Pagina-afbeeldingen
PDF

e misdadigers zelve, hunne schuld liever . # # wijde boeten, dan hunne menschelyke natuur in die van een dier te willen veranderen, gelyk men hen verzekerde, dat ze worden zouden, is my niet bewijst. # it is bekent, # 'er verheide gerechtszittingen voorby gingen # # 'er # toe bekomen 'on.

C. * * - De hinderpalen die hy ontmoette, kwamen niet overeen met de drift van zynen aart, en, zynendorst naar beroemtheit, veraf zynde van gestild te wezen, deed die hem een ander middel uitvinden, om er toe te komen, in plaats van een Man te veranderen in een Kat, ondernam hy om een Vrouwmensch te hervormen in een Konyn; - men weet hoe dat kunsie is te werk gesteld, en de moeite welke haare Majesteit, toen nogh in leven, genoomen heeft, om het bedrogh te doen uitkomen, waar voor zy ten hoog

waardig was gedankt te worden, niet alleen door onze Sexe, maar door al het # geslaght, 't welk geheelyk, en ieder op zichzelven, even veel belang heeft om de waardigheit van de menschelyke natuur te handhaven. - Indien zy allen die in Hoogheit zon op gelyke gronden te werk gingen, en tragten om 't bedrogh, en de # te doen in 't light komen, en #het

[ocr errors]

[ocr errors]

336 DE E N GE L sc H E den; en zelf zouden de geenenwelken tot hier toe noch nooit uitzichten van hoop of vrees hadden voor het toekomende , ten minsten eerlyke luiden worden, wanneer zy ondervonden, dat zulks nodig was, om in dit leven gelukkig te wezen. Maar om te rugh te keeren tot de zulken welken de dierlyke Ziel hooger schatten als de redelyke; - die zegh ik, welken geen Hemel erkennen, als zulk eenen, die in 't genot van hunne ongeregelde lusten bestaat: - die zegh ik, welken niet alleen voor zich zelven gelooven, maar ook stout genoeg zyn, om anderen te willen inschern, dat die vuige lusten hen gegeven zyn, om ze te voldoen, en dat den Man het reght heeft om te doen, alles wat zynen wil opgeeft; daar, onaangezien dat alles, [dit vertrouw ik volkomen, en ik meen op goede gronden,] dezulken, en wel de meesten van al die appellanten tegens het toekomende, van tyd tot tyd de neepen van hun onsterfelyke wezen levendig gevoelen, en 'er dikmaals door wederhouden worden, om al de boosheit die in hun opkomt niet uit te voeren. - Het is waar, zy traghten die heilige ingevingen te verbergen, onder den naam van zeedelykheit: - maar zegh my eens, wat is zedeleer anders als deugd? - en wat kan ons deugd inboezemen, als het beeld van Godt dat in ons is ; noemt het met wat naam het u gelieft, wat anders kan ons de kennis geven en onderscheid doen r *. III 31maken tusschen goed en kwaad? - De hartstoghten kunnen het niet doen, de zinnen, hunne aanporders, en medestanders, zullen het niet doen, en tegens hun zelven leiten: - die hebben hunne prikkelende egeertens, en willen voldaan worden, met zeer hevige aanporringen; in diervoegen, dat zelf dezulken, welke noch blind zyn ontrent de menschelyke waardigheit, 'er dikmaals over klagen, als over eene pynelyke knaging; terwyl ze aan anderen, hardnekkige, bedurvene, ten valschen schyn strekken, om de gruwelykheit hunner bedryven te vervolgen, en de ingeschape kundigheit, en beter reedenen, tegens te gaan. : De Ziel, ten minsten in de meeste Menschen, word sterker, na mate dat de hartstoghten verzwakken, en het lichaam door de Jaaren afneemt, en de zekerheit van sterven zich kenbaarder voordoed: - dan vertoont ze ons in een oogslagh al het goed en kwaad van ons voorige leven, verberght, nogh omkleed niets, van 't geen wy geweest zyn, en, doed ons, mogelyk, voorzien wat wy hier na zyn zullen. - Dit is wezentlyk wel een Punt dat geen van de levenden kan bekent worden , maar ik heb het gezagh van de H. Schrift, en het getuigenis van veele geleerde mannen, welken, uit de waarneemingen die zy gemaakt hebben, by veele daar zy zich bevonden, in het ogenblik, dat hun aardsche huis verbrooken wierd, dagten reede te hebben, om te gelooven, # Deel. V. Stukje. dat dat er zeer vreemde, en verbazende gezighten aan den stervenden moesten voorkomen; 1 gelyk de Heer Waller, die ongetwyffeld van die gedaghten was, zoo welspreekend zeght.

[ocr errors][ocr errors]

leerden en geloofden; - eenige schikten voor den Geest van de overleedenen niet meer dan twee plaatzen, eene van gelukzaligheit, en eene andere van elende; terwyl andere hunne gevoelens uitstrekten tot een menigte van Werelden, in ieder van welken zy meer en meer gezuivert worden, na mate dat zy dezelven doorwandelden, en nader tot de Volmaaktheit kwamen, maar alle zyn ze het eens geweest in het groote Stuk, dat de Zielen van Godlyken aart waren, en ontrent de zaak van de menschelyke Natuur, dat die, in dit leven, de eerste beginselen heeft van een eeuwighduurenheit zonder einde. Myne Leezers verlangen reets naden tweeden Brief, daar ik van gezeght heb, welken, dewyl ze een zwier van waarheit in zich heeft, mogelyk zal kunnen dienen, om te bewyzen, dat de dood geen maght heeft over de Ziel ; ten minsten aan dezulken welken niet vastelyk hebben voorgenoomen, om hunne oogen te sluiten, tegens overtuiging.

Aan de SP E cT ATR I cE.
ME v Rouw,

,,De tegenswoordige Wereld zeer onagt,,zaamelyk zich gelatende, om alles wat tot , de onzichtbaare Wereld betrekking heeft , van de hand te # zonder eenigsins , op te letten, hoe het met de Zeeden en , Wyzen van doen der nakomelingschap - * Y 2 » gaan

« VorigeDoorgaan »