Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

het veeltyds gebeurt, dat men met de sonde den darm doorboord veel hooger, dan de inwendige opening is.

De Schryver gebruikt daarom, in plaatse van de fonde, inspuitingen, waar aan

hy, behalven het zuiveren van de fistel, ook Pag. 32. toeschryft, dat sy dezelve regt maaken, hy

houd met dezelven zoo lang aan, tot dat de ingespoote ftoffe zich door den aars ontlaft. Vervolgens steekt hy door de opening eene naalde, welke aan het voorste gedeelte stomp is, en aan het agterste de gedaante van eene lardeernaalde heeft, waar in hy een looden draad vast maakt, dien hy gebruikt tot het afbinden. Dagelyks

draaid hy den draad vafter toe, en dezelve valt Fag. 36. eindelyk geheel af. De voordeelen van deeze

manier bevestigt hy door verscheide voorbeel. den en waarneemingen, die alle van den Hr. FOUBERT zyn.

Uit het berigt van den Hr. ACREL ziet men, Pag. 52.

dat hy de verdeeling der fiftels van den Schryver niet goedkeurt, dezelve ook aan meer oorzaaken toeschryft, en begrypt, dat syne manier in zeer veele gevallen niet kan te pas komen.

Ook toont deeze Hoogleeraar, dat de manier Pag. 66.

reeds zeer oud is, en dat de Hr. FOUBERT, dezelve beschryvende in Mémoir. de L’Acad. de Chirurgie. 8. Tom. 9. pag. 127. 129, zich ook alleenlyk de vernieuwing daar van heeft toegeschree

ven. Hy meent, dat de gewoone manier, van Pag. 70.

de fiftels met het mes te geneezen, geenzins zoo gevaarlyk is, als de Hr. Bousquet beweerd, en verkieft dezelve boven alle andere. De laatstgenoemde Schryver beantwoord alle herringeringen van den Hr. Acrel, en zegt , dat fyn oogmerk niet is geweest, zich de uitvinding van deeze manier aan te matigen, maar dat hy,

die een leerling van den Hr. FOUBERT is, ziende, dat de manier, welke deeze beroemde Heelmeester gebruikt, in het Noorden geheel onbekend was, door fyne verhandeling dezelve had willen bekend maaken,

XI I I.

[ocr errors]

Paominnelser vid Herr BOUSQUETS Rön

om Fistlar in Ano, besynnerligen vid det, som ban deruti berättat , rörande Kongl. Vetenskaps Academien och twän. ne dess Ledamöter. Stockholm, Tryckte bos. Direct. Lars Salvius, 1766. 8o.

[ocr errors]

pag. 28.

d. i.

Herrinneringen aangaande de Verhande

ling van den Hr. BOUSQUET over de aars- fiftels, voornamentlyk omtrent het geen hy daar in verhaalt van de Koninglyke Academie, en twee van derzelver Leden.

[ocr errors]

e Koninglyke Academie der Weetenschap

pen in Stockholm heeft noodig geoordeelt, dit geschrift in het licht te geeven , ten einde elk te doen zien, hoe het gegaan zy met de Verhandeling van den Hr. Bousquet. De Academie toont rede te hebben van onvergenoegdheid, dat hy by fyne verhandeling gevoegd heeft het oordeel van den Hr. ACREL,

welk

[ocr errors]

welk hy, ter goeder trouwe, van den Secretaris der Academie, op syn aanhoudend verzoek, had ter leen ontvangen, en dat hy dat van den Hr. Martin te rug gehouden heeft. De gedagten van den Hr. MARTIN omtrent dit geschrift zyn derhalven ook gedrukt, en dus blykt , dat dezelven overeenstemmen met die van den Hr. ACREL. Hy toont daar in ook de oudheid van de uitvinding, welke HIPPOCRATES en Celsus reeds heeft gekend, en die zoo veel te minder nieuw te noemen is, daar sy in de handboeken van SCULTETUS, de GORTER, Heister, PLATNER is beschreeven , en maakt even als de Hr. Acrel verscheide bedenkingen omtrent de Theorie der aars.fiftels, en de manier van den Schryver aangepreezen. Ook verdeedigd zich de Hr. ACREL tegen de tegenwerpingen van den Hr. BOUSQUET, bewyst uit het berigt van den Hr. MARTIN, en het syne, dat de manier, die de Schryver voorstelt hun voor langen tyd is bekend geweest, en beklaagt zich , dat de Hr. Bousquet in de fransche vertaaling van fyn berigt, door hem in het Sweedsch opgesteld, fyne meening op 'verschei. de plaatsen geheel anders voorgestelt heeft.

* * * *

X I V.

Briefe über das Blatterbelzen, dem Par:

lemente' von Paris gewidmet. Zweg-
ter Theil. Altona, bey David Iverson;
Königl. priv. Buchhändl. 1766. 8o.

8
1. Alpbab. 5. bogen.

d. i.

Brieven over de inenting der Kinder

pokjes, aan het Parlement van Parys

opgedraagen. Tweede Deel. De

e Heer HENSLER heeft de eerste brieven Pag. ii

van dit deel, (waar uit wy alleenlyk eenige zaaken zullen aanteekenen, gelyk wy ook kortlyk van het eerste deel () gesprooken hebben), geschreeven aan den allezins beroemden TRALLES, welken hy tegen de Haen verdeedigt, en in wien hy, op eene zeer beschei. Pag. 8 de wyze, veragt, dat hy zich zoo gemakkelyk door de twyfelingen van fyne tegenparty, en van de vyanden der inentinge laat overwinnen.

Hy is het noch met DE HAEN noch met TRAL- Pag. 17; LES daar in eens, dat men zoo veele menschen ongeschikt tot de inenting rekend; en dezelven of te zwak, of te oud oordeeld, of ook den tyd van het jaar, de lugtgesteldheid, schadelyk meent te zyn, maar toont, zoo door de

fchrif:

1

(*) Zie deeze Bibliotheek IV. D. 4. St. pag.707 V. Deel. 3. Stuk. ୧q

[ocr errors]

schriften van de voornaamfte inenters, als door eige bewyzen, dat de ouderdom van den lyder, de tyd van het jaar, de lugtgesteldheid, de heerschende ziekten, de zwakheid der lyders,

geene redenen konnen zyn, om de inenting Pag. 33. te beletten. De heerschende ziekten zyn niet

Zeer gemeen, en ook niet altyd van dien aart, dat fy de pokjes kwaadaartiger konnen maaken. Wanneer zelfs de natuurlyke besmet. ting by de inenting komt; indien zulks moge

lyk is; zoo worden daarom de pokjes niet Pag: 46. boosaartiger. De Hr. REIMARUS verklaard het

geval, door den Hooggel. GAUBIUS voorgesteld, op zoo eene wyze, dat hy toont te ge

looven, dat daar in eene tweede besmetting Pag. 150. plaats gehad hebbe.

Deeze zelfde Schryver raad in eenen brief aan den Hr. HENSLER af, dat men de vogten naar de wonde zoekt af

te leiden en weekmaakende middelen gePag. 166. bruikt. Hy maakt de insnyding overdwars,

dewyl dus meer watervaatjes gekwetst worden, en des te zekerer eene ontsteeking volgd. Na den tyd, op welken hy de voetbaden niet meer heeft gebruikt, heeft hy waargenomen , dat zich minder pokjes in het aangezicht vertoont hebben, dan wanneer hy die gebruikte. Ну beschryft omstandig eenige gevallen van inentin

gen door hem verrigt, en trekt daar uit eenige Pag. 183. nuttige gevolgen. Hy merkt aan, dat een be

fmetten draad zeer ligt in een geslooten glas bederft, en verkiest daarom een schaft van een pen; en, op dat de stoffe des te beter in den draad trekken zoude, bevogtigt hy denzelven eerst met lauw water. In plaatse van met zalf bedekt hy de wonde met plukfel, en soortgelyke drooge zaaken.

lo

« VorigeDoorgaan »