Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

de hemel, die na zoo veel rampen, bem egter dat geluk deed genieten, van een en zelve lught in te ademen, met het zoo beminde Voorwerp dat hem tot zoo verre had doen komen. 1 IMANT die zoo veel niet door de min bezecen was, zou kunnen denken, dat dit een geringe vergenoeging was, daar hy zich in een staat vond, die hem niet toeliet om te kunnen opryzen, maar hy ontfing veel meer als hy verwagt had, of, had kunnen verwachten. – De Gravinne onderricht zynde van de aankomst van 't Schip, en van de oorzaak der Reis, en van al het geene wy kortelyk vermeld hebben, had medelyden gepoeg, om den kranken Minnaar te gaan bezoeken, hartelyk wenschende, dat dit bewys haarer oplettenheit, dienen mogte, om hem in die gezontheit te herftellen, welke hy om harent wil verlooren had: maar, helaas! hy was te ver vervallen;

de onverbiddelyke dood triumpheerde over de zuiverste min die ooit in menschen hart geweest was. Zyne oogen waren genooten, alle die rondom hem waren, dagten , dat het voor eeuwig was, maar hy openende ze schielyk, toen hy hoorde, dat het Voorwerp zyner tederheit daar was, en zy hem by de hand vattende, en met de vriendelykste woorden betuigde , dat zy tot in haar hert ontroert was, door te denken, dat zoo waardig een man zich aan zulk eene geschakelde reeks Hhs

yan

[ocr errors]

van rampen had bloot gesteld, alleen om by haar te komen, riep hy uit, haar gretiglyk aanziende, als wilde hy haar Beeltenis mer zich na de eeuwigheit meede voeren, äl myn leet, is meer als dubbeld voldaan met u te zien. Hy eindigde die uitdrukking met een vuurige kus op haare hand, en stierf.

Zulk een ongemeen voorbeeld van ongeveinsde liefde, zou, gewisselyk, alle Vrouwen van edelmoedige depking aandoen; maar het maakte zoo grooten indruk op het hart van de beminnelyke Gravin , dat zy zyn verlies beklaagde , als dat van een' Minnaar, > die haar al lang,ten hoogsten dierbaar geweeft was: zy droeg aan zyne gedagtenis al haare tederheit op, en zou hem, ware hy in 't leven gebleeven, volsagen gelukkig, gemaakt hebben; zy deed zyn Lichaam aan land brengen, deed het op 't pragtigst begraven, en een Graftombe voor hem oprichten, van Porphyr en Jaspis, met een Arabisch gedenk- en Grafschrift; al żyne Dichtstukjes liet ze op zilveren bladen met gouden letteren schryven; en na al gedaan te hebben, wat zy bedenken konde om zynen naam te vereeuwigen, deed zy geloften, van nooit voor eenig man te zyo; stigtte een klooster, van 't welke zy zelf Abdiffe wierd, en voorzagh het zelve met veele inkomsten. .

IK WENSTE wel dat deeze Historie. een beter uiteinde had, en dat, tot aanmoedi

ging van zulke Minnaars als myn Provin: ciaal, dezelve voltrokken ware met een luisterryke en gelukkige Bruiloft, liever als met eene allerstatigste en pragtigste Begraffenis. - Maar het eenige oogmerk waarom ik dezelve beb plaats gegeven, was, on de Jufferfchap te doen zien, wat vermogen zyop de Mannen hebben zouden, indien ze coeleiden , om zulk een gedrag te houden, en daar door zulk eene roem te verkrygen, als de Gravinne van Tripoly had. - Zoo 'er eenige onder myne Sexe gevonden worden, welke gaarne zoo veel bemind wierden, als zy was, die kan ik op 't hoogst aanraden, datze slegts toelegge, om hét even waardig te weezen.

ONDER DE PAPIEREN die ons van tyd tot tyd werden toegezonden, vinden wy't volgende Beright, 't geen wy hier nog plaatzen kunnen.

BE RIGH T. Alzoo in vroeger tyden, de denkbeelden over 'T BEVALLIGE van de schoone Sexe, by de Mannen , en Vrouwen, op 't meest yerscheelden, de Mannen stellende , dat, de inneemende bekoorlykheden, in 't Natuurlyk Scboon gelegen waren; waar tegens veele Vrouwen, die 'er geheel niet, of maar weinig van bezaten, kwamen te denken, altoos schoon genoeg te weezen, zulks zy zelf de moeite niet nemen wilde, om door beschaafde manieren , en roemwaarde zeeden, zich

de

[ocr errors]

de oplettenheit der Mannen waardig te ma. ken, maar veel eer eene spyt en bitterheit voedden, en deden blyken, tegens de waare schoonheden, die zy als oorzaken aanmerkten, van de mindere oplettenheeden welke de Mannen, voor haar misdeelde kwamen te betoonen: al 't welke by eenige Jufferen, die ongehuwt, en reets tot ryper Jaaren gekomen waren, begrepen zynde, is in overweging, genomen, en on. derzogt, waar in eigentlyk dat Natuurlyk Schoon, 't geen zoo inneemend is, bestaan mogte, en na gedaane lectuure van veele verliefde Verzen , en Geschriften, beslooten dat het bestaan moeste in het Coloriet, of de frissche kouleur, en dat die, de jonge tronien, de meeste bevalligheit komt by te zetten ; waar op verder is begreepen, dat, indien men, over zulks, een Middel konde uitvinden, om aan alle Wezens één en dezelve kouleur te geven, alle die uitzonderingen, en daar uit volgende spyten en bitterheden, zouden kunnen voorgekomen worden, en ieder Juffer in staat gestelt, om haare verdere aantrekkelykheden , na vermogen te doen gelden , zoo met haar Verstand en Geest te doen uitblinken, als ten minsten, om met meerder bezadigheit van gemoet, daar in te kunnen werkzaam wezen: en dewyl meede gebleeken was," dat het Roozeroot en Lelie Wit, in alle gedichten wel het meest-geroemt is, wierd goedge

vonden, en vastgesteld, eene mode in te voeren, om alle tronien met rood en wit te beschilderen; - 't geen door de benoodig. de greetelyk is aangenomen.

Voor 200 verre nu eenige Natuurlyk Schoone, 't zy uit medelyden, liefderyke toegeeflykheit", of om andere redenen, ten behoeve van de ongelukkige onder de Sexe, van dien tyd af wel hebben willen overgaan, om haare aangeboore Bevalligheden te verbergen, en met veel moeite, al wat haar mogelyk ware, toe te brengen, om haare gemelde gebrek kige Zusteren, zoo na doenelyk gelyk te wor. den , ZOO IS 'T, dat, of schoon zulks aan hare zyde, als een groot bewys van menschlievenheit is aan te merken, niettemin, aan de zyde der mannen, grootelyks daar by verlooren word; en, gemerkt de afstand van den tyd , waar in die mode is opgedrongen, en ver. der ,om dat sommige zeggen, dat, de Jufferen, in 't algemeen, zoo de schoone als de onbevallige, zulks enkelyk komen te doen, om de Mannen te behagen, en dat anderen weder stellen, dat het beschilderen der tronien, tans word aangemerkt als een onderscheidend vereischte in de Sexen, even gelyk de onderscheiding in kleeding, zoo hebben veele braave Mannen, als nogh volhardende in de denkbeelden welke hunne Voorvaderen van 't Wezentlyke Bevallige altoos gehad heb. ben, in zulke abuizen willen voorzien : en de Natuurlyk Scboonen van deeze tyd wel willen berighten.

Dat het beschilderen

der

« VorigeDoorgaan »