Pagina-afbeeldingen
PDF
ePub

DE NAVORSCHER.

EEN MIDDEL TOT GEDACHTENWISSELING

EN LETTERKUNDIG VERKEER,

TUSSCHEN ALL EN DIE IETS WETEN, IETS TE VRAGEN HEBBEN,

OF IETS KUNNEN OPLOSSEN.

Viresque Acquirit Eundo.

16

ZESTIENDE JAARGANG.

NIEUWE REEK S.

de. Jaargang,

TE AMSTERDAM, BIJ C. M. VAN GOGH.

1868.

Narirscher
.*DH

[blocks in formation]

GESCHIEDENIS.

VAN

Almeri (vgl. XV. bl. 108, 225, 289, ofte Beschryvinge der steden van Hollant, 358.) De meeningen omtrent de ligging niet meer verklaring dan de fabel van van dit meer zijn zeer verschillend. Niet ADGILDUS

en zegt hiervan : » Maar ick alleen de Alkmaarder meer en de Zuider- schaeme my die dinghen met meer woorzee, maar ook de Haarlemer meer wordt den te verhaelen, die inde voorgaende voor genoemde meer opgegeven. Alkmaar eeuwe ghehadt hebben haer aenhangers enzoude volgens sommigen afgeleid zijn van de beschermers. Het en is hier niet van Almeri. Wij vinden echter in de Saan- noode sulcke droomers en clappers te landsche Arcadia door H. SOETEBOOM: » want hooren.” wie sal daer aen twyffelen, of de naem VAN DER AA zegt in zijn AardrijkskunAlckmaer is gekomen uyt de menichte der dig Woordenboek » dat dit meer waarschijn: meren die'er om en bij gelegen sijn. Daer lijk de Haarlemermeer geweest is. Keizer is in 't geheel Neder-lant geen stadt so OTTO I schonk aan de utrechtsche kerk van poelen, braeken, polders, en meeren het regt der visscherij, en de kogschuld omhelst als dese, die'er geheel in 't mid- in (Almere) Almari enz. Op de lijst der den leit, van welke eenige ruim twintigh goederen van de gezegde kerk vindt men and're meer als dertigh tellen, soo groote er de tienden van de netten bijgevoegd en als kleine, van dese syn de Schermer, Almere wordt daar vermeld, als liggende Beemster, Purmer, Waert, Wormer meren bij het riviertje Vennep, hetwelk vroeger de grootste wel, nevens de Zyp aen d' aan de westzijde van het Haarlemermeer ander sy van de stadt, daerom is sy outs- zijnen loop had en zich in dat meer onttyds na de veelvuldige meeren en wate- lastte.” Deze gunstbrief is te vinden in ringen Almeer genaemt geworden, of oock LOONS Aloude hollandsche histori, en Alecmeer” enz.

luidt als volgt: C. VAN DER WOUDE zegt in zijn Kro- » In den naam der Heylige en onverdeelnyck van Alckmaar »als Alckmaer deur al baare Drieëenigheyd, otto door Gods gede Meeren ende Wateren.”

nade Koning. Dat het kennelyk zy alle » Soo heeft hy (Prince ADGILDUS) dit onze getrouwen, zoo tegenwoordige als toeAltena met eenen wal doen omringen, komende, hoe wy tot hulpmiddel zoo van ende haer makende na de forme (soo den onze ziele als ook van onze zeer beminde geleerden PETRUS NANNIUS in syn Miscel. Gemaalin ETAEYD, van zaliger gedachte- . laneis seydt) van een heyrleger” en verder nisse, de geheele visserij, welke tot nog »ende veranderende haren naem, noemende toe te Amuson en Almeere aan onze Kohaer Almeer, ende dat (soo den geleerden ninglyke kroon heeft toebehoort, en allen HADRIANUS JUNIUS ende andere vermelden) den Syns, die gemeenlijk Kogschuld gena alle de Meeren, daer sy doen ter tydt naamd wordt, door het bevel van in besingelt lach, die nu meest alle te sa- Hoogvorstlyk gezag voor eeuwig in vollen men bedyckt syn, ten minsten wel 40, 41 eygendom aan de kerk van Sint Maarte ofte 42 in 't getal.”

geceaver bepben, welke gebouwd is in de VAN DER WOUDE geeft dan ook de 42 plaats Treeht genaamd en over welke de meeren op, die in den omtrek van ;Alk- Eerwaarde BALDERIK is aangesteld. En maar gevonden worden. Volgens deze schrij; l op, dat.de gift van deeze onze milddadigvers staan dus Almeri en Alkmaar in geen heid.jre den loop der volgende tijden beverband.

stanoig en ongequetst blyve, hebben wy Onder al deze meeren trok het » Dael-meer dezelve met onze eyge hand hieronder verofte de Ael-meer na zijn Aelvoeding" mijne sterkt en gelast met het indruksel van aandacht. Kan Alkmaar ook

van deze

onzen ring te verzegelen. meer afgeleid zijn. Welligt waren de eerste | »Het teken van den Heer otro alleronbewoners van Alkmaar even als die van verwinnelyksten Koning. Ik Brun KanAmsterdam visschers, die vooral hun be- sellier, in de plaatse van ROBBERT den staan vonden in de aalyangst.

Aartskansellier, heb het overzien. GegeeMen vindt ook bij HOFDIJK, Ons Voorge- ven den 30 van Zomermaand in 't jaar slacht: »Langs

948, de 7 indictie, in het 13 jaar der retocht voortzetten naar de hoeven en vis- geeringe van den Godvruchtigen Koning schershutten aan de beek van het tempel- OTTO. meir, die daarom den naam van Alcmare » Gedaan te Nieumeege in den Heer gedragen.

lukkiglyk amen.” M. Z. BOXAORNN geeft, in zijn Toneel In dezen gunstbrief komt het riviertje

ons

kunt ge

Uw

« VorigeDoorgaan »