Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

waren.

willen doorgaan, en alleen volgens hunne vooroordeelen uitspraak doen; een handelwyze, die wy weten, in gebruik geweest te zyn, lang te vooren, eer de harde behande, lingen, daar Distrario over klaagt, bekent

Zulk een Aanstelling dan, als wy hier voren van gesprooken hebben, in welke de Stukken bescheidenlyk onderzoght wier.. den, zonder eenig opzight tot de verdien, ften van andere Werken van den zelven Auteur, en zelf zonder de Auteuren te kena nen, zou al deeze hindernissen voor de Poëten wech neemen, en teffens tot mid. del dienen, om de Stad te verplighten, met ten minsten in ieder faisoen drie of vier nieu, we Stukken op ieder Tooneel te brengen.

Wat de maght om Toonelstukken af te keuren, die tans berustende is by den Lic centiegever, aangaat; men moet erkennen, dat in zoo verdurvene eeuw als de onze, eenige palen moeten gesteld worden, aan de uitweidingen welken de Poëten anders maken zouden, en door sommigen, die ik zoude kunnen noemen, gemaakt zyn, om aan het gemeenste, en 't slegtste soort onder beide de Sexen te behagen; maar met dat alles, dupkt my, moest die maght tot afkeuringh, óók eyne palen hebben.

Al wat onbetamelyk ware, ten aanzien van den Opperheer van alles in den Hemel, of van zyne Stadhouderen en Dienaren op der aarde, moest nooit ten Tooneele gebraght werden, maar een Stuk af te keuren, om zulke uitgezifto Vitteryen

als

'er

[ocr errors]
[ocr errors]

als onze Vrind Diftrario voorwend, schynt die betamelyke vrydom, die in alle tyden, en by alle vrye Volken, altoos het "Tooneel eigen is geweest, in boeijen te slaan.

Het Schouwspel, was by zyne instelling het School van Deught, en 't Straftooneel der Ondeugden. Zoo dra nu deeze twee grootsche oogmerken uit het oogh verlooren worden, is 't geen wonder, dat luiden van goed oordeel, verstand, en eer, verkiezen om 'er niet te komen, en de hunnen wederhouden, en anderen afraaden, van 'er te gaan.

De Treurspelen Eduard en Eleonora, Gus. tavus Vafa, Arminius, en eenige anderen, door de Licentiegevers belet van ten Tooneele te komen, hebben de smaak en de wyze van onderzoeken aangetoont, toen ze in druk gekomen zyn; -en my is, tot hier toe, nooit iemant te vooren gekomen, die my een denkbeeld heeft kunnen geven, van de oorzaken, welke ons 't verinaak berooft hebben, om ze te zien vertoonen.

Zoo de ware Amor patriæ een deugd is, daar men zich tans niet over te schamen hebbe, hoe zou de borst van ieder VaderJander dan niet ontvlamt worden met eenen heiligen gloed, op 't zien van het doorlugte voorbeeld van Gustavus Vasa, en zyne bra. · ve Dalecarliers ? - indien de zugt om roem en glory by den nakomelingen te verkrygen, voor een waardigen toelegh kan doorgaan, en van genoegsaam gewight kan gerekent worden, om ze den jongen mannen in te

plan

planten, en den ouden in dien yver bezigh te houden, dan is de oude Arminus het voorbeeld van zulk een loflyken eerzught: - en zoo moed in rampen, onderwerping aan het wys bestier van den albeltierder, getrouwheit, liefde, godvrught, en den yver tot alle deugden, die het Karakter van een Christen held kunnen doen uitmunten , onze oplettenheit waardig zyn, waar kunnen. die alle heerlyker gevonden worden, als ze in onzen braven Eduard uitblinken?

De Vrouwen boven al, hebben reden, om, over de afwyzing van dit zoo heerlyk mees terstuk, misnoegt te wezen; dewyl 'er nooit een gemaakt is, dat de Sexe grooter cerc aandeed. - De beminnelyke Eleonora is een karakter, 't geen ik geloof, in

ik geloof, in geene andere Historie, te vinden is, en haar gedragh levert een klaar bewys op, dat grootheit van Ziel, sterkte van gemoed , Itandvastigheit van geest, en: al de volmaaktheden die een waar re grootmoedigheit kunnen uitmaken, niet aan de mannen allen, eigen is.

Men heeft egter kunnen goedvinden , dee: ze stukken af te keuren, even als veele anderen, zoo volsagen, als de maght van de Licentiegevers daar in gaan,kon ; nu. is 't onze zaak, om te onderzoeken, wat redenen 'er voor waren om het te doen ; en wy moeten met Distrario erkennen, dat indien zulke stukken niet toegelaten worden, het zeer moeilyk zyn moet, voor Autheuren, om gevallen uit te vinden, die geene tegen

fpraak

fpraak te waghten hebben, en het zelve hootlot niet ondergaan zullen.

Indien het oog konde voldaan worden, met altoos te zien, of het gehoor, met altoas te hooren, zaken, die onophoudelyk gezien, en gehoort zyn, moet men erkennen, dat 'er veele oude stukken zyn, welken de beste onzer nieuwe Poëten inoeite heb ben zullen om te boven te gaan, maar de natuur vermaakt zich in de verscheidenheit, en hoewel het ondankbaar en onregtvaardigh zyn zoude, om de lauren van boven de oogleeden van Sbakespear, Fobson, Beaumont en Fletcber, Dryden, Otway, Lee, Congreve en veele andere waardig geroemde Autheuren, afterukken, om 'er hunne opvolgeren meede te bekroonen, zoo zien wy egter gaarne Verstanden op den zelven grond gewasschen, en uitmuntende in onzen tyd; en voor die groeien tans mede onverwelkbre laurieren, welken nevens die van voorige eeuwen, op 't veld van eer geplaatst mogen worden.

Daarenboven, is 't de begeerte niet, van de geenen die tans zoo zeer op nieuwe Stukken gezet zyn, dat de Stukken die herwaarts jaaren behaaght en genoegen gegeven heb ben, zouden moeten in vergetelheit gebraght worden. De berugte Poëten die ik gemeld heb zullen altoos dezelve bevalligheeden behouden, en zullen 'er niet om verminderen, of ze schoon niet zoo onophoudelyk ten Toonele kwamen. Eenige van Skakespears Blyfpelen, en al zyne Treurspelen, hebben schoonheden in zich, die genoeg.

zaam

zaam onnavolgelyk zyn ; maar men moet ook erkennen, dat hy dikmaals den ruimen teugel gevierd heeft aan de dartelheit van zyne verbeelding; zoo dat zyne stukken kunnen vergeleken worden, by fraaie tuinen, vol met de schoonste bloemen, maar opgewasfche onder 't onkruit, dat de vettigheit van de grond heeft doen opschieten: deeze dan onder zyne Stukken, uit welke zyne opvolgers, met kunstige handen,dat onkruid gewied hebben , zyn ver de beste en vermakelykste.

Dus verwonderde het my een weinig, toen ik hoorde, dat de jonge Heer Cubber, het Treurspel van Romeo en Fuliet weder ten Tooneele gebraght had, even gelyk het voortyds gespeeld was; Cajus Marius, het zelve stuk, geschikt voor 't hedendaagsch Tooneel, en gezuivert van eenige gebree ken, door Otway, was, door die verandering te schooner voorgekomen, in zoo verre,

dat men zeggen magh, zoo de Autheur het zelve gezien had, hy 'er voor bedankt, en zeer meede voldaan zou geweest hebben.

Het was zekerlyk te wenschen, dat de zelve goede verbeteraar, nogh wat gestrenger geweest ware, en niet alleen eenige overtollige Tooneelen hadde afgeknipt, maar geheele Karakters 'er uit hadde wech genoomen, welke het Stuk eer verminderen, als verbeteren, en voornamelyk de Voedster, en Sulpitius, zynde geene van beide eenigzins medewerkende, aan de hooftzaak van het geval, en daarenboven, al wat ze zeggen, meer voeglyk voor een bly als voor een

Treur

« VorigeDoorgaan »