Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

wel de Falousie tot hier toe nooit plaats by hem gekreegen had, onderyond hy echter, op dat ogenblik, iets, dat hy geen naam wist te geven, en hem aanzette om te onderzoeken wat de zaak van dien Brief was.

Om dit te kunnen doen, zonder dat ie. mant uit zyn huis, die aan 't Venster zyn mogte, 'er gezight van kreegh, ging hy in een naauwen doorgang, en de Lakey gewenkt hebbende, om by hem te koinen, eischte hy dien den Brief af, welken hy zoo even in handen had:

de knegt durfde hem niet weigeren, en Lucilius was niet min verwondert als geërgert, toen hy zagh dat hy van zyner Vrouwe hand, en toegeschikt was, aan een van de overgegevenste, en onbedagtste Lichtmislen, hoewel een man van aanzien, die in de Stad bekent was: Hy, toen op geen bekwame plaats zynde om den inhoud 'er van te onderzoeken, deed zich' van den kneght volgen, in een na by gelegen Herbergh, alwaar hý denzelven openende, vond, dat hy van den volgende inhoud was.

Aan den beminnelyken MIRAMONT.

MYN HEER,

„ Ik heb uw verzoekschrift in overweging „genoomen, en myn meedelydend hart is eindelyk bewoogen, om uw 'er een guntill. Deel. IV. Stuk. R stigh

[ocr errors]

„stig toestemmen op te verleenen; - al,, les schynt daar toe uwe wenschen te hulp

te komen; Lucilius is deezen avond verzogt in gezelschap, alwaar hy, ben ik zeker, wel tot heel laat blyven zal; maar ,, dewyl ik in eenig nadenken ben, oin ter plaats te komen die gy my in den uwen meld, wilde ik wel, dat onze byeenkomst ware in ,, het Badt, in Langen-Akker, alwaar gy verzekert kunt wezen, dat ik u tegens zes uuren zal komen vinden:

lieven Miramont, zyt verzekert, dat niets, als de behoudenis van een leven, zoo dierbaar voor de Wereld, als het uwe is, my be„ wogen zou hebben, om iets te doen, dat „myn' Man, van wien ik zoo teder bemint word , zou kunnen beledigen; dus vertrouw ik

ор.

uwe altoos duurende geheimhouding, en verwagt alles wat my , volsagen vernoegen kan, in de hoedanig. heit van

echter,

99

9

1

De Uwe,

AURELIA.

INDIEN Lucilius haar wezentlyk bemind hadde, hoe bitter zou 't hem dan niet geweest zyn, deeze lichtvaardigheit, die ontrouw, en dat bedrogh, 't geen tegens hem gepleegt: wierd, te ontdekken? maar hoe onverschillighhy ook ware ten aanzien van haa

re bekoorlykheden, was niettemin zyne eer hem te dierbaar, om niet alle mogelyke middelen aan te wenden, om te beletten dat ze niet met zyne kennis beledigd wierd.

Na eenige ogenblikken zich bedagt te hebben, ondervroegh hy den Kneght, na 't geene die weten mogte van den ommegang van zyne Dame met Miramont. Waar, en wanneer ze kennis gemaakt hadden, en hoe lang ze hunne Briefwisseling al hadden onderhouden?

DEEZE vragen gingen verzeld met zulke schrikkelyke bedreigingen, en teffens met zoodanige verzekeringen van belooning en bescherming, indien hy de waarheid volkomen beleed, dat iemant van meer inoed, en vaster besluit, als men in een persoon van zyn staat te waghten had, overgehaald zoude zyn, oin reghtsstreeks te antwoorden op al wat hy vroegh. Hy berichtte dan Lucilius , dat

dat zyn Mevrouw, na 't hem voorstond, Miramont 't eerst aan het huis van Clelia gezien had; zy ging daar dikmaals op speelpartyen. - En het was, na gedaghr ten, over ontrent drie weken, dat Miramont 'er meede gekomen was; zedert dien tyd hadden ze elkanderen, zoo by geval, als volgens afspraak, in de Maliebaan gezien ;en hy nooit meer als eenen Brief aan hem gebraght, na hy meinde , in antwoort op eenen anderen, welke Mevrouw van hem hadde ontfangen, en deezen, welken myn Heer nu

onderschept had; hy was door Me vrouw op 't hoogst gelast nooit aan iemant te doen blyken, dat zy verkeering had met Miramont, en had zy hem, tot de geheimhouding verplight, met hem geld te geven; en hem belooft, zoo hy getrouw bevonden wierd in deeze zaak, dat hy uit de Levery geholpen, en tot een genoegzaam bestaan zou gebraght worden.

LUCILIUS hoorde dat alles aan met ontroeringen, die gemakkelyk te begrypen zyn, maar zich zoo draa mogelyk herstellende, vroegh hy om Pen en Papier, en zyn

Vrouwshand vry wel namakende, schreef hy haar Brief woord voor woord na, veranderende alleen de plaats daar zy hem befcheiden had, van het Badt in Langen-Akker, in die van de Zwaan te Chelsea, en dezelve toegezegeld hebbende , gelastte hy zyn' Kneght om diep pa Miramont te brengen,

welk een antwoord hy ook bekwame, her zelve aan hem te rugh te geven, waar na hy zoude waghten, in de Herberg daar zy toen waren.

De lyfknegt had tans geen redenen meer om zyn' meefter niet trouw te bedienen, want, de zaak ontdekt zynde, was 'er van MiTamont, of schoon hy dien kennis had gegeven van 't gebeurde, niets meer voor hem te waghten: en in tegendeel wist hy zeker, op zich te zullen halen, al wat de woede aan Lucilius zoude kunnen ingeven, indien

hy

en ,

hy anders deed, als die hem gelast had.

Het antwoort dat Mirament te rugh gaf, was, zoo als men 't verwaghten zoude, vol erkentelyke dankbaarheit, en verzekering van geduurzame standvastigheit en liefde. Lucilius ftak dat in zyn Brievetasch, en gelaste den knegt, om zyne Vrouw te zeggen, dat Miramont veel gezelschap had, en geen antwoort had kunnen schryven zonder gevaar te loopen van ontdekt te worden : · maar dat ze staat kon maaken dat haare orders stiptelyk zouden gehoorzaamt worden.

LUCILIUS gaat daar op na huis, ontbyt volgens gewoonte met zyne Vrouw, en wist zyn ongenoegen zoo wel te verbergen, dat ze geen reeden had om van 't geen gebeurt was ' eenigen agterdogt te hebben. Hy bleef echter zoo kort moogelyk was by haar; hy kleedde zich, en een schielyk beluit genomen hebbende, hoe zich te gedragen, ging hy na haren Oom, en maakte dien bekent, wat hy ontdekt had, teffens de Brieven vertoonende welken door Aurelia aan Miramont, en van denzelven, aan haar te rugh geschreven waren.

MEN zou niet wel kunnen zeggen, of de verbaastheit van den ouden Heer, dan of zyne verwoedheit, de meeste uitwerking op hem hadden; hy was, wezentlyk, een braaf en eerlyk Man, en of hy schoon wel iets gedaght had, wegens eenige onvoor

zich

R 3

« VorigeDoorgaan »