Pagina-afbeeldingen
PDF

kenteniswaardige, hier voren gemeld, welken in opentlyke ampten , en om het aanbelang hunner # onze dankbaarheit toe behoort, # et niet zyn de kwaade Koningen, een urven Parlement, een wezenloos en traagh Regent, een trots, staatzugtigh, of onmatig. Geestelyken, of een onkundig Zeeman, of ondeugend Boekschryver, die ik onze verpligting tot dank

baarheit wil toekennen. ' In het tegendeel, wanneer zy, die ons moesten beschermen, ons kluisteren. - die ons moesten geleiden, ons verleiden, - en zy, van welken wy medelyden en troost verwagten mogten, om onze elendens lagchen, en er ons om bespotten, en hunnen triumf vergroot vinden, door onze vernedering: in wat hoogheid dezulken dan ook gesteld zyn, of met wat eernamen zy ook vereert of verwaardigd zyn, verdienen ze, in evenredigheit met hunne grootheit, en met de maght die zy hebben, om goet of kwaat te kunnen doen , ten toon gesteld, opentlyk berispt, en hunne onmenschelykheit hen in 't Gezight geworpen te worden. Maar als iemand, die de Vermogens heeft, dezelven ten besten van de menschen aanlegt, dan zyn de moeitens daar toe genoomen, niet alleen onze openbaare dankbaarheit waardig, maar de vuurigste gebeden en wenschen van onze erkentelyke harten ten heuren besten: - al wie ons ooit van eene # daad hoort spreeken, zonder dat wy ze werkelyk pryzen, zullen ons veroordeelen; 't is dan ons eigen voorD 4 deel deel een ander reght te doen, in hem zyn' verdienden lof te geven: - waare dankbaarheit is een gieraad der ziel, dat alles opluistert, het betoont veel meer door de wyze van doen, als de welgeschiktheit van zeggen, dat het werkzaam is, om iets meer te willen uiten, als met woorden is uit te drukken. Daar is zekerlyk iets by uitnementheit beminnelyks in een dankbaare ziel ; en ofschoon hy die ze bezit , misleid wordende door de zwakheit van zyn oordeel, dezelve komt te uiten met zaken die allen niet even lofwaardig zyn, zoo is, niettemin, dat verkeert gedragh te verschoonen, in aanmerking van de zaak die de daden doed verrichten; en zulk eenen kan nooit voorbedagtelyk laagh van gemoet, of onregtmatig in behandeling zyn. t Dogh, met al wat ik gezeght, hebbe, dienen myne geringe vermogens alleen, om aan te toonen, hoe, in zekere gevallen, de Dankbaarheit tot buiten maat kan gaan, en hoe ze in anderen niet ver genoeg kan voortgezet worden. Met dat alles is de omschryvende bepaling wat de Dankbaarheit is, een geheim, - een gordiaansche Knoop, die ik vrees dat geen menschelyke wysheit ontwarren zal, nogh onderscheiden van andere neigingen, van een volkomen anderen aart, die ze bedekt, of daar ze meede vermengt is; dit is een inwikkeling die onnagaanbaar is, als by, Hem die harten en nieren doorgrondt. . Niets is gemeender, als wegens bedryven, die enkelyk uit hoogmoed en trotsheit - - VOOrt niet gezegbt worden een Man van verdiensten in de wereld te wezen, maar ik ben hem een dienst schuldigb, en bleide met de gelegentheit van ze te voldoen; - gylieden moet weten, vervolgde hy, dat ruim vyf jaaren geleeden, by in Duitsland, de Bystander van een van myner bloedneven geweest is, in drie byzondere gevegten: en tot bier toe heeft het geval my nooit gelegenheit gegeven, om hem te betoonen hoe zeer ik my verpligt vond over zyn edelmoedigb gedragb. Dit verbaasde het gezelschap nogh meer, en de heer Thomas, hoorde zoo lang zy te zamen waren, geen eenen woord, als tot zyn eigen lof: - de zaak ging van mond tot mond, en de geheele wereld hield hem voor de erkentelykste en grootmoedigste Man die er op 't aardryk was. Maar hoe weinig was die bravert bekent! - op denzelven tyd dat hy die broha maakte, met een Schepzel dat het onder alle Menschen 't minst waardig was, en aan wienhy, in 't wezentlyke, geen de minste # ghad, weigerde hy, eenen geringen bystand, in den uitersten noot, aan den speelmakker zyner jeught, wiens beurs altoos voor hem open gestaan had, toen zyne onbedagte vrolykheeden hem zomtyds in noot gebragt hadden; Deeze Heer die ik Landlozer noemen zal, was in een ryk vermogen gebooren, maar door de Onagtzaamheit en schelmsheit, zyner opzichters, in de eerste plaats, en zyne eigen te goedgevende aart, aan de andere kant, tot groten noot vervallen. Hy lagh te dier tydskrank, en ontbrak veele Zd

[graphic]
[ocr errors]
[graphic]
[ocr errors]
« VorigeDoorgaan »