Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

de wereld niet aan willen; het moet dan ee. ne betoogende bewysreede zyn, dat waar. dig te wezen, de eenige wegb is om roem te ver. verkrygen; die Stelregel wel begrepen, is tans het eenige middel dat ons aansporen kan om ons gedrag en wyze van doen te veranderen.

By voorbeeld, indien eenige weinige uits muntende schoonheden, als Amabella, Mar. tilia, en eenige anderen, welke ongelukkiglyk haar laten opwachten, door een hoop Saletpoppen, die altyd rondom haar zwerinen in de Maliebaan, met haare wayers speelen in de loges van de Opera en Schouwburg, en zich beroemen dat zy aan haare Tooitafels werden toegelaten, indien, zeg ik, dia fchoonheden, voortaan met geene anderen als luiden van goede kennis, oordeel, en gedrag, wilden omgaan, hoe fchielyk zouden de ware verdiensten niet gezogt, en alle zotheden veragt werden.

En aan de andere zyde, indien zulke mannen als Porpbirio, Albinus, Portius, en zoo meenigen als wegens hunne goede smaak beroemt zyn, allen ommegang afbraaken, met de schoone Heidinnen deezer eeuw en geene zoete welsprekenheit fpilde, als voor verstanden, die 'er aanstonds gepaste ant woorden op te geven wisten, zou myne Sexe, wel haalt toeleggen om verstandig te wezen, en zich een 'eere te stellen, om met verstandige Mannen om te gaan. HET CEHEUGT MY gehoort te hebben

dat

dat, geduurende de Regeering van Karel de II. een tyd, van welken men zegt, dat het Brittische Ryk toen op't meest gebloeit heeft, in algemeene beschaafheit en kennis; die Koning, op zekeren dag in de Maliebaan waddelende, zeer ingenomen wierd, met de schoonheit van een jonge Dame, die zich daar toevallig bevond; na twee of drie malen haar in 't wandelen voorby gegaan te zyn, sprak hy ze aan, met die zwier van bevalligheit en goede manieren, welke hem zoo in 't byzonder eigen was; aan welke zy geheel verkeerdelyk beantwoordde:hy, zei toen hy haar aansprak,

dat zulk eene schoonheit zeekerlyk den luister van het Hof vermeerderen zoude, en zy beet hem spits en spytig toe, dat kan wel wezen, maar, ik zal er nooit myn voeten zetten.

En waarom niet? Vroeg de Koning op 't vriendelykst, daar zy, in denzelven toon als te vooren, op antwoorde, om dat ik niet en wil. Dit gedragh ontnam de Koning oogenblikkelyk zyne opgevatte denkbeelden, en hy verliet haar, met al zoo veel misagting, als hy ze met verwondering genadert was. Zeggende,

scboon, maar 20t! wat is bet jammer als zulke Vrou. wen met baare tong verliezen, 't geen zy met de bevalligbeit van baare oogen verkregen badden!

Het is zekerlyk waar, volgens alles wat van dien Vorst verhaalt word, dat , hoe zeer vatbaar hy ook voor de schoonheit ware en hoe lichtelyk in te geemen door ieder

nieuwe

[ocr errors]
[ocr errors]

nieuwe bevalligheit die hem te vooren kwam, alleen 't Verstand, eenen geduurzamen indruk op hem heeft kunnen maaken, zoo wel ten aanzien van zyne agting voor de Mannen, als van zyne liefde voor de Vrouwen. Al zyne Meestresse zyn beroemt geweeft over haar Verstand, en levendigen Geest, en schoon 'er toen hebben kunnen zyn, even zoo wel als 'er tans zyn, van die stomme blokken, die zich niet schaamen om onder menschelyke gedaantens ten Hove te gaan, waren echter zy alle, met welken hy de uuren zyner uitspanning doorbragt, menschen van uitmuntende bekwaamheit.

De keus van eene verstandige ommegang, daald, even als alle andere Verkiezingen, van den Throon tot onder 't Volkt; en zoo men van dien tyd zeggen magh, dat dezelve te zeer aan de minnaryen was overgegeven , gelyk die, onwedersprekelyk, 'er te veel aan overgegeven geweest is, moet 'er niettemin by gezeght worden , dat 'er teffens eene kiesheit in geheerst heeft, op welken de Moesjonkers van deezen tyd zich niet beroemen kunnen. Dit is 't geen van brave Luiden, en door mannen van naam, die niet geneigt zyn om 't kwaad op te smukken, en, in het onderscheid der tyden zich niet vergissen kunnen, gezeght word.

Ik kan 't my niet begrypen, zegt een myner vrinden, die in zyne jeugt, denk ik een van de jonge luiden diens tyds geweest is, boe de Mannen in deezen tyd zoo on

1. Deel. V I. Stukje. Hh

gemeen gelukkig zyn; - in myne jeugbt waren de Juffers niet te winnen, als na langduu. rige aanboudenbeit van diensten, duizenden betuigingen, en eene ongeveinsde, en standvaftige opwagting: maar tans, met een Pi. quet a Deux, of eenig ander Spel, daar de fiere Schoone ongelukkig in overwonnen word, is ze, als Krygsgevangene van den Overwinnaar, en onderworpen, aan zulke Voorwaar. den als by baar gelieft voor te fcbryven

Hoe wyslyk hebben de Ouden twee Minnegooden van geheel verschillende wyze van doen en denken gesteld! de eene alom teder, en waaragtig in woorden en daaden, gaf geene onbetaamelyke begeertens, was bereidwillig, nedrig, en tragtte altoos het beminde Voorwerp te vergenoegen; de andere, laagh, inbeeldig, en alleen op de voldoening van zyn eigen begeerlykheden gezet, vertrapte, trotzelyk, alle redenen die 'er zich tegens kantten.

Kan onze Sexe dan, welker wezentlykfte eigenschap is zachtheit en bevalligheit de laatste min boven de eerste schatten, en zelf de Natuur verzaken !.gewisselyk neen, ten zy, wanneer nachtloperyen, alle behoorlyke nadenkingen wech neemen, of, nootlottige benodigtheeden dezelven buiten kragt brengen.

HET KOMT my te binnen, dat ik in een Boekvertrek van eene myner Nichten eens zeker Boekje gezien heb, getyteld de Kaart der Verbeelding; het was, na't my voor

staat

staat een van de eerste Drukwerkjes die in Engeland gemaakt zyn; en de Letteren en Styl 'er van, beide, zoo ouderwets, dat een hedendaagsch Lezer 'er kwalyk konde uitkomen. Mogelyk waren dit de omstandigheden die my te nieuwsgieriger maakten; in korten tyd, niet te min , geholpen door de kennis van den eigenaar, begreep ik den inhoud; dezelve bestond in een Verzameling van verscheide merkwaardige Gevallen, met goede, en passende Aanmerkingen op ieder van dezelven, welken dienden, als een Zedekundige handleiding voor den Leezer, om 'er voor zich zelven al het nuttige mogelyk uit te halen.

Men had 'er verscheide Beschryvingen in van de Steekspeelen en Tournooien, in vroegere tyden, ter eere onzer Sexe gehouden; en van de wondere bedryven welke de lief de zyne Naven deed verrichten in de tegenswoordigheit hunner Meesteressen, -voornamelyk, wanneer zy begunstigt waren met een Scheirp,een Lind, of eene Handschoen, die ze dan om hunnen arm, of aan hunne helmetten als een uitmuntend çieraat vast bonden.

Onder die allen was er een, daar ik myn byzonder behagen in vond, dewyl my toescheen, dat de maght van die drift, welke men gewoon is aan een kleine Godt, die veel rumoer in de Wereld maakt, toe te fchry. ven, 'er meer in doorblonk , als in alles wat ik tot daar toe geleezen had. En in' de gedaghten, dat, mogelyk, onder de geenen

Hh 2

die

« VorigeDoorgaan »