Pagina-afbeeldingen
PDF
[ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors]

1) kan ook Emmer wezen; zie наш.

[ocr errors][ocr errors][ocr errors]

1) Helberga a° 1028 (sic) is volg. Mr. P. A. N. S. v. Meurs, Geschied. en Rechtsgesch v. Elburg 1885 (dissertatie) bl. Б, niet Elburg, mur eene plaats 1c Doornspijk. — Sl. 11384 zegt тащишь Helbergu = Elburg; maar spreekt bl. 150 (a° 1025) un Helbergen (Grp Z.). BM 191 "Шеи tusschen deze beiden.

[ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors][ocr errors]

j Elschot, te Ruurlo, omstr. 1400 dat guet, den hoff then, to E1

[ocr errors][ocr errors][ocr errors]

dat guedt Espit l) a° 1534 (H., G. Ondhh. 376).

Gesl.: de Enspit a° 1326 (H., Arnh. Oudhh. II 86). v. der Espiec columpna Ede) ao 1339 (H., Burg v. Nijmegen 18).

Dit goed ziet men in 1473 opgeteld onder verscheidene plaatsen tusscl Scherpenzeel en Oldebroek, wier bewoners te Arnhem, denklijk aan de sta bolwerken, moesten komen graven. Als Mr. C. A. Nairac (vgl. Alg. Re Nav. dl. XXI-XXX, op den naam) in zijn »Nog een oud hoekje der I luwe” bl. 21 zegt, dat dit goed ’t zelfde is als de havezate Espeet., waar: ’t adellijk geslacht v. Espete zijn naam ontleent; dan ziet hij voorbij, ‹ voor Schrassert's de Espete a° 1227 (zie Bo. 362b, noot ee) bij B0 36 gelezen wordt v. Евреев; eene lezing, die ook door Sl. bl. 507 is gevol;

Elst, OB. Volg. Slicht. Tooneel 33a de begraafplaats van St. Wil brord (i 739), den stichter zijner kerk, en van St. Werenfried. De maj domus Karel Martel gaf in 725 (Sp. III 377, 8) of 9 Juli 725/6 (No XXXIII, 205), ten behoeve van Utrecht’s bisschop Willebrord, aan kerk te Marithaime, in de gouw Betuwe, gebouwd ter plaatse waar h slot gestaan had, de villa вице, die de eerst aan den Frankischen konii verbonden, daarna tot de ongeloovigen afgeweken graaf Everard wele‘ bezat. Diens goederen toch, verbeurdverklaard, door koning Childebe III a° 695/711 aan zijn groothofmeester Pepijn van Herstal geschonker behoorden tot de erfenis van diens zoon Karel Martel. Alzoo:

villa вице of Marithaime a° 725 (BM 196); Sp. III, 362, die ibi‘ bl. 79 van Maritbaine gewaagt).

(villa) Eliste in loco Marithaime , — Marithaim(e) , Eliste aliO nomin a° 726 (Sl. 9).

ecclia in) Elst@ a° 896 (ib. 68) a° 1419 (H., G. Maandw. I, 193, 5 Maalt. 163, 4),

Eleste a° 1028, 50 (HZ I, 50, 2; Sl. 154) a° 1105 (HZ I 61).

Elst a° 1088, 1178, 1276/81, 1303, 31 (Sl. 193; Bo 230b; Sl. 341,6
942; N. I, 104, 267) a° 1409, 90, 1549, 67, 9, 82 (N. III, 293
GV 1882 bl. 17; HB 1883 bl. 242; Tijnsbk bij Sl. in NBijdr. I
H., G. Maandw. II, 121; MS. -Acta Geld. Syn. 6-8 Juni).

Eylst a° 1356 (N. II, 88).

Adject.: Elatensis в° 1178 (Bo 23|b; Sl. 316), шведами a° 1312 (N. I, 128, 9), Elgœrbroeck a° A1442 (GV 1882 bl. 11), -bosch a° 1843 (Aa).

Te Mastenbroek ligt een goed den Elst a° 1389 (Charter Kamper тень. п° 1.

1) Vgl. Esperlecq a’ 1597 (Н., Stukken l 128). in dat jaar ook als Ellperleeq voor» komend (ib. 161).

[ocr errors][ocr errors][ocr errors]
« VorigeDoorgaan »