest; Maer de Heer van hier boven Die alle dinck regeert, Diemen altijt moet loven, En heeftet niet begheert.
Pagina 190 - Na tsuer sal ick ontfanghen Van Godt mijn Heer dat soet, Daer na so doet verlanghen Mijn vorstelick ghemoet, Dat is dat ick mach sterven Met eeren in dat Velt, Een eewich Rijck verwerven Als een ghetrouwe Helt.
Pagina 189 - Al zijt ghy nu beswaert; Die vroom begheert te leven, Bidt Godt nacht ende dach, Dat hy my cracht wil gheven, Dat ick u helpen mach.
Pagina 190 - End mijn vervolghers zijn, Mijn Godt wilt doch bewaren Den trouwen dienaer dijn; Dat sy my niet verrasschen In haren boosen moet, Haer handen niet en wasschen In mijn onschuldich bloet. Als David moeste vluchten Voor Saul den tyran, Soo heb ick moeten suchten Met menich edelman; Maer Godt heeft hem verheven, Verlost wt alder noot, Een coninckrijck ghegheven In Israel, seer groot.
Pagina 85 - Ik ben niet gekomen om den vrede te brengen, maar het zwaard" — en Zijn woord werd tot in het verre noorden vervuld.
Pagina 50 - t late zonlicht om de transen Een glorie van rood goud penceelt, En vonken in den mistdrop glansen Die over 't blaauwend muurkruid speelt; Als 't schemert in gewelf en kelder, Van struik en braamstruweel omzoomd, Maar 't purpren licht nog klaar en helder Door reet en boograam binnenstroomt; En 't vinkjen, dwalend van de abeelen, Een weeken toon, een...
Pagina 188 - Wilhelmus van Nassouwe, Ben ick van Duytschen bloet, Den vaderlant ghetrouwe Blijf ick tot inden doedt. Een prince van OrangiŽn Ben ick vrij onverveert, Den coninck van HispaengiŽn Heb ick al lij t gheŽerl.
Pagina 87 - ... de plasschen bevroren waren. Zonder eenige wapenrusting, in linnen of wollen pijen gekleed, de beenen in vellen en riemen geschoeid, en het hoofd meer door de dikke, ruige lokken dan door de kap gedekt; met kodden, kolven, bijlen en speeren in de ruwe en stevige vuisten: bewogen zy zich veel lichter dan de met maliŽn of stalen harnasplaten gewapende mannen, die hun tegen gesteld werden; vertoonden zich in vervaarlijke menigte...

Bibliografische gegevens