Pagina-afbeeldingen
PDF
[merged small][ocr errors][merged small]

DE R DE DE E L.
Na den vyfden Druk uit het Engelfcb Vertaalt.

Te A M S T ER DA M,

By JACOBUS KOK, Boekverkooper in
de Warmoes-straat, 't tweede Huys
van de Enge Kerk-Steeg.

[ocr errors]
[graphic]

r

* * * * * *

» g * * a------- -- -to l - * v ** * * - *

w * * * - . - - - -

-------

- -- - * e- * :- *- - - e

- - - -

D E

E N G E L SC H E SPECTATRICE.

D ER TI EN DE B O E K.

De ::::::: zyn wel 't meeft geneegen,
Om 's Naaftens doen op 't fcherpft te weegen,
En, is er dan een feil begaan,
Zoo word er altoos by gedaan;
Maar zoo 'er eens iets werd gepreezen,
Dan vraagd men, zou het wel zoo weezen?

gX-SR53Ermaak te scheppen in alle nieti

ge kleinigheeden, welken ten lasV ten van onzen evenmenfch ver::Xox; haald worden, uit te pluizen, en te helpen verbreiden, is een klaa

re blyk van een laage en ontaarde Ziel, of,

van laffe fnapzucht; een gebrek, 't geen ik, met leetwezen, moet bekennen, de Vrouwen meer als de Mannen eigen te zyn. Men wil dat de ongelukkige neiging tot Kwaadsprekenheit in ons veroorzaakt word, door eene meerdere hebbelykheit totnyden kwaadaardigheit in onze natuur; anderen, min gestreng, fchryvende oorzaak er van, alleen toe, aan gebrek van bekwaamheit om ons Verstand met nut

A 2 tige

tige zaken te kunnen bezigh houden. - Het laatste, is zekerlyk, de meest waare reede, om dat men dikmaals Vrouwen vind welken in geen andere opzichten met kwaadaardigheit te beschuldigen zyn, en echter, met groot vermaak, alle fouten daar zy van hooren, fchoon van persoonen daar zy nooit eenig geschil meede f: , of welken men niet kan denken, dat zy eenigsins zouden kunnen benyden, greetigh als in zuigen, en zich met de vertellingen er van vermaken. . Schoon nu de beweegende oorzaak om zich zelven te vermaken, zoo strafwaardigh niet is, als de booze kwaadaardigheit, behoorde echter ieder onzer zich te fchaamen, als men zich geneigt vind om de kleine Hiftorieties van Perfoonen die ons niet beleedigen, te verbreiden, en eerft in te denken, of wy bekwaam zyn, om alles wat ons, en die ons van naby aangaan, betreffende is, zóó geregeld te houden, dat niet anderen, op gelyke wyze, 'er zich meede vermaken kunnen. Ik heb eens een jonge Juffer gezien, die, door een overval geheel magteloos, en door dampen opgespannen, tot de dood toe benaauwt was; zoo, dat ze als buiten adem fcheen, geen oogen openen noch een vinger roeren konde: welke in dien staat, zoo dra ze maar hoorde fluifteren ten nadeele van iemants gedragh, zonder te weten of 't waar of vals was, en zonder dat de Perfoon haar aanging, of anders, als by naam, - - - met

[graphic]

met haar bekent was, aanstonds bekwam, een nieuw leven in haar gezight kreeg, een lachend wezen zette , in drie haaften zich kleedde, in tuffchen de Koets gelaftte, en aanstonds een paar Paarden bek af reed, met de gantfche Stad door te runnen,

om ieder dat nieuws meede te deelen. Zoo groot is de verwaantheit van fommigeluiden die den naam begeeren, van al toos alle nieuws het eerste te weten , dat ze 'er alle foort van bedenkelykheden, en in agtneemingen aan opofferen, of liever, worden alle oplettenheden verzwolgen in hunne belachelyke Ambitie. - - Ik noem het Ambitie, - of een begeerte om in iets uitmuntend te wezen. - Maar waar in wil men dus uitmunten? Wat wil men wezen? - oorblazers! achterklappers! kwaadfbrekers ! labbekakken ! - Menfchen in chyn, in de daad Zwynen, die misthoopen omwroeten, om in den drek voedzel na hunnen vuilenaart te vinden. - Foei! - welke verachtelyke hoedanigheit voor luiden van een gemeene opvoeding ? - hoe dan voor een Dame van geboorte en rang! een Karacter, dat beide, ieder voor zich, hoe zeer zy 'er mede befmet waren, zich fchamen zouden als het hunne te erkennen. Ik ben niet liefdeloos genoeg, om te onderftellen , dat 'er geen werkelyke kwaadfprekende gevonden worden, die niet wezentlykonkundig zyn, zulks te wezen: 't is by de zulke een aangeboore gebrek in hunne ge3 aart

« VorigeDoorgaan »