Pagina-afbeeldingen
PDF

NOMINA GNNGNAPNICA NNNNLNNNICÀ.

Geschiedkundíg‘ Onderzoek

DER

NEDERLANDSGNN AARDRIJKSKUNDIGE NAMEN,

ONDER REDACTIE VAN

l PROF, DR. J. H. GALLÉE, PROF. DR. H. KERN, DR. J. W. MULLER
EN PROF. DB. H. C. ROGGE,

[merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors]

TER TOELICHTING.

Bronnen: — De archieven der abdijen te Assen en Dikninge;

De charters verder aanwezig in het depot van ’s rijks archieven in Drente;
Het oorkondenboek voor Groningen en Drente;
Mr. S. Muller Fz., De registers en rekeningen van het Sticht (Werken
Historisch Genootschap gevestigd te Utrecht, N. R. NOS. 53, 54);
Mr. S. Gratama, Drentsche rechtsbronnen uit de 14€, 15@ en 166 eeuwen
(Werken Vereeniging tot uitgave der bronnen van het oude vader-
landsche recht, 1ste Reeks N0. 17);

Mr. J. G. Ch. Joosting, Ordelen van den etstoel van Drenthe, 1518—1604
(Werken derzelfde Vereeniging N0. 16).

Aanwijzing der bronnen: — De plaats, waar iedere spelling gevonden wordt, is aangewezen door vermelding van den aard van het stuk, waarin die spelling voorkomt.

Alle stukken ouder dan 1402 komen voor in het Oorkondenboek voor Groningen en Drente 1). Voor spellingen van jongeren datum is de plaats aangewezen, waar zij gedrukt gevonden wordt, wanneer de ‚naam van den bewerker van het werk voor nauwkeurigheid borg bleef.

Afkortingen: -— Omtrent de afkortingen valt niets mede te deelen; zij zijn, naar ik vertrouw, zoo genomen, dat zij in het gebruik geen moeite opleveren.

1) Gedeeltelijk ontleend aan andere werken, als de Registers en rekeningen van het Sticht enz., in welk geval dit laatste werk is aangehaald.

[ocr errors][merged small]

Bladzijde 17 onder Assinghe staat Hueslo lees Huysloe, Vueslo lees Vuesloe.

[ocr errors]

19 » Allynge sloet lees Auynge-sloet.
23 noot 1 staat Drente lees Drenthe.
n 2 v Benningehuus lees Benningehus.

[ocr errors][ocr errors][ocr errors][merged small]

VOORWOORD.

Ter toelichting van mijne wijze van bewerking van de Nomina Geographica voor de provincie Drente behoef ik niet veel te zeggen: ik heb mij zooveel mogelijk aangesloten bij hetgeen mijne voorgangers deden.

Het is reeds eenige jaren geleden, dnt het verzoek tot mij kwam, Drente te bewerken. Doch toen mijn werk gereed was, begon de publicatie van het oorkondenboek voor Groningen en Drente. Ik had uit den aard der zaak (ik woonde toen te Utrecht) geput alleen uit boeken, waarvan sommige tamelijk verouderd waren. Het scheen mij dus mijn plicht, nu ik beter materiaal ontving, dat ook te gebruiken. Zoo volgde langzamerhand eene tweede bewerking, waarbij ik mij wederom richtte naar de methode voor Gelderland gevolgd, omdat ik wist, dat deze in overleg met het bestuur des genootschaps was vastgesteld. Mijn werk was juist gereed, toen de betrekking van rijksarchivaris in Drente openkwam’; het toen te doen drukken, achtte ik met het oog op de mogelijkheid eener benoeming niet gerechtvaardigd; er was trouwens ook geen gelegenheid voor. Toen mijne benoeming volgde, meende ik natuurlijk, dat ik mijn werk moest aanvullen uit de ongedrukte bronnen, die daarna tot mijn dienst stonden. Bij dien arbeid wijzigde 'zich mijne opvatting van mijne taak. Had ik vroeger oorspronkelijke en andere bronnen dooreen gebruikt, dit mocht nu niet meer. Immers wie geeft de zekerheid, dat een afschrijver niet willekeurige of onwillekeurige wijziging heeft aangebracht in de spelling, terwijl juist de zekerheid, dat deze of gene schrijfwijze vroeger of later gevolgd werd, van zoo groot belang is. Het doel van mijn werk zou zijn, vast te stellen de wijzigingen in de spellingen van hetzelfde woord in verloop van tijd l). Ten behoeve daarvan moest ik dus oorspronkelijke stukken gebruiken,

l) Tot 1600, omdat na dien tijd de schrijfwijze vasth is geworden en daardoor grooter eenheid in de spelling der namen is gekomen

« VorigeDoorgaan »